|
Zuid India
|
|
Navigatie HomeOver elisa Zwartboek Boekbinden Weblog |
|
De route Mamalapuram
|
|
Andere reizen Noord India '96Zuid India '97 Rajastan '98 Goa '98 Sri Lanka '99 Noord/Zuid '01 |
|
Overig India EtenTips Boeken Links Sari Muziek Foto's '01 |
|
© 1998 Verhalen nochfoto's svp verspreiden zonder vermelding van bron. |
|
Downloads Alle verslagenzijn integraal te downloaden. |
mijn postbus |
Om acht uur afscheid van Madurai. De stad heeft wel iets en we waren er best
nog graag een dag gebleven. Toen we beneden kwamen stond de portier, met snor
in Engels uniform, al naar me te gluren want ik had hem Hollandse muntjes beloofd
voor zijn zoontje. Ze zijn overal in Zuid-India tuk op pennen, aanstekers en
munten. Het is een echte rage. Niet alleen kinderen vragen er om, maar ook grote
kerels zoals obers, portiers, politieagenten en winkeliers. Ze doen alsof het
voor hun kinderen is, maar ze zijn zelf nog kind genoeg om die dingen te sparen.
De portier was zo gelukkig met mijn gave (gulden, kwartje, dubbeltje, stuiver),
dat hij mij kushandjes achterna wierp toen we wegreden.
Toen ik gisteravond in het restaurant mijn weggooi-aansteker gebruikte schoot
een bediende toe om te vragen of ik de mijne tegen de zijne wilde ruilen. Ik
had er een waar Paris op stond, had hij op afstand gezien, en hij
had er eentje met Beer. Ik waarschuwde nog dat de mijne bijna leeg
was, maar hij wilde hem hebben. Ik vond het een prima ruil want de zijne was
vol. Bij de tempel gisteren vroeg een handelaar in platgeslagen gouden hindu-oorhangers
of ik mijn oorknoppen wilde ruilen tegen een paar van de zijne, maar dit heb
ik niet gedaan.
Vandaag weinig interessante stops gehad onderweg. Een plasplaats die zeer primitief
was maar brandschoon, en een vrouwtje dat ananassen voor ons schilde die heerlijk
smaakten. De ananassen zijn hier klein, zacht, zoet en sappig. Ik zal ananas
in Holland nooit meer lekker kunnen vinden. Toen reden we de cultuur uit en
de bergen in waar het landschap steeds groener werd en de temperatuur steeds
koeler.
Kodaikanal leek een soort Valkenburg. Het is de vakantieplaats voor welgestelden
uit Madurai. In de Engelse tijd is het sanatorium geweest. Het ligt op 2300
meter hoogte en het is er bijna vijftien graden koeler dan op het lager gelegen
land. De anderen vonden dit heerlijk, maar ik vond het fris. Na een uur trok
ik al een truitje aan.
JW moest boeten voor zijn enthousiaste tempelgangen in Madurai en was oververmoeid.
Hij sliep de hele middag en ging weer met de kippen op stok zonder eten. Ik
nam de tijd om om de reisgids nog eens door te lezen. We hebben de verdere middag
maar weinig van de omgeving gezien maar rustten wel lekker bij.
Om tien uur gingen we, na een langdurig en weinig opwindend ontbijt, dauwtrappen.
Ravi had ons natuur beloofd. JW zou om elf uur per jeep met de lunchpakketten
naar de rotspunt komen waarheen wij zouden lopen, en Victor kwam te paard.
De eerste vijfhonderd meter van de tocht bestond uit een enorm steile trap omhoog
om op de weg te komen. Halverwege waren Irene en ik al buiten adem want op 2300
meter is de lucht behoorlijk ijl. Hierna ging het over de rijweg verder bergopwaarts.
Ravi miste een weggetje en toen moesten we weer naar beneden. Hij wist niet
precies meer hoe we moesten lopen, dus even later klommen we dezelfde weg weer
terug omhoog. De moslims, vrije dag op vrijdag, kwamen bij busladingen vol naar
hun eigen vakantieoord. We snoven dus meer walm en roet dan frisse lucht in,
terwijl we doorlopend de vieze bermen werden ingedrukt door touringcars.
We hielden dit nog een minuut of zeven vol, maar staakten toen de strijd. Dit was niet leuk, maar hoe moesten we JW en Victor onderscheppen? We liepen terug naar het hotel (al die steile trappen weer af) terwijl Ravi als een hazewind vooruit ging om JW en Victor nog te pakken te krijgen, wat weinig moeite kostte. Victor had zijn paard nog niet eens ontvangen en JWs jeep bleek gewisseld voor een busje dat nog maar net was gearriveerd. Het hotel had trouwens de lunchpakketten nog lang niet klaar, zodat Ravi tijd genoeg had om een locale gids op te sporen die ons naar de natuur zou brengen.
Eindelijk dan met zn allen het busje in als haringen in een ton, en stopjes maken onderweg voor bezienswaardigheden. Zoals de waterval, die door de droogte nog maar een heel klein stroompje produceerde. Voordat we hem konden aanschouwen moesten we via keien, kiezels en boomwortels een stevig eind de diepte in, en daarna via een ander pad weer omhoog. Ik had onderhand het gevoel of alle pezen in mijn bovenbenen waren gescheurd en ik was niet de enige, bleek later. We zouden tenslotte met het busje naar een picknickplaats rijden aan het water, maar de weg bleek afgesloten. De laatste kilometers moesten we lopen met de etenswaren en de vele flessen water. Hoewel de gids steeds riep dat het geen afstand was, bleek het een pittig eind te zijn, en eigenlijk te ver voor JW die iets aan zijn heup heeft.
De plek aan het water waar we terecht kwamen was naar Hollandse begrippen nogal saai en ongezellig. Thuis zouden we er nog geen meter voor hebben omgelopen. Irene had toevallig een batiklap in haar tas, en spreidde dit uit als tafellaken. We aten de in het hotel bereide fried rice with vegetables van bananenblad-bordjes die Ravi nog snel was gaan kopen toen wij bij de auto stonden te wachten. Omdat het hotel niet geweten had hoe een picknick gemaakt moest worden, had hij maar ingegrepen. Met welk water de bananenbladeren waren afgespoeld, kon hij ons niet vertellen.
Na de lunch (wel een paar kleine aapjes gezien) wandelden we terug naar het busje. De vrouwen uit het kampement van de wegwerkers kwamen vragen of ze onze lege waterflessen mochten hebben. We bleven een tijd lang staan praten. Toen reden we terug naar Kodaikanal, dromend van cappucino met chocoladetaart, die Victor en Heleen gisteren al in de hoofdstraat hadden ontdekt. Ze namen ons mee naar hun adres en hadden niet teveel beloofd. Het was een bakker die zijn opleiding in Frankrijk had genoten. Zijn vitrines lagen vol met versgebakken chocoladepunten, chocoladesoezen, chocoladeschuim. We mochten uit de voorraad kiezen, kregen verse expresso en cappucino en vielen op de taartjes aan als wolven. We werkten er twee per persoon naar binnen en besloten hier morgen weer naar toe te gaan.
Verzadigd en verzaligd slenterden we terug langs een winkelstraat waar Irene, Heleen en ik een kledingboetiek binnenschoten. We amuseerden ons geruime tijd met broeken en bloesjes passen en kregen gezelschap van een Vlaamse jonge meid die al drie maanden door India zwierf. Die genoot zichtbaar van het Hollands praten, winkelen en ginnegappen met sexegenoten. Ze zou, ondanks hardnekkige diarree waaraan ze permanent leed, nog acht maanden in India blijven. We waren blij dat ze onze dochter niet was.
Victor en Kees hadden, wachtend op de stoep voor de winkel, ondertussen besloten om samen een uur te gaan paardrijden rond het meer. Wij (Irene, Heleen, JW en ik) slenterden naar beneden naar het water, en bleven wachten op een plek waar ze langs zouden komen. Het duurde een hele tijd voordat ze er waren en ondertussen werd het fris en bijna donker. Toen ze er eindelijk waren mocht Irene het laatste stuk rijden op Victor zn paard. Ze deed dit als een volleerde amazone, hoewel ze nog nooit op een paard had gezeten.
We spraken af met zn zessen te gaan eten in het sjieke Carlton, waar Kees en Irene gisteravond geweldig hadden gesmuld. In The Lonely Planet stond het buffet ook als zeer bijzonder beschreven. We doften ons op en trokken om halfacht weer te voet naar de andere kant van Kodaikanal, hoewel iedereen bij nader inzien liever (en desnoods zonder eten) zijn bed was ingedoken. Het werd een vrolijke avond hoewel niemand veel at, behalve Heleen en Victor natuurlijk, maar s nachts werden Kees en JW ziek.
Mamalapuram | Pondicherry | Kumbakonam | Tiruchirappalli | Madurai | Kodaikanal | Periyar | Alleppey | Cochin | Kovalam | AbuDhabi | Thuiskomst