home!
Volgende
Sri Lanka
 Sunflower Beach Hotel - Negombo

 

hanger uit Jaipur

hanger uit Jaipur

 

 

Negombo
Sigiriya
Giritale/Polonnaruwa

Nalanda
Kandy
Bandarawella
Habantota
Hikkaduwa
Negombo

 

 

 

envelopje
elisa@xs4all.nl

Maandag 1 februari

Meteen na aankomst is al duidelijk dat Sri Lanka meer heeft van Goa dan van India, en eigenlijk nog meer van de indonesische Banda-eilanden. Geen opwinding buiten de aankomsthal, geen dragers, taxichauffeurs of riksjawrijders die wanhopig proberen om aandacht te trekken. Alles in, bij en rond onze aankomst verloopt ordelijk en rustig.

Anton, onze gids die al maanden op Sri Lanka verblijft, staat ons voorbij de douanecontrole in een hoek op te wachten met iemand van het plaatselijke reisbureau Acme Lanka. Deze laatste zwaait met een bordje waarop de naam van onze reisorganisatie staat. We maken kennis en zullen nog ruim een uur moeten wachten voordat de vrij grote groep van 19 personen compleet is. Het tempo waarin de koffers worden uitgespuwd op de bagagebanden doet zelfs niet Indiaas meer aan, evenmin als het tempo waarin je geld kunt wisselen bij een van de vele standjes in de aankomsthal. Sri Lanka, zo wordt meteen al duidelijk, beschikt over heel veel tijd.

Toevallig blijken wij de eersten te zijn die zich bij Anton melden. Hij kijkt wat verschrikt naar onze grijze haren, maar op de lijst met namen ziet hij staan dat wij niet voor het eerst met zijn organisatie op stap zijn. Als we vertellen dat we voorgaande jaren naar India zijn geweest en dit fantastisch vonden is hij gerustgesteld. We leggen onze koffers plat op de bagagekar om een lekkere zitplaats te maken en wachten de komst van de anderen af.

We vermaken ons met kijken naar wel honderd vrouwen die terugkomen uit Delhi of Madras, waarschijnlijk van een speciale winkelvlucht. Er is tenminste geen man te bekennen. De dames zijn rijk en vrij chique gekleed. Sommigen semi-westers maar de meesten in sari. Hierbij valt meteen op dat de sari anders wordt gedragen dan in India. Wordt daar de overtollige lengte in de taille naar binnen geslagen om het koord dat onder de rok wordt gedragen, hier wordt het koord kennelijk over de sari gebonden. De overtollige lengte wordt naar buiten geslagen en hangt als een plooienrokje tot halverwege de heupen. Zelfs bij slanke vrouwen staat dit niet erg elegant, eerder een beetje boertig.

De dames staan stijf van het goud. Ze komen halzen, oren, polsen en vingers tekort om de wereld te tonen hoe welgesteld ze zijn. Ze duwen hoog opgeladen karren vol pakjes, pakken en dozen voor zich uit en snateren opgewonden naar elkaar. Net mannen die zwaarbeladen terugkomen van hun pelgrimsreis naar Mekka.

Geleidelijk druppelen er koppels binnen bij Anton. Ze stellen zich voor aan de anderen die al op vermoeide benen naast hun bagage staan te wachten, maar slaan ons over. We kunnen iedereen dus op ons gemak observeren en hebben er zo onze gedachten bij, die later natuurlijk verkeerd blijken te zijn. Zo gaat het altijd.
Als iedereen er is en Anton laat merken dat wij ook tot de groep behoren, worden we nogal nieuwsgierig bekeken om het zachtjes uit te drukken.

We lopen met onze bagagekarren naar de bus. Hoewel de meesten rugzakken hebben, slepen ze niet minder met zich mee dan wij. Het is nog hele klus voordat alle zakken, koffers en tassen opgeborgen zijn in de buik van de bus die al klaar staat. Het is een mooie bus met pluchen stoelen, airco en schone gordijntjes. Iemand vraagt of we deze de hele reis houden. Ik zeg: "vast niet", want ik heb nooit anders meegemaakt dan dat we met de beste bus werden afgehaald, om vervolgens de tocht te maken in een afgeleefd exemplaar.

