Zuid India


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Mamalapuram
Pondicherry
Kumbakonam
Tiruchirappalli
Madurai
Kodaikanal
Periyar
Alleppey
Cochin
Kovalam
Abu Dhabi
Thuiskomst

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speldmaandag 31 maart 1997 (tweede paasdag)

Kovalam - Trivandrum - Abu Dhabi

Ravi had georganiseerd dat we om half zes bij de Duitse bakker zouden ontbijten. Ondertussen zouden dragers onze bagage over het strand naar de weg brengen, waar we drie taxi's zouden nemen. Toen we om kwart over vijf buiten kwamen zat Maghal breed lachend op ons te wachten. Jazeker, hij was met de bus en hij zou ons uitgeleide doen.

Ondertussen dat Ravi en Maghal voor de koffers zorgden, schuifelden wij tussen de strandslapers door naar de Duitse bakker. We konden op het dakterras terecht en klommen langs opgestapelde stoelen naar boven. We wekten een boy die op de grote tafel lag te slapen waaraan wij wilden zitten. Een eindje verder lag een tweede slaper op tafel, maar die lag prinsheerlijk tussen lakens en met zijn hoofd op een kussen. Ook hij werd wakker en stapte uit bed. Vouwde eerst zijn bovenlaken op terwijl hij het zorgvuldig glad streek en legde het op de stapel die hem als hoofdkussen had gediend. Het onderlaken kreeg dezelfde secure behandeling. Tot slot legde hij de hele stapel op een kastje dat voor buffet doorging. Het bleken de tafellakens te zijn.

Kauwend en slurpend zagen we de hoe dragers met onze koffers op hun hoofd voorbij liepen, wat een prettig gevoel gaf. Toen we bij onze bus kwamen was alles al ingeladen. We reden de nare weg terug naar Trivandrum en ik was me er scherp van bewust dat dit mijn laatste rit door India was dat ik weer met heimwee zou verlaten. Wat maakt dit land toch zo boeiend? De fantastische chaos die evengoed blijkt te werken dan strikte regels omdat iedereen hier water in de wijn wil doen? De onfatsoendelijke combinaties van kleuren, geuren en geluiden? De verbluffend goedverzorgde vrouwen die elke morgen weer smetteloos uit hun schamele hutjes kruipen? Hoe krijgen ze het voor elkaar terwijl ze wonen in een stal

Indiërs zijn schoon op hun lijf en hun kleding. Ze baden en wassen dat het een lieve lust is. Ik genoot nog even van de prachtige vrouwen met bloemen in hun haar in frisgewassen sari's. Hun lichte, elegante loop. Zelfs de vrouwen die langs de straat stenen hakten voor het asfalt zagen er op dit uur nog verzorgd uit. De mannen liepen in schone lange witte doeken met rode of blauwe rand. Het was nog niet heet genoeg om de zoom om de taille te knopen..

Op de luchthaven kon je over de hoofden lopen. Ravi en Maghal mochten niet mee naar binnen dus namen we buiten hartelijk afscheid. Binnen zochten we moeizaam een weg naar de diverse loketten waar we tijden moesten queuen. Airport Tax, inchequen, bagage sealen, paspoortcontrole, het duurde allemaal eeuwen en er waren heel veel stempels nodig.

De meeste Indiërs queuen geduldig en netjes, maar wel was ons al eerder opgevallen (ook in het Noorden) dat bepaalde "dure" types als VIP's de rij passeren. Hierbij gevoegd dat Victor, die alleen maar iets wilde vragen aan de man van de passencontrole, meteen werd "behandeld" bracht ons tot de volgende conclusie:
Hier werkt het kaste-systeem Ben je hooggeboren, dan hoef je niet in de rij tussen het gepeupel op je beurt te wachten. Je loopt de rij voorbij en krijgt vanzelfsprekend voorrang.
Hadden wij, als blanke toeristen, hetzelfde gedaan dan was ons geen strobreed in de weg gelegd. Dit ook verklaart waarom wij ineens door een ambtenaar uit de rij werden gehaald en naar voren geschoven. We hoorden niet thuis tussen de gewone mensen!

