|
Rajastan
|
|
Navigatie HomeOver elisa Zwartboek Boekbinden Weblog |
|
De route Delhi
|
|
Andere reizen Noord India '96Zuid India '97 Rajastan '98 Goa '98 Sri Lanka '99 Noord/Zuid '01 |
|
Overig India EtenTips Boeken Links Sari Muziek Foto's '01 |
|
© 1998 Verhalen nochfoto's svp verspreiden zonder vermelding van bron. |
|
Downloads Alle verslagenzijn integraal te downloaden. |
mijn postbus |
Onze aardige gangbewaker maakte ons om kwart over twee wakker, en bracht onze
koffers vast naar beneden die we niet eens meer open hadden gehad want de gisteren
gekochte sjaals pasten gemakkelijk in de handbagage.
Van vroeg slapen was weinig terecht gekomen want dit laat zich niet dwingen.
We hadden nog een hele tijd liggen lezen voordat we het licht uitdeden en toen
bleken er muggen in de kamer rond te zoemen.
Toch voelde ik me om twee uur vrij fit, naar omstandigheden tenminste. JW had
er meer moeite mee om tot leven te komen. Het was zelfs zo erg, dat ik een ORS
oploste en hem dwong om die te drinken, want hij bleef maar zitten zonder iets
te doen. Ik zei ook tegen hem dat ik mijn handen vol had aan mijzelf en mijn
eigen spullen, en dat ik hem er echt niet bij kon hebben.
De bus was op tijd, maar er zaten al andere mensen in. Mijnheer Singh was erbij,
de tour operator die ons bij aankomst had opgevangen. Hij droeg weer zijn prachtige
donkerrode tulband en zag er kwiek en monter uit. Gelukkig maar, want het had
heel wat voeten in aarde voordat ook wij vieren in het busje pasten met onze
bagage. Terwijl de hele bus tot ongenoegen van de inzittenden overhoop werd
gehaald, namen wij met spijt afscheid van Fanny die prima voor ons had gezorgd.
Van nu af moesten we onze weg alleen zien te vinden, want ze ging natuurlijk
niet mee naar het vliegveld. Haar taak zat er op.
Na veel passen en meten wist mister Singh ons als sardines in blik te krijgen.
Alle ramen stonden open en de nachtelijke smog kwam dan ook met slierten binnen.
Koud had ik het ook, en dit leek me niet gezond in mijn omstandigheden. Gelukkig
lag het tasje waarin ik de ringsjaal had gepropt vlak bij mijn voeten. Zo bewees
die zijn eerste goede diensten.
We hadden verwacht een rustige luchthaven aan te treffen op dit uur, maar niets
was minder waar. Het was er krankzinnig, belachelijk en onvoorstelbaar druk.
Iedereen rende gehaast door elkaar, en er stonden lange rijen voor de balies.
Mister Singh nam onze tickets en paspoorten in, wees ons de rij waarin we moesten
wachten, drukte ons op het hart om vooral goed op onze bagage te letten, en
liep de rij voorbij om zich als VIP aan te melden.
Ik hing slapjes over een bagagewagen, terwijl ik het gedoe om me heen wat wazig
aanzag. Ik voelde me ineens doodmoe en keek rond of ik ergens kon gaan zitten.
Geen stoel te bekennen en trouwens ook niet nodig, want daar kwam mister Singh
alweer aan met alle bescheiden. Op het moment dat hij mij de stapel paperassen
aanreikte, ik weet nog dat ik mijn hand uitstak om die van hem aan te nemen,
zakte ik langzaam in elkaar. Ik viel domweg flauw, voor het eerst van mijn leven.
Wat ik aanrichtte kreeg ik pas later te horen. Toen ik mijn hand had uitgestoken
had mijnheer Singh de papieren natuurlijk losgelaten, maar pal boven onze hoofden
hing een van de vele enorme wentelwieken te draaien die koelte moeten brengen.
Tot ieders verbijstering kamen de papieren nooit bij mij aan. Paspoorten, instapkaarten
en tickets voor de terugreis wapperden vrolijk in alle richtingen uiteen, en
er ontstond dan ook een groot dilemma of ze eerst de papieren, of eerst mij
bij elkaar moesten rapen.
