Zuid India


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Mamalapuram
Pondicherry
Kumbakonam
Tiruchirappalli
Madurai
Kodaikanal
Periyar
Alleppey
Cochin
Kovalam
Abu Dhabi
Thuiskomst

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speldzaterdag 22 maart 1997

Van Kodaikanal naar Periyar

JW heeft het zwaar te pakken met hoge koorts en diarree, maar moet de bus in. Met Kees gaat het ook niet lekker want die is koortsig en snotverkouden. Irene is de halve reis zo misselijk als een kat van het hairpins rijden, maar niettemin weet Maghal met goed gedoseerde stopjes ons redelijk gaaf in Periyar te krijgen. Deze chauffeur is een hele beste, spreekt goed Engels en houdt iedereen tijdens de rit in de gaten. Ravi is een lieverd, steeds zorgzaam bezig om het ons naar de zin te maken. We vormen nu ook een aardige groep en beginnen met elkaar op te trekken. Maghal liet Irene een lemoentje uitknijpen in haar waterfles. Dit bleek een goed middel want haar misselijkheid ging langzaam over.

JW moet een noodstop maken en wankelt op zijn benen. Maghal zegt dat hij nu ORS moet gaan drinken en duldt geen tegenspraak. Ik kan onmogelijk in mijn koffer, maar Heleen heeft ORS-bruistabletten in haar tas. We hebben echter geen beker om ze in op te lossen. Maghul rijdt, smoezend met Ravi, een paar kilometer door en stopt in een plaats. Ravi springt uit de bus en schiet een willekeurig hotel binnen om een glas te lenen. Als JW zijn ORS heeft opgedronken brengt Ravi het glas weer terug.

Omdat we een uur later allemaal vreselijk moeten plassen, gaan we meteen maar iets eten. Het wordt een zeer lokale eettent. Een toilet is er niet, maar wel een soort “pissoir” waar je geen hand voor ogen kunt zien. Er blijkt een betegelde vloer te zijn met een paar sleuven. De deur kan niet op slot, dus we houden om beurten de wacht. De plassen klateren op de vloer en spetteren onze voeten nat. We krijgen onbedaarlijk de slappe lach.
JW is na zijn ORS wat bijgekrabbeld en komt samen met Maghal ook even kijken. Hij wil van de restjes eten, maar dit wordt hem door iedereen verboden.

In Periyar treffen we piepkleine bungalowtjes die verre van schoon zijn maar wel een heerlijk terrasje hebben voor de deur. JW duikt meteen met hoge koorts in bed, terwijl ondertussen drie man personeel door de kleine kamer dendert omdat er geen water uit de wasbak blijkt te komen. De hele wasbak gaat van de muur, maar na anderhalf half uur werkt alles naar behoren. JW slaapt ondertussen door alle herrie heen.

Kees is ook zijn bed ingedoken om koorts weg te slapen. Irene en ik besluiten om een motorrikshaw naar het meer te nemen. Hebben we dat tenminste vast gezien. We moeten 50 rupees p.p. betalen voor een toegangsticket naar het natuurgebied, plus nog eens 50 rupees voor de rikshaw, maar plezier hebben we wel. De driver babbelt aan een stuk door en snijdt voor ons sandalwood van een boom. Hij wijst ons ook een beer die in het struikgewas rondscharrelt. Na een kilometer of vijf komen we bij het meer, dat verstild en prachtig in de nevels ligt die boven de waterspiegel hangen. De chauffeur zal op ons blijven wachten terwijl wij een ommetje gaan lopen.

Er valt alleen geen ommetje te lopen. Beneden ons ligt een schilderachtig meer met brede uiterwaarden, maar de toegang tot het groen is alleen voor mensen die een bootkaart kopen. Aan de overkant op de heuvel graast een kudde, maar hij is te ver weg om te zien of het buffels zijn of reeën. Prachtig is het zeker, en we blijven een hele tijd van het uitzicht genieten. Dan gaan we terug.
Het bos is zeer dor. Een kwart van de bomen is op stervens na dood en de rest verkeert in erbarmelijke staat. Als hier niet snel een bui valt blijft er niet veel van over.

Bij thuiskomst rond een uur of zes, het is al bijna donker, duik ik ook maar in bed. De deur naar het terrasje laat ik open. Heerlijk fris, al barst het hier van de muggen. De temperatuur is hier veel lekkerder dan boven in de bergen.
Even na tienen wordt ik wakker van de honger. Het restaurant is net dicht gegaan, maar ze willen met een vriendelijk gezicht best nog een ommeletje bakken dat ik met een lachend gezicht krijg opgediend. Aardige mensen overal. Kom daar in Holland maar eens om.

speldzaterdag 22 maart 1997

Iedereen heeft de vroege wandeling laten schieten en Ravi loopt met z’n ziel onder de arm en voelt zich overbodig. Irene en ik beginnen de dag plichtsgetrouw met de grote was, spannen twee lijntjes tussen onze maisonettes en hangen de rest van onze boel tussen de handdoeken van het personeel te drogen. Het is een klamme dag met onbestendig weer.

Ik ga op m’n eentje ontbijten met een boek en wordt weer vriendelijk bediend. Ik trakteer mijzelf op toast with cheese in plaats van marmelade, maar merk dat de tosti behalve kaas ook suiker bevat. Ze doen hier ook werkelijk overal suiker overheen!
Dan slenter ik een stukje langs de weg omhoog. Ik kom een kashmir-zaakje tegen waar ik briefkaarten kan kopen. Ik zie er een grappig rokje hangen. Geen plaats meer in mijn koffer. Ik slenter terug en kom bij een kruidenverkoper die verse vanillestokjes blijkt te hebben en mooiere prentbriefkaarten dan ik zojuist heb gekocht. Ik vraag welke kruiden hij heeft tegen diarree omdat mijn man ziek is, en hij geeft me een zakje gemberpoeder met tien builtjes thee. Hij wil hier geen cent voor hebben en hoopt dat dit helpt.

JW gaat langzaam vooruit en leest wat in bed. Hij krijgt zin om op het terras te zitten. Maghal komt een praatje maken en zegt dat hij ook veel thee met citroen moet drinken om goed door te spoelen. Ik ga buiten de poort citroenen halen en kom weer langs de Kashmir-winkel. Weer maken we een praatje, de Kashmir en ik, en voordat ik het goed en wel besef koop ik snoertje granaten die hij hardnekkig robijnen blijft noemen.
JW knapt elk uur verder op en vindt de granaten gelukkig een aanwinst. ‘s Avonds stuur ik Heleen en Irene nog naar het winkeltje toe. Irene koopt er de blauwe rok met olifanten die ze de verdere reis dag en nacht zal blijven dragen.

 


Mamalapuram |  Pondicherry |  Kumbakonam |  Tiruchirappalli |  Madurai |  Kodaikanal |  Periyar |  Alleppey |  Cochin |  Kovalam |  AbuDhabi |  Thuiskomst