Op weg gaan naar Negombo is de eerste indruk dat dit eiland groen is, vruchtbaar, welvarend, redelijk ordelijk en vooral dunbevolkt, voor zover dit nu al te bekijken valt. De weg tussen het vliegveld bij Colombo, wat de hoofdstad is, en de kust biedt een landschap vol palmen, bloeiende bomen en struiken waartussen lage, stenen huizen staan in een bijna koloniale stijl. Verder maakt dit gebied de wat slordige, stoffige indruk die kenmerkend is voor veel landen dicht bij de evenaar.

De temperatuur is geweldig, naar schatting een graad of 26, en acclimatiseren zal niet veel moeite kosten, denken we. Sri Lanka heeft het hele jaar vrijwel dezelfde temperaturen. In laaggelegen gebieden is het tussen 25 en 28 graden maar hoog in de bergen gemiddeld een graad of 16 met flink koude nachten. De luchtvochtigheid kan vooral in de kustgebieden echter onplezierig hoog zijn.

Het Sunflower Beach hotel waarin we ineens worden ondergebracht omdat het Catamaran een dubbele boeking schijnt te hebben, blijkt droevig van vergane glorie. Het is groot en ooit opzienbarend van architectuur geweest. Het heeft niet meer dan drie verdiepingen en is in een prachtige ronding om een groot zwembad gebouwd, maar er is in geen jaren meer iets aan onderhoud gedaan. Eeuwig zonde, want de kamers zijn prettig groot en hebben parkethouten vloeren, wat er iets statigs aan geeft. De inrichting is echter armzalig en schoon is het ook niet. De gordijnroeden vallen zowat uit de muren.

Sri Lanka staat hoog genoteerd in de categorie ‘snelle zonvakanties’, zeker bij Duitsers. Het zandstrand waaraan we zitten is breed en zelfs betrekkelijk schoon te noemen, maar het wordt niet voor ontspanning gebruikt maar om te vissen. Er is geen stoel of parasol te vinden. De zee is trouwens niet ongevaarlijk. Dit is de reden dat elk wat groter hotel vrijwel aan het strand een zwembad heeft. Met het gedender van de branding in je oren kun je dan het chloor in duiken.

We brachten de dag duttend en lezend door, na een teleurstellend ontbijt in het hotel. De anderen pakten het slimmer aan door buiten de deur wat leeftocht te kopen. Toen na eindeloos wachten achter een vuil tafelkleed de koffiepot verscheen, bleek hij gevuld met heet water. Vijf minuten later werden zakjes nescafe gebracht. De vruchtensap was uit blik, het brood al uren geroosterd en het gebakken ei steenkoud. Het zou allemaal niet erg zijn als de rekening niet zo astronomisch was geweest.

Om zes uur gingen we naar het terras waar de groep zich zou verzamelen om - voor de eerste avond - gezamenlijk te gaan eten. Anton had in een klein etablissement waar ze lekkerder konden koken voor minder geld een Sri Lankaans buffet besteld. We dronken eerst een drankje op het hotelterras om wat aan elkaars gezicht te wennen, terwijl Anton een praatje hield over de komende tocht, hygiënische omstandigheden, decente kleding, gebruiken en gewoonten, fooien en tips en meer van die praktische zaken.

 

zonsondergang

Daarna wandelden we over het strand naar het kleine restaurant dat een kilometer noordelijker lag. Het liep tegen zonsondergang en we bleven wachten aan de waterlijn totdat de zon de zee in zakte. Het Sri Lankaanse buffet bestond uit vele gerechtjes die goed met elkaar harmonieerden. Het bleek een mix van Indiase curry en Indonesische rijsttafel. Geen twee gerechten smaakten hetzelfde en alles was erg fijntjes gekruid. Bij het schikken van de plaatsen aan de lange tafel viel de groep meteen uiteen in rokers en niet-rokers, die elkaar overigens goed verdroegen. Maar zeventien namen onthouden zat er de eerste avond nog niet in.

Dinsdag 2 februari

Vanwege de dubbele boeking had Anton bedongen dat we met de hele groep gratis mochten ontbijten in Catamaran Beach. Dit werd een klein feestje. Op de buffettafel stonden vers fruit, meerdere soorten heerlijke broodjes die in kwartjes waren gesneden zodat je ze allemaal kon proeven, flensjes, zelfgemaakte marmelades, heerlijke blokjes kaas, alle denkbare vormen van ei, blonde thee en koffie die niet van oploskoffie was gemaakt.

De bus die ons na het ontbijt zou komen halen kwam niet opdagen. We zaten buiten in een heerlijk zonnetje te wachten tot er een half busje verscheen omdat de grote bus pech had gekregen. In twee ploegen werden we naar de boten gereden waarmee we op de Hollandse kanalen zouden gaan varen.

De Hollanders hebben Negombo rond 1650 op de Portugezen veroverd en er een belangrijk centrum van gemaakt door een oud kanalenstelsel uit te breiden om kaneel, kruidnagelen, peper en edelstenen gemakkelijk naar de haven te brengen en van hieruit te verschepen
De Hollanders maakten ook een kanaal bij Galle, een belangrijke plaats voor de VOC in het zuiden, maar in vergelijk met de 1000 km lange irrigatiekanalen die al in de twaalfde eeuw door de Singalezen werden gegraven, zijn dit geen opzienbarende prestaties.

Het was nog een heel gepuzzel voordat iedereen zijn plek had gevonden, maar we pasten in drie motorbootjes waarvan de verrotte houten bankjes vervangen waren door zes keukenstoelen, waarvan de rieten zittingen al lang waren vergaan. Het riet was kunstig vervangen door vlechtwerk van transparant nylon. Op het vakmanschap van de matter viel niets aan te merken.

De wirwar aan kanalen en kanaaltjes was adembenemend mooi en deed wel iets denken aan het natuurgebied Naarden, behalve dan dat de oevers voornamelijk door palmen werden gesierd waartussen citrus- en bananenbomen groeiden. Op sommige plaatsen deed de vegetatie meer oerwoudachtig aan, daar waar enorme lianen het geboomte overwoekerden. We voeren te hard om details te zien, maar er zullen ook wel orchideeen groeien.
Spannend was het speuren naar varanen die in Sri Lanka nog voorkomen. Niet de woest soort die mensen verslindt gelukkig. We zagen er een van bijna een meter lang, en twee die nog erg klein waren. Een van de andere boten was over een kleine krokodil heengevaren.

We bezochten een fabriekje (wat heet) waar cocosdoppen van hun vezels werden ontdaan om als grondstof te dienen voor bezems, matten en touw. Er stond een grote slijpmachine waaraan vier personen werkten. Een ontmoedigende berg doppen lag op verwerking te wachten.
Elke dag werd een voorraad voorgeweekt. De door het water zachter geworden doppen werden door een jong meisje aangedragen en aan de eerste man gegeven. Hij scheidde de zachte vezels van de stugge en stuurde die naar een soort open centrifuge waar ze tot een luchtige wolk werden geschud. De wolken werden vervolgens door andere mannen met een harkje over de weg uitgespreid om te drogen en voelden fluweelzacht aan.

donszachte cocos

De eerste man sloeg dan kop en kontje af van de schillen en gaf ze door aan de tweede man. Die haalde de nog stugge basten door een soort slijpmachine en gaf de geslepen doppen door. De derde man joeg de nu buigbaar geworden basten door een nog fijne slijper, waarna de verzels loslieten. Hij gaf de bundeltjes vezels aan de vierde man, die telkens van twee bosjes er eentje maakte en ze netjes toevoegde aan een stapel waarvan alle draden in dezelfde richting wezen. Zodra het pak een meter hoog was werd het kunstig tezamen gebonden.

Een tweede uitstapje vormde een destilleerderij van inheemse arak, die (om het spannend te houden) illegaal of clandestien werd genoemd. Onzin natuurlijk, want het was er een komen en gaan van toeristenbootjes. Dat deze fabriek herhaaldelijk van plek veranderde, had meer te doen met het feit dat de leeggetapte palmbloemen geen vocht meer opleverden, dan met clandestien gedoe want arak wordt gemaakt van het sap van de palmbloem.

Hoog in een groepje palmen waren koorden gespannen, waaroverheen de klimmer zich als een koorddanser van de ene palm naar de andere kon begeven. Dit was spectaculair.
Een oudere man die verdrietig vertelde dat het vak uitstierf klom, gewapend met een scherp hakmes, een rond houten hamertje, een grote kalebas en een houten gereedschapskistje in rap tempo met zijn blote voeten langs een smalle palmstam naar boven waar de dikke bloemen zaten. Hij maakte een snee, klopte op de bloem, en ving het sap op in zijn kalebas. Hij danste over het koord naar een volgende palm, waarbij twee touwen die iets hoger waren gespannen dan het touw waarover hij liep, hem als armleuning dienden. Zo begaf hij zich van palm tot palm - er waren er zes met elkaar verbonden - om vervolgens beneden te komen met een kalebas vol sap dat wij mochten proeven. De smaak was met niets te vergelijken en was op een bepaalde manier nogal zuur.