Aan mij viel weinig eer te behalen, want ze hadden me nog niet overeind, of
ik ging opnieuw onderuit. Wel had ik even opgepikt dat Singh me vroeg of ik
oke was, en ik dacht nog "geen domme vragen stellen, mister". Ik was
versteend van kou tot in mijn botten en wilde het liefst maar blijven liggen
en met rust gelaten worden, maar Ineke maakte korte metten door steeds op mijn
wangen te slaan en me toe te schreeuwen dat ik wakker moest blijven.
Harrie duwde een lap met afgrijselijke eau de cologne onder m'n neus waarvan
ik doodmisselijk werd, trok zijn trui uit en hing die om me heen, en Singh had
ergens een rolstoel vandaan gehaald waar ze me met vereende krachten inhesen.
Singh vroeg nogmaals of alle oke was, en iedereen knikte dat het wel in orde
kwam en dat hij kon vertrekken. Hij vluchtte bijna weg en ze zwaaiden hem uit.
Ik was nog steeds zo misselijk als een kat van de eau de cologne, maar Ineke
was op alles voorbereid en toverde een plastic tas tevoorschijn waarin ik mocht
spuwen. Gelukkig hield ik alles binnen. Ze reed me naar de toiletten waar JW,
die was meegelopen, absoluut en volstrekt niet binnen mocht van de oppasdames,
en waar ik op wankele benen zelfstandig een plasje mocht plegen, met Ineke als
verpleegster voor de deur. Daarna ging het in rolstoel door de douane en naar
de gate waar al bemanning klaar stond om mij in ontvangst te nemen. Waar vandaan
die zo snel was opgepiept begrepen we niet.
De douaniers die Ineke en mij zonder meer hadden doorgelaten waren te vriendelijk
geweest. We hadden geen stempel dat we waren gescreend en moesten terug. Dat
was nog een heel eind lopen, en toen we op de damesafdeling kwamen lag de douanière
in een kleedkamertje te slapen. Omdat ons vliegtuig op punt van vertrekken stond
maakten wij haar toch maar wakker, waar ze goed nijdig om werd. We legden haar
uit wat er gaande was, maar ze fouilleerde ons tergend langzaam. Er viel echter
niets op ons aan te merken dus we kregen de verlangde stempel.
Bij het vliegtuig stond nog steeds dezelfde escorte te wachten. Twee man personeel.
Eentje nam het duwen van de rolstoel van Ineke over, en de andere ging ons voor.
Bij de ingang van het vliegtuig stond een hele staf, inclusief gezagvoerder,
ons op te wachten met Harrie en JW. Ze hadden ernstige gezichten en zeiden dat
we moesten volgen. Ze ontruimden de lange-benen rij waar al mensen zaten, en
daar mochten we gaan zitten.
De gezagvoerder gaf een stewardess opdracht om een deken te halen want ik zat
nog steeds te klappertanden van de kou, ondanks Harries dikke trui die iemand
me had aangetrokken en de omslagdoek die daar nog overheen zat. Hij vroeg ook
bezorgd of ik soms iets anders wilde eten dan de warme worstjes met gebakken
ei die ik had laten liggen, maar ik wilde niets. Hij vertelde dat hij in Bombay
een arts had opgeroepen die mij zou onderzoeken, omdat niet duidelijk was of
ik eigenlijk wel mocht vliegen. Hij kwam nog een keer of drie naar me kijken
dus ik had over gebrek aan aandacht niet te klagen.
In Bombay stond weer een escorte met rolstoel klaar. Ik was onder de deken wat
warmer geworden en kreeg weer praatjes. We meden de bomvolle gangen en we werden
via een rustige sluiproute naar de medische afdeling gereden waar een arts met
twee man gevolg al stond te wachten. Eentje gaf dokter de bloeddrukmeter aan,
de ander schreef op wat hij te vertellen had. Hiërarchie moet er zijn.
De dokter vond het niet nodig ons in een kamertje te ontvangen. Het onderzoek
had plaats op de gang.