De vlucht van Trivandrum naar Abu Dhabi duurde vier-en-een half uur. De klok moest twee-en-half uur worden teruggezet. Op Abu Dhabi zouden we twaalf uur op aansluiting wachten. Een visum om stad Abu Dhabi te bezoeken bleek niet te zijn geregeld, maar we mochten na een gratis lunch de airport verlaten mits we onze passen achterlieten. Bagagekluizen waren er niet en we konden niemand vinden die de verantwoordelijkheid voor onze handbagage wilde nemen. Er zat niets anders op dan tassen en koffertjes mee te nemen in de locale bus die ons naar de stad bracht.

Abu Dhabi is een havenplaats aan de Arabische Zee, maar ligt met zijn flanken en rug in the middle of nowhere. De prachtig geasfalteerde weg van de airport naar de stad gaat dwars door de woestijn. Langs de hele weg (bijna drie kwartier rijden) waren wel prachtige gazons en tuinen aangelegd. Het Arabische oog wil ook wat.
Het eerste wat aan Abu Dhabi opviel was de prachtige architectuur. Vooral de raampartijen in de wolkenkrabbers waren verbluffend. Ten eerste omdat het glas gekleurd was, en verder omdat het geblazen leek te zijn. De ruiten waren niet strak en glad zoals bij ons, maar vertoonden oneffenheden waardoor grappige spiegelingen ontstonden. En juist al die spiegelingen in blauw, turkoois, rose, violet of grijs waren bijzonder spannend.
Hoewel de wolkenkrabbers even rechte blokken waren als overal, maakten de ramen ze aanzienlijk speelser. Veel ramen liepen van boven uit in spitse bogen, zoals je wel op Arabische plaatjes ziet. En verder waren veel gevels versierd met arabesken, al dan niet in dezelfde kleur. Toen de zon later op de middag zakte en de hemel rose en oranje kleurde, ontstond er een wonderlijk kleurenspel in al die hoge raampartijen. De rose ramen werden rood; de blauwe werden paars en alle gevels kleurden licht oranje.

We kwamen rond twee uur aan in de stad wat een ongelukkig uur was want alles bleek uitgestorven. Winkels gingen pas om vier uur open en we zeulden wat ongelukkig met onze bagage die we (na veel heen-en-weergepraat) mochten stallen op het hoofdkantoor van Gulf Air waar we toevallig langs liepen.
Rond vier uur kwam Abu Dhabi echter langzaam tot leven. We zwierven wat rond door de markt die door Shoestring de grootste en goedkoopste ter wereld werd genoemd. Hij bestond uit straten vol kleine winkels met rijkgeborduurde stoffen, parfums en klaterend goud. We vroegen ons af wanneer de zwaargesluierde zwarte vrouwen deze overdaad droegen, want het aantal luxe-winkels was enorm. We keken onze ogen uit naar de meest fantastische stoffen, handgeborduurd met goud- of zilverdraad en glimmende steentjes. Er was ragdun fluweel dat uit zijde leek gemaakt en soepel vallende crepe waarvan je alleen maar kunt dromen.
Ondanks deze verleidingen kochten we niets. We dronken tweemaal het heerlijkste vruchtensap van ons leven. Een bierpul vol vers geperst fruit. De drank was stevig van substantie en de verschillende smaken (banaan, mango, ananas, druif, appel) waren niet door elkaar geroerd maar in een kunstig patroon naast elkaar in het glas gegoten zodat je met het rietje van de ene smaak in de andere terecht kwam.

Tegen de tijd dat we weg moesten werd de stad pas echt gezellig. Iedereen leek zijn huis uit te komen om te gaan flaneren. Het verkeer was echter een wanhoop want zebra of niet, het scheurde in razende vaart door de stad, zonder erbarmen voor gepeupel te voet. Het wagenpark loog er niet om. Dure, statige, prachtige auto's die vermogens gekost moesten hebben.
Om half zeven haalden we onze bagage weer op bij het Gulf Air gebouw en namen we de bus terug naar de airport. Het was een gloednieuwe bus met het beschermende plastic nog over de stoelen. De deuren gingen hydraulisch open en elke zitplaats had veiligheidsgordels. Het enige minpunt was de vreselijke radiomuziek die de hele weg op volle kracht bleef schallen.

