Zuid India


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Mamalapuram
Pondicherry
Kumbakonam
Tiruchirappalli
Madurai
Kodaikanal
Periyar
Alleppey
Cochin
Kovalam
Abu Dhabi
Thuiskomst

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

spelddinsdag 25 maart 1997

Van Alleppey naar Cochin

Cochin blijkt een sauna te zijn. Hoewel de temperatuur (volgens de krant) niet hoger is dan 32 graden, lopen ons de stralen uit het lijf. Niet alleen midden op de dag, maar het hele etmaal door. Het water gutst onze poriën uit en we raken niet bijgedronken. Zes, zeven flessen water gaan er per etmaal minstens doorheen.

We zijn rond een uur of vier in het hotel gekomen dat het schoonste is van de hele reis. De kamer is geheel van steen: vloeren, wanden, nachtkastjes, kofferbanken wat in zo’n vochtige omgeving ook zijn bezwaren kan hebben, maar dat merken we pas de volgende dag. Voorlopig maken we alleen nog maar plannen om ‘s avonds met z’n zessen naar een Indiase dansvoorstelling te gaan. Ravi zegt dat we die niet mogen missen, en ook de pamfletten die ons worden verstrekt prijzen het spektakel aan.

Op het plattegrondje van de stad dat Ravi voor ons heeft gehaald lijkt het theater niet ver weg. Hij zegt ook dat het vijf minuten lopen is, dus gaan we te voet. Het blijkt een tippel van minstens een half uur. De schaal van de plattegrond is bedrieglijk. Cochin blijkt een behoorlijk grote stad te zijn.

Bovendien, is ons al vaker opgevallen, kan een Indiër niet tellen. Evenmin heeft hij benul van tijd. Alles wat hij niet echt ver vindt schat hij op vijf minuten. Een Indiër telt ongeveer als: een, vijf, veel... Tellen gaat hem zelden makkelijk af. Iedere berekening, hoe simpel ook, gaat wel zesmaal overnieuw. Reden waarom iedere geldtransactie ook in winkels zeer lang kan duren.

Vijf minuten lopen dus, en dan belanden we in een veredelde stal die met kunst en vliegwerk als theater is ingericht. De voorstelling moet op papier ruim twee uur duren, maar is binnen vijf kwartier voorbij. De meeste tijd verglijdt aan geouwehoer van een verteller die van alles probeert uit te leggen, ook dingen die de domste gans nog kan begrijpen. De man hoort zichzelf dus bijzonder graag praten.

Het dansen duurt hierdoor maar kort en het gaat er zo lomp en boertig aan toe, dat het bijna gênant is om naar te kijken. De begeleiding (trommel, klingels en gezang) is weinig bezield en lijkt nergens naar. De muziek is saai en eentonig, het is te donker om foto’s te nemen, de stoelen zijn hard en de lucht staat bol van hitte en zweet.

Als we weer naar buiten mogen loopt de trommelaar ons nog achterna met de vraag of we als buitenlanders de dans niet extra willen steunen. We hebben voor deze miskleun al ieder 50 rupees betaald en vinden dit meer dan voldoende.
Ravi, die ons uit het theater heeft opgehaald, wijst ons halverwege theater en hotel een goede Chinees. We eten er heel behoorlijk, maar de verleidelijke toetjes die op de menukaart staan zijn toevallig op. De fantastische ijssalon die in Cochin schijnt te zijn is te ver lopen.

speldwoensdag 26 maart 1997

Synagoge, beeldjes, vis en ijs

We staan vroeg op en nemen een rikshaw naar het hoofdpostkantoor om te informeren of we zeepost naar Holland kunnen zenden. We blijken meteen aan het goede adres. De prijs bedraagt 750 rupees voor de eerste kilo, en voor iedere kilo meer (tot een maximum van 20) komt er 75 rupees bij. We maken vast een praatje met de ambtenaar die het pakket morgen zal afhandelen.

Vervolgens slenteren we naar de haven om de ferry te nemen naar de oude stad aan de overkant van het water. Victor en Heleen staan hier ook al te wachten. De oversteek kost 1,60 rupee hetgeen neerkomt op een dubbeltje. We varen een schilderachtig tochtje en kunnen de sky line goed bekijken.