Een eindje verder stond een een enorm olievat dat als kachel werd gebruikt. Boven op stonden als koepels twee uit klei gebakken waterkommen ondersteboven die als kolven dienden. Het destilleervocht werd in een flinke tuinslang door een kuip water geleid om af te koelen. Zo werden per zes uur 65 flessen geproduceerd die grif verkocht werden aan kroegen en locale bevolking. Arak is van nature kleurloos, maar kan bruin worden gemaakt door een scheut caramel toe te voegen. We mochten er uitgebreid van proeven.

Een volgend stopje werd gemaakt bij een groep vrouwen om klappermelk te drinken, en daarna tuften we naar een kroeg die tegenover een ommuurd hotel lag dat erg chique heette te zijn. Twee uit onze groep stapten de bewaakte hekken door om er een folder te gaan halen en kwamen giechelend terug vanwege de astronomische bedragen die voor een bed werden gevraagd.

JW en ik hadden besloten om ’s middags het stadje Negombo te gaan bekijken, Het bleek een slaperige provincieplaats die weinig te lijden had van het toerisme. We kwamen slechts een Engelsman tegen en de prijzen waren dan ook een stuk lager dan langs de kust. Voor eenzelfde flesje zonnebrandmelk dat we gisteren kochten langs de strandweg betaalden we hier maar de helft.

Het viel nog niet mee om twee aardige lappen te vinden die we tijdens de reis als beddenlaken konden gebruiken en later thuis als tafellaken. Uiteindelijk viel de keuze op Sri Lankaanse batik die mannen hier als sari dragen. Hoewel we nog in de batikstreek zullen komen, kochten we ze voor 400 rupees per stuk, wat later spotgoedkoop zou blijken.

In een islamitisch café namen we twee stukken heerlijke cacke als lunch en een bierglas vol geperst fruit dat deed denken aan de prachtige vruchtensappen die we in Abu Dhabi dronken. Ook nu waren de verschillende vruchten niet door elkaar geroerd, maar lagen de smaken en kleuren kunstig tegen elkaar aan. Er dreven ook stukjes fruit doorheen, plus ijsklontjes die we er eerst voorzichtig uitlepelden. Men zegt dat mohammedanen uit godsdienstige overwegingen rein op hun keuken zijn. Of dit overal opgaat waag ik te betwijfelen, maar hier ging het naar omstandigheden behoorlijk proper toe.

Nou ja, proper… Opvallend was (ook in Goa meegemaakt) hoe keurig geknipte stukken krantenpapier als servet werden rondgedeeld. Er werden trouwens ook hapjes in verpakt. Omdat iedereen met zijn handen eet en er nergens wasbakken zijn, is absorberend krantenpapier een probaat en goedkoop middel. Met zuinigheid en vlijt, want iemand staat toch iedere avond de oude gekregen kranten in nette servetten te knippen!

Het was dat we geen honger meer hadden, maar toen we weggingen werden er buiten voor de deur droge, knapperige flensjes gebakken in een diepe pan. De flensjes namen het model van de pan aan en gleden er als een mandje uit. In de zo ontstane bakjes werd een gepocheerd ei opgediend, of een schep scherpe linzencurry.

Hadden we even de illusie dat in Negombo al riolering was omdat we geen mannen in de goten zagen plassen, dit werd gelogenstraft toen we in een rustigere straat kindertjes hurkend in hun blote kontje hun hoopje de goot in zagen mikken. Toch maakt het stadje een redelijk welvarende indruk. De winkels zijn goed gesorteerd, de mensen zien er niet ongezond uit en gaan behoorlijk gekleed. In vergelijk met India zijn er maar weinig bedelaars. Degenen die hun hand ophouden zijn eenzame oudjes of gehandicapten, hoogstwaarschijnlijk lepralijders.

 

home!
[Negombo] [Sigiriya] [Giritale/Polonnaruwa]
[Nalanda] [Kandy] [Bandarawella]
[Habantota] [Hikkaduwa] [Negombo]
Volgende