Terug op de airport kregen we weer een gratis diner maar het bestond uit dezelfde prakjes als 's middags, behalve dan dat de heerlijke appeltaart vervangen was door moddervette cake met botercreme. Hierna moesten we nog enige uren doden wat grote moeite kostte. De tax-free shops hadden weinig vertier te bieden. De heerlijke Darjeeling thee die we er voorgaande jaren kochten was uit de collectie gehaald en de goudwinkel, waar sieraden per gewicht worden verkocht, bood weinig opzienbarende creaties. We doodden de tijd met naar de prachtige pauwblauw-met-gouden koepel te staren die het winkelgedeelte van de luchthaven overspant. Het is een juweel van architectuur.

Abu Dhabi - Bahrain was de volgende etappe. Twee uur vliegen terwijl de klok een uur werd teruggezet. We vertrokken even na middernacht, maar onze inwendige klok voelde naar 's nachts half drie. We waren nu 22 uur in touw. Er waren maar 75 passagiers zodat we ieder een bank konden nemen. Mijn ogen vielen dicht en gingen voor de landing niet meer open. Ik kan me alleen nog herinneren dat we een warme, knapperige croissant te eten kregen die goddelijk smaakte.

In Bahrain overstappen. Bus in voor een kippe-eindje, vele trappen op, met alle tasjes door de scanner, koffertje open vanwege de computer, rondhangen in de saaie wachtruimte, vele trappen weer af, met de bus naar de plain Bahrain - Schiphol.
Ingeklemd tussen een ronkende Indiër en JW de uren doezelend en duttend uitgezeten. Het vliegtuig zat tot de nok toe vol. Het eten was identiek aan de vorige vlucht, behalve dat de croissant koud en klef geworden was. Omdat het in Europa net zomertijd aan het worden was ging de klok maar twee uur terug.

Om halfacht NL-tijd landden we in Parijs waar de meeste passagiers uitstapten. Helaas was er een mankement aan de elektrische bedrading zodat er een securety check moest gebeuren. Dit duurde ruim twee uur, terwijl we in het toestel moesten blijven maar we hadden weer ieder een bank te slapen.
Parijs - Schiphol is een afstand van niets. Nauwelijks opgestegen moet het toestel weer dalen. De lucht was niet helder maar voldoende open om iets van het landschap te zien. Het is altijd goed om te beseffen dat Holland ook prachtig is met zijn sappige weiden en wonderlijke waterpartijen. Het is alleen te vol gebouwd en de autowegen zijn lelijk.

We namen afscheid van Victor en Heleen die vrij snel hun bagage van de band konden halen. Bij Kees , Irene en JW duurde het iets langer, en mijn rode koffer kwam helemaal niet tevoorschijn. Gelukkig dat Kees nog de strip had bewaard waarop alle koffernummers zaten vastgehecht. We gingen het verlies aan de balie melden en mijn koffer bleek in Muscat te staan. Knap hoe ze dit per computer kunnen achterhalen.

Ik moest mijn koffer van buiten beschrijven en ook opvallende kenmerken van de inhoud opgeven. Toen werd mijn slotnummer gevraagd wat ik niet wilde geven. Behalve dat ik dingen te verbergen had, leek me dit een aantasting van privacy. De juffrouw aan de balie zei een beetje kribbig dat het koffer niet kon worden opgestuurd als de douane er niet in had kunnen kijken. We komen hem wel halen, zei ik, terwijl mijn hart begon te bonzen. Lappen en zilver waren nog tot daaraan toe, maar hoe ze op de beeldjes zouden reageren konden we niet voorspellen. Het was een beetje veel van het goede om zomaar te gokken. Lichtelijk verslagen verlieten we Schiphol.

 


Mamalapuram |  Pondicherry |  Kumbakonam |  Tiruchirappalli |  Madurai |  Kodaikanal |  Periyar |  Alleppey |  Cochin |  Kovalam |  AbuDhabi |  Thuiskomst