Een rikshaw brengt ons naar de Synagoge waar een oogverblindende Chinese tegelvloer ligt uit de zeventiende eeuw. De rest van het interieur is eerder grappig dan interessant. Als we weer buiten komen slaat de warmte over ons heen. Het is maar 32 graden, maar zo klam dat alle zweetkraantjes weer open gaan. We begeven ons in zeer kalm tempo naar het Hollandse Fort dat niet ver van de Synagoge af ligt. Dit is nog in redelijke staat naar Indiase begrippen. Leuk om de typisch Hollandse bouwstijl hier te zien. Vensterbanken waarin je kunt zitten, en balken tegen het plafond. De muurschilderingen zijn bijzonder fraai en nog in mooie staat. Ze zijn er gelukkig zuinig op. Er mag niet worden gefotografeerd.

Na het bezoek aan het Fort vinden we een drankjesverkoper met een paar stoelen in de schaduw. We puffen uit en JW blijft in de schaduw zitten terwijl ik de buurt verder verken. Ik ontdek een kleermaker die dezelfde katoenen kieltjes maakt als we twintig jaar geleden in de Bijenkorf kochten. Alleen waren ze toen stinkend duur terwijl ze hier tweevijftig kosten. Ik koop er vier in de prachtigste ruiten.

Er is een buslading Zwitsers voor het Fort gedumpt. Ze mogen eerst naar binnen om de schilderingen te bekijken, maar moeten daarna verplicht winkelen. Dit komt me goed uit, en ik drijf met de menigte mee: winkel in, en weer uit. Ongezien in de grote stroom bekijk ik alles wat staat uitgestald want dit is dè buurt voor antiek. Veel rommeltjes overal, veel beschadigd spul uit grootmoeders tijd of gave attriburen uit de antiekfabriek. Als de Zwitsers genoeg van het gewinkel krijgen loop ik de straat nog uit tot aan de Synagoge.

Een winkeltje trekt mijn aandacht, al weet ik niet precies waarom. Ik ga er binnen en laat me door een meisje alles tonen wat ze hebben. Ze vraagt wat ik zoek, en ik vertel waarvoor ik belangstelling heb. Ze neemt me mee naar een achteraf gelegen kantoortje en laat zien wat ze heeft. Ik vraag naar de prijs, wijs die meteen af en zeg dat ik later terug zal komen met mijn man.

Twee uur later komen we pas terug, want we hebben eerst nog een blokje rond gelopen. JW is weg van het beeldje dat ik al heb gezien. Het jonge meisje dat mij eerder hielp is afgelost door de eigenaar. Nu begint het geduldige bieden en babbelen. We nemen er de tijd voor en de koop wordt na twee uur gesloten. We hebben niet genoeg cash meer op zak. De baas zal het bedrag ’s avonds in het hotel komen halen. Het beeldje mogen we al meenemen.

Hierna zetten we koers naar de haven om de Chinese visnetten in werking te zien. Maghal had al verteld dat je bij de afslag verse vis kunt kopen en ter plekke laten bakken. Dit doen we. In de smerigste tent van de hele vakantie smullen we van gegrilde makreel die nog geen uur geleden is gevangen. Tienduizend vliegen zitten op de pannen, en de kok wist zijn voorhoofd doorlopend af met de doek waarmee hij ook borden, tafels en bestek schoonmaakt. Ondertussen glimlacht hij hartroerend naar ons, en wij lachen terug. We voelen ons uitstekend op ons gemak en worden vorstelijk bediend. We eten als de Indiërs met onze handen. Alleen gebruiken zij er één, wat ons niet lukt. Het vet druipt van onze vingers. Een kraan is hier niet, dus poetsen we onze vette vingers met citroen schoon wat uitstekend lukt. Citroen breekt vet af, hebben we geleerd. Dit blijkt te kloppen.

Met een rikshaw terug naar de haven waar we de ferry weer nemen. Nu gaan we een tas kopen voor zeepost naar Holland. Bij een schoenwinkel vinden we precies wat we zoeken. We nemen opnieuw een rikshaw, ditmaal naar het “Caravan Ice Palace” ons door Ravi en iedereen die we spreken warm aanbevolen. Het blijkt een reuze sjieke tent met donkere ruiten waar de upper class uit geweldige ijscoupes zit te snoepen. Geen tafeltje in de grote ruimte is meer vrij. We sluiten aan bij een Indiase zakenman, gezien zijn westerse kledij, die tijdens het werk (actetas bij zich) van een smakelijke coupe geniet. Wij bestellen ook een prachtig glas en, omdat de vis zo goedkoop was, meteen maar een tweede. We laten ons welgedaan terugrijden naar het hotel.

