home!
.
. . .
.
.
  . . .

 

 

Inleiding
Reisverslag
Gastenboek
mail elisa

 

 


elisa@xs4all.nl

Na de aanvankelijke teleurstelling niets, maar dan ook niets van India's bruisende maalkolk terug te vinden, werden we gaandeweg overrompeld door het betoverende landschap. Sri Lanka wordt met recht de parel van de oceaan genoemd. Het heeft een natuur zo uitbundig, dat zelfs de Molukken er lichtelijk bij verbleken.

Het is een eiland vol oeroude bomen die grillige stammen hebben van meters doorsnee. Hun kronen lijken tot aan de hemel te reiken en er zijn overal vogels. Troepen ooievaars, lepelaars, ibissen en reigers kom je tegen want Sri Lanka barst van het water. In droge gebieden zijn in een ver verleden al prachtige waterbekkens aangelegd in de vorm van kanalen en meren die volkomen natuurlijk zijn opgegaan in het landschap. In de natte streken is er een overdaad aan poelen, moerassen, lagunes en kreken.

Cocospalmen en rijstvelden zijn aan de kusten te vinden, thee op de fluwelen heuvels in de binnenlanden en groente hoog in de bergen. De grond is rijk, vruchtbaar en vochtig dank zij de ingenieuze irrigatiesystemen die al eeuwenlang bestaan. Net als bij de Dani in Irian Jaya, is bij de Singalezen de landbouw van oudsher hoog ontwikkeld. Bij beiden liggen de keurige groentenbedden, door diepe afwateringsgeulen van elkaar gescheiden, als bolle koekjes op een presenteerblad.

We hebben geen rit gereden die eentonig was, want waar we ook kwamen was het uitzicht weer anders en van ongekende schoonheid. Vrijwel iedere dag zeilden tegen vier uur dikke Friese wolkenluchten het landschap binnen die bloedmooie zonsondergangen een interessant accent gaven. Meestal dreef de dreigende lucht later weer over. Een paar keer kregen we een zee van water over ons heen. Januari was al opmerkelijk nat geweest. Volgens de Sunday Times van 21 februari 99; was zware regenval niet normaal voor deze tijd van het jaar.

Enkele feiten over Sri Lanka: Grootste thee-exporteur van de wereld, negentig procent geletterdheid wat het hoogste is in heel Azië; een vrij kleine bevolkinsaanwas van 1,3% per jaar; kastediscriminatie minimaal en vrouwen redelijk geëmancipeerd. Slechts 18 miljoen inwoners op 6561 vierkante kilometer, een oppervlakte van anderhalf maal Nederland. Gezondheidszorg gratis, naar wij hoorden. Gemiddelde levensverwachting voor vrouwen 72 en voor mannen 68 jaar. Ethnische groepen: Singalezen 74%, Tamils 18% , Moslims 7% en Anderen 1%
.


"Gezegend eiland" in oorlog

Sri Lanka betekent "gezegend eiland" en dit zou het kunnen zijn als het niet werd verscheurd door de oorlog tussen hinduïstische Tamils en buddhistische Singalezen. Ruim vijftien jaar wordt het eiland al geteisterd door ethnisch geweld. Honderdduizend eilandbewoners zijn in deze periode gesneuveld of voorgoed verdwenen.

Als toerist merk je hier niet veel van. Het noorden en noord-oosten zijn afgesloten; op bepaalde plaatsen zijn wegversperringen aangebracht waar toerisenbussen trouwens vrije doorgang krijgen en strategische punten worden zwaar bewaakt. In schuilhutten van oude planken, olievaten of zandzakken zitten jeugdige militairen van het Singalese leger met een geweer. Waarop ze precies moeten letten is ons niet duidelijk geworden. Tamils en Singalezen verschillen qua uiterlijk weinig van elkaar en de gevreesde, vaak zeer jeugdige zelfmoordescaders voeren solo-operaties uit. Zij zullen wel wijzer wezen dan zich te laten betrappen. Bij twijfel, zo wordt beweerd, laat men een verdachte buddhistische verzen opzeggen. Gaat hem dit goed af, dan is het bewijs geleverd dat hij Singalees is...

De achttien procent Tamils bestaat eigenlijk uit twee groepen. De ene wordt gevormd door de twee miljoen Ceylon Tamils die zich nakomeling mogen noemen van de Zuidindiërs die al in middeleeuwen of nog eerder naar Ceylon overstaken. Zij stichtten in de veertiende eeuw een Tamil koninkrijk in het Noorden, Eelam genaamd. De tweede bestaat uit de 800.000 Indiase Tamils die afstammen van de arbeiders die in de negentiende eeuw door de Engelsen naar Ceylon werden gehaald om op de plantages te werken.

