Zuid India


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Mamalapuram
Pondicherry
Kumbakonam
Tiruchirappalli
Madurai
Kodaikanal
Periyar
Alleppey
Cochin
Kovalam
Abu Dhabi
Thuiskomst

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

spelddonderdag 13 maart

Om half negen vetrokken in een veel te grote bus voor ons zessen + gids + chauffeur + bijrijder. Het eerste uur was er nauwelijks asfalt te bekennen en we sukkelden over stoffige zandwegen zuidwaarts. Het landschap is dor, hoewel de droge tijd nog moet beginnen, en doet wat aan Aruba denken. Ik zag tenminste schijfcactus en aloë groeien. Het meest opvallende was dat de weg nergens leeg was. Overal mensen. Ze bewogen zich voort, waren aan het werk of zaten daar zomaar te zitten. Langs de hele weg stonden, al dan niet verscholen tussen de bomen, kleine hutjes in groepen bij elkaar. Ik wachtte op een leeg stuk weg om een plasstop aan te vragen, maar er was nergens een verlaten berm te zien.

Gelukkig wilde Victor, de Portugees uit ons gezelschap, de kraanvogels van dichtbij bekijken toen we langs een meer reden. Op een brug in aanbouw stapten we allemaal uit. De vlakte was zo kaal als een luis, geen struik te bekennen. Beseffend dat half India de broek bij hoge nood laat zakken (al zie je nooit dames hurken) besloten wij, de drie meiden, dit voorbeeld te volgen. Het werd een vrolijke boel want we hurkten gelijktijdig naast elkaar in het volledig open veld. Omdat we jeans droegen (sindsdien alleen nog maar wijde rokken) moesten we letterlijk met het achterwerk bloot. De vrachtwagens die passeerden toeterden luid. De chauffeurs zwaaiden vrolijk en wij zwaaiden terug. Eentje ging er heel langzaam rijden. Hij bleek een laadbak vol vrouwen te vervoeren die ons verbijsterd aanstaarden. Wij kregen alleen maar de slappe lach.

Vlak voor Pondicherry bezochten we het Auroville, de idealistische stad waaraan 126 landen tezamen al in 1968 zijn begonnen. Wat ervan gereed is, is imposant, maar het schijnt bij lange na nog niet af te zijn.
De strenge gids die ons met straffe hand rondleidde zag er als een waakhond op toe dat wij alleen zagen wat hij ons wilde laten zien. Zo konden wij niet met eigen ogen constateren dat er weinig schot in het project zat. We lazen er later over in de boeken.

Het was er een beetje benauwend. We mochten niet praten tijdens de wandeling, laat staan lachen, niet roken en niet buiten de paden gaan. We mochten niet dit, en we mochten niet dat. We waren blij toen we konden ontsnappen naar de kwekerij, want de natuur is tenminste normaal. Schitterende vijver met waterlelies en een hele rij bloeiende cambodjabomen die bedwelmend geurden. We staken afgevallen bloemen achter onze oren om langer van het zware parfum te genieten. Er bleek een Nederlandse vrouw rond te lopen die de dikte van de bomen moest opmeten. Ze was in die omgeving ook al wat wereldvreemd geworden.

Pondicherry, tot 1950 nog een Franse kolonie, is geen opzienbarende stad. Het heeft bijvoorbeeld geen tempels. Het is er, naar Indiase begrippen, wel keurig netjes en ook redelijk welvarend. We brachten de tijd door met eten op een dakterras, waar ook een groep Indiase zakenmannen zich tegoed deed. Opmerkelijk was, dat al deze mannen uitgesproken gezet waren, iets wat je in India niet vaak ziet. We slenteren naar zee wat niet spectaculair was. Strandleven komt hier nog niet voor. We beleven een tijdje op een bordes rondhangen, waar iedereen naar de zee stond te staren. Het meest boeiende schouwspel leverde echter een straatveegster op die zeer behendig, met in elke hand een takkenbosje, doorlopend papiertjes en peukjes verwijderde die iedereen ongegeneerd meteen weer liet vallen. Hoewel je kon zien dat de vrouw armoedig was, zag ze er schoon en verzorgd uit in haar wijde zigeunerrokken.

We lieten ons door een autorikshaw naar de markt brengen om katoenen lapjes te zoeken. Er was een verwarrend grote keuze in textiel. Het begon met eenvoudige katoentjes en eindigde met zuiver zijden voile. We kregen ook alle kwaliteiten te zien die hiertussen liggen zodat het ons begon te duizelen. De prijzen waren ongelooflijk laag (fl.35 voor een zijden sari van 8 meter, met gouddoorweven randen) dus we sloegen meteen maar cadeautjes in voor het thuisfront.

Langs de vele kramen op de stoffenmarkt zaten nog meer kleermakers achter hun Singer trapnaaimachine. Deftige en eenvoudige dames brachten er hun verstelgoed heen. Ze lieten zich de maat nemen, kochten een lapje en lieten er topjes naaien met strakke mouwtjes en blote buik, of elegante zijden pyjama's.

Bepakt en bezakt namen we een fietsrikshaw terug naar het hotel. Het was een rit om van te genieten. Zo kenden we India weer. Kriskras laverend tussen voetgangers, koeien, auto’s, (brom)fietsen en karren. Je kon weer over de hoofden lopen. Het was een deinende mensenzee. We kwamen zintuigen te kort om alles in ons op te nemen en de steeds wisselende geuren op te snuiven.

We waren te verzadigd van indrukken om nog ergens in de stad een restaurantje te zoeken. Roomservice besteld: bordje tomaat, bordje komkommer, raita, en de heerlijke broodsoorten roti en naan. Omdat we nieuwsgierig waren bestelden we ook nog een toetje met een moeilijke naam. Het bleek een klein rijstmeelballetje in honing te zijn dat overheerlijk smaakte. Hierna moesten we alle lappen in de koffers zien te pakken.

 


Mamalapuram |  Pondicherry |  Kumbakonam |  Tiruchirappalli |  Madurai |  Kodaikanal |  Periyar |  Alleppey |  Cochin |  Kovalam |  AbuDhabi |  Thuiskomst