Mijn bloeddruk was patent in orde en koorts had ik ook niet. De dokter stelde
enkele vragen maar wachtte de antwoorden nauwelijks af. Maagklachten en diarree
gehad zeker, zoals alle toeristen, concludeerde hij meteen. Toen ik dit ontkende
en zei dat ik iets van bronchitis had gehad, beluisterde hij pro forma mijn
longen, door mijn T-shirt en beha heen,. Ik voelde zelf dat ik nog behoorlijk
piepte bij het zuchten, maar hoefde er niet van te hoesten. Ik dacht nog "oei,
nu ga ik voor de bijl", maar hij stond er niet van te kijken. Hij liet
een rapportje schrijven waarin ik goed gezond werd bevonden, alleen wat verzwakt
door diarree. Hij gaf mij twee zakjes ORS en dit was het. Ik hoefde niet in
het ziekenkamertje te rusten en mocht met de anderen mee naar beneden.
Het was nog pas een uur of acht en we moesten tot ver in de middag de tijd zien
te doden. We waren Bombay graag even ingetrokken, maar omdat we onze koffers
in ontvangst moesten nemen en opnieuw inchecken voor Goa, konden we niet weg.
Het inchecken kon pas om twaalf uur gebeuren, dus tot die tijd hingen we rond
in de vrij onplezierige vertrekhal met rechte stoelen waar weinig te beleven
viel. De enorme vans die om de zoveel meter aan de pilaren hingen bliezen een
onaangename koele wind in alle richtingen. Een eind verderop waren wel winkeltjes,
restaurants en koffiebars, maar het bleek meteen dat de prijzen hier tienmaal
zo hoog lagen als in Delhi. Voor een plastic bekertje nescafé werd 2,50
gevraagd in plaats van een kwartje! We verveelden ons te pletter en iedereen
laafde zijn dorst uit armoe met slokjes ORS. De plastic stoeltjes waren te hard
om wat slaap in te halen en de invalidenstoel had een zitting waarvan iedereen
die het een tijdje probeerde vierkante billen kreeg.
Toen we de grote koffers eenmaal hadden ingeleverd kregen we meer vrijheid.
We begrepen niet helemaal waarom de koffers, die zonder bandje van Delhi naar
Bombay waren gevlogen, nu door de scanner moesten en van bandjes voorzien. Goa
is immers ook India?
We begonnen bij een saai cafetaria waar niemand zat een kop aardappelsoep te
eten en gingen vervolgens door de douane naar de vertrekhal. Hier stonden lange
rijen rustbedden langs de wanden maar ze waren allemaal bezet. In het middengedeelte
waren gelukkig nog enkele gemakkelijke fauteuils vrij.
Om de tijd te doden gingen we om de beurt winkels bekijken. JW sloeg tabak in,
Harrie en Ineke drank, en ik spendeerde een minstens even groot vermogen aan
chocolade, wat vreemd was. Ik eet weinig chocola en vind hem half gesmolten
in de tropen weerzinwekkend. Ineke, die mijn kar duwde, zei "trek het je
niet aan, je hebt vast behoefte aan ijzer". Dit was voldoende excuus om
een tablet van een kilo te kopen, ook nog melkchocolade omdat ze geen bittere
hadden. Plus nog twee plakken van 250 gram met nootjes, waarvan we er eentje
meteen soldaat maakten. Ik betaalde een bedrag waarvoor je in Holland de beste
bonbons krijgt. Op de luchthaven van Bombay haal je geen koopjes. De mannen
vroegen of we gek geworden waren.
Hangen, dutten, mensen bekijken, rondwandelen en weer hangen in de lange gang
die continu in beweging leek omdat er met name van en naar het Midden-Oosten
opvallend veel vliegverkeer was. Er schijnen grote aantallen Indiase gastarbeiders
bij de Arabieren te werken die daar goed verdienen. Dit was vooral te zien aan
de sportschoenen die ze droegen. Wat bijvoorbeeld te denken van de dames, behangen
met goud, gehuld in oogverblindende sari waaronder een paar superplompe Nike's
op hoge zolen?
Ons vliegtuig vertrok op tijd en het was geen lange vlucht naar Goa. We landden
er ruim voor het donker werd en namen een busje naar onze bestemming waarvoor
we een ticket hadden. Omdat we 's morgens pas hadden gehoord waar we terecht
zouden komen, en dit niet in de gids hadden kunnen vinden, hadden we er geen
notie van waarheen de rit zou leiden.