De bron van veel ellende ligt in de langdurige kolonisatie van het eiland. Nadat de Portugezen (16de eeuw) en Hollanders (17de eeuw) zich vooral aan de kustgebieden hadden opgehouden, drongen daarna de Engelsen gedurende 133 jaar ook diep de binnenlanden in vanwege de kostbare thee en de specerijen.

De Britten, zo heb ik ergens gelezen, waren er niet vies van om een verdeel en heers-tactiek toe te passen. Zij speelden de ethnische groepen tegen elkaar uit en gebuikten de Tamils om de macht van de Singalezen in toom te houden. Zo kon het gebeuren dat zich, ondanks hun mindere aantal, een ontwikkelde klasse Tamils vormde die zeker zestig procent van de hoge overheidsbanen bezette.

De onafhankelijkheid in 1948 betekende voor de meeste Sri Lankanen nauwelijks iets, want er veranderde maar weinig. Het land bleef onveranderd in de Engelse taal geregeerd en er was maar tien procent die Engels sprak. Geleidelijk groeide het protest. Er gingen stemmen op om het Singalees tot staatstaal te verheffen en volksvertegenwoordigers uit de lagere klassen te kiezen.

In 1956 kwam Bandaranaike aan de macht. Hij voerde een puur Singalese politiek en sloot de werkende Tamilklasse buiten. Singalees werd de nationale taal en het buddhisme werd tot staatsgodsdienst verklaard. De Tamils die geen Singalees konden spreken verloren hun baan. Tegen de tijd dat het Tamil ook als nationale taal geaccepteerd werd, was de atmosfeer danig vergiftigd.

Uit de achtergestelde Tamils vormde zich een verbeten groep, de zichzelf de "Liberation Tigers of Tamil Eelam" noemde, of kortweg "Tigers". Dit werden guerrillastrijders die voor de Tamils een eigen staat opeisten. Het Tijgerbolwerk concentreerde zich aan de noordpunt van het eiland, bij de havenplaats Jaffna.

De opgekropte spanningen vonden een eerste ontlading toen deze Tijgers in 1983 een Sri Lankaanse legerpatrouille aanvielen en dertien soldaten doodden. Ongeorganiseerde groepen Singalezen ondernamen hierop vergeldingstochten door het hele land en executeerden Tamils hetgeen gedurende enkele jaren een kringloop van geweld teweeg bracht.

1987 Werd zeer roerig. Eerst namen de Tijgers het gezag over in Jaffna. Toen zij hierna ook enige Singalese dorpen in het oosten aanvielen waarbij 120 onschuldige doden vielen, liet de regering de stellingen van de Tamils in Jaffna bombarderen. Hierop kwam India met zijn leger tussenbeide en dwong Sri Lanka te stoppen met deze bombardementen.

De Singalezen vreesden een samenzwering tussen diverse groeperingen Tamils om een machtige staat te stichten. Slechts twintig mijl ten noorden van Jaffna ligt immers Tamil Nadu waar nog vijftig miljoen Indiase Tamils wonen. Deze angst is nooit geheel verdwenen.

Er werd tenslotte een accoord gesloten waarbij de Tamils op Sri Lanka autonomie kregen en het Tamil de tweede landstaal van Sri Lanka werd. Indiase militairen bleven een tijd als vredesmacht achter maar konden niet verhelpen dat nu ook de Tamils onderling met elkaar slaags begonnen te raken.

Inmiddels hebben vele vredelievende Tamils zich over de hele wereld verspreid om verdere conflicten te vermijden. De Tijgers (LTTE) werven fondsen in westerse steden als Parijs en Londen. Hoewel men hoort fluisteren dat Jaffna genoeg krijgt van de extreme groepTijgers die al zijn tegenstanders heeft geëlimineerd, gaan de schermutselingen verder.

In Januari ‘96 ontplofte er een geweldige bom in het handelscentrum van Colombo; hierbij vielen 86 doden en 1200 gewonden. In ‘98 werd de tempel in Kandy - het grootste heiligdom van de Singalese Theravada Buddhisten omdat men zegt dat Buddha's tand daar bewaard wordt - zwaar gehavend door een bom. In Colombo vinden sluipmoorden plaats.

De strijd is nog altijd niet gestreden.

.

home!
 

Inleiding
Reisverslag

 

hanger uit Jaipurhanger uit Jaipur
Gastenboek
mail to elisa
ga verder