Het hotel heeft een heerlijke douche, heet water en een grote emmer. We hebben onze waslijn dwars door de kamer gespannen, dus alles noodt voor de grote was. Terwijl JW in de lounge gaat wachten op de antiquair die zijn geld komt halen, sla ik onze kleren door het sop en tegen de tegels zoals ik Indiase vrouwen heb zien doen. De badkamer is zo warm en klam, dat het vocht weer in straaltjes begint te lopen. Ondanks de open ramen wil er geen briesje koelte komen. Het onweert, en er klettert een tropische bui naar beneden die geen verkoeling brengt.

De was hangt even later te schommelen onder de ventilator, maar droogt voor geen meter Kleren die we een half uur dragen kunnen meteen aan de lijn, want er zit geen droge draad meer aan. Het wordt nu lachwekkend. Mijn bril beslaat ervan en we zetten de deur naar de gang maar wagenwijd open. Niets helpt.

De antiquair was een slimmerd en had nog enkele mooie stukken in zijn binnenzak meegebracht. Alleen om te laten zien, natuurlijk. JW was er niet op ingegaan. Wel prima, want morgen hebben we nog een dag.

spelddonderdag 27 maart 1997

Postkantoor en beeldjesjacht

We kunnen niet vroeg weg want Ravi heeft alle paspoorten mee om de terugreis te confirmeren. Hij komt om tien uur terug en dan gaan wij met ons pakket naar het postkantoor waar we anderhalf uur moeten wachten voordat een goede afvaart is geregeld. Het pak wordt in katoen genaaid en we krijgen een banaantje van de man die ons ondertussen moet bewaken. De man die de naadjes met lak verzegelt doet dit niet met een officiële stempel, maar met een geldstuk. Zodra de munt aan de lak blijft plakken strijkt hij met de rupee een paar keer door zijn zwetende haar.

Dan nemen we weer de ferry naar Cochin. We worden al routiniers. We drinken iets op dezelfde stoelen als gisteren, maken een praatje met de Kashmirman van gisteren, ik haal nog drie kieltjes en een rok bij de kleermaker van gisteren en dan slenteren we weer naar de antiquair. De baas is er zelf. We zeggen niet veel. Hij is ook niet spraakzaam dus we wachten. Geduld. Rust. Tijd. Bezit uw ziel (en schaarse tijd) in lijdzaamheid.

Er komt een buurman binnen en er wordt wat gesmoesd in een hoek. Aan ons de vraag of we nog steeds geïnteresseerd zijn. We wiebelen met ons hoofd, en de buurman komt dichterbij en haalt iets uit een prop kranten. Een Shiva, ragfijn gesneden en bruin van ouderdom. We zeggen niets, maar wiebelen dat het mooi is.

De antiquair zegt dat hij thuis ook nog iets moois heeft. Willen we erheen om te kijken? We knikken en worden gereden in een auto met chauffeur. We zouden nu makkelijk ontvoerd kunnen worden, want we rijden het halve eiland over. We komen uiteindelijk bij een keurig huis in een keurige straat waar we thee te drinken krijgen. De collectie valt nogal tegen dus nu moeten we een bod uitbrengen op het beeldje van de buurman. Hiervoor is inmiddels een prijs genoemd die we verontwaardigd van de hand wijzen. Wat wij dan willen bieden? We gaan op een derde zitten, en zeggen er duidelijk bij dat dit ons uiterste bod is.

Als we terugkomen staan er nog twee mannen die iets willen verkopen. Ze worden door de antiquair de winkel uitgestuurd. Buurman gaat met de transactie accoord en de antiquair meldt eerlijk dat hij 10% van het bedrag krijgt. Omdat we nooit met veel cash rondlopen moeten we eerst naar de bank. De banken zijn gesloten, maar de antiquair weet er een waar we nog binnen mogen. Hij bestelt een taxi en gaat met ons mee. Ditmaal bereiken we de overkant van Cochin niet over water maar via een gigantische brug. Het is een aardige rit en we komen vlak bij ons hotel uit. We verzilveren cheques, wisselen adressen uit (altijd welkom) en nemen hartelijk afscheid. We moeten koffers pakken.

 


Mamalapuram |  Pondicherry |  Kumbakonam |  Tiruchirappalli |  Madurai |  Kodaikanal |  Periyar |  Alleppey |  Cochin |  Kovalam |  AbuDhabi |  Thuiskomst