Na Rajastan was Goa opmerkelijk groen met vele kokospalmen, lianen en sappige
weiden waarop runderen graasden. Het meest opvallend was echter de architectuur
die totaal verschilde van de bouwstijlen die we ooit in India hadden gezien.
Verscholen in het groen stonden overal wat onderkomen typisch "koloniale"
huizen uit eerdere, welvarendere tijden. Opmerkelijk en zeer Portugees waren
de sierlijke smeedijzeren hekken voor ramen en balkons, en het vrolijke kleurgebruik.
Huizen in hemelsblauw, turkoois, okergeel en veel wit. Wel vroegen we ons ogenblikkelijk
af hoeveel last de bewoners zouden hebben van slangen en schorpioenen.
Er leek geen einde aan de rit te komen, die toch maar drie kwartier duurde.
We belandden uiteindelijk aan het einde van een lange bosweg met weinig bebouwing
bij wat een "Sporthuis Centrum" complex had kunnen zijn zonder whirl
pool. De geheel omheinde Nanu residentie, die gelukkig wel aan zee lag, was
trouwens nog volop in aanbouw en leek minstens nog viermaal groter te worden.
Er bleek een ontvangsthal te zijn met twee zitjes, een balie, een reisbureautje
en een klerenwinkel - annex drogisterij/opticien - waar ringsjaals hingen voor
minstens twaalfmaal de prijs die in Delhi werd gevraagd. Boven werden congreszalen
verhuurd. Het was dus een slimme ondernemer die het hier had opgezet.
Meteen naast de ontvangsthal lagen al de eerste huisjes in een goed verzorgde
tuin. Dit waren clusters met een charmant puntdak die uit vier aardige kamers
met balkon en badkamer bestonden. Twee kamers lagen boven, en twee beneden.
We kregen twee bovenwoningen toegewezen die tegenover elkaar lagen. Harrie en
Ineke bleken later "stalles" te zitten omdat ze uitzicht hadden op
de bar en het restaurant. Ze bekenden dat ze zelf uit de horeca kwamen als kantinebeheerders
bij het leger. Ze vermaakten zich zes dagen met het bekijken van alle "stille
drinkers", en de gang van zaken in de keuken.
Omdat ons uitzicht minder spannende zaken bood, was onze eerste daad om de tafellakens
over het houten railing te hangen zodat we vrij op ons balkon konden zitten.
Omdat het aardige tafellakens waren, stond dit vanaf het looppad gezien best
fleurig. We kregen dan ook geen commentaar van de directie. Onze volgende stap
was om tussen de scharnieren van de openslaande deuren een waslijn te spannen.
De stalen anti-diefstalkabel van het notebook bleek voor dit doel ook uiterst
geschikt. Hij lubberde tenminste niet uit. We konden de deuren nu niet meer
sluiten, maar omdat we meer houden van frisse lucht dan van airco, was dit geen
probleem. Er hing ook nog een grote wentelwiek boven het bed. Vies, stoffig
en vermoeid wilden we hierna onder de douche, maar er bleek geen warm water
te zijn, wat mij woedend maakte. We waren te gaar om er over te klagen, douchten
koud en begaven ons in de richting vanwaar nogal brave westerse muziek klonk.
Om een zwembad bleken tafeltjes te staan waaraan je kon dineren.
Het was druk. Geen wonder, want in de wijde omtrek viel niet veel te beleven.
Het publiek bestond voor het grootste deel uit kreeften. Van die welgedane dames
en heren die de hele dag niets anders doen dan zich insmeren en hun ligbed een
stukje verschuiven. Tussendoor dompelen ze zichzelf even in het zwembad om zich
te verkoelen, stiekem te plassen en de zon te laten branden in de door waterdruppels
gevormde lenzen. Wie mooi wil zijn moet pijn lijden, en er waren heel wat mooie
mensen bij.
Het eten was behoorlijk prijzig, maar de porties waren enorm. De verschillende
gerechten bleken hetzelfde gekruid en zeer vet. De vis viel in taaie rafels
uiteen. Een vers vruchtensapje was niet te krijgen (only canned). We namen ons
heilig voor om naar een andere eetgelegenheid te zoeken, maar waar?
(lees verder bij de reis Goa)
Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen