Rajastan


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Treinreis
Udaipur
Jodhpur
Jaisalmer
Desert Camp
Pushkar
Jaipur
Agra
Delhi (2)
Naar Goa
Opmerkingen

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speld30 maart 1998

Jaipur

Vroeg uit de veren omdat we tijdig naar Jaipur vertrokken. De koffers waren al per karretje naar de bus gebracht zodat we een heerlijke, laatste ochtendwandeling door Pushkar maakten. Het was op dit uur nog prettig koel.
De mensen in Pushkar klaagden dat het weer sinds vier dagen was omgeslagen en dat het te warm was voor de tijd van het jaar. De meeste mannen uit Kashmir begonnen dan ook hun biezen te pakken om snel naar het Noorden te vertrekken waar ze altijd de zomer doorbrengen.

We hadden een vlotte rit over een van de drukste wegen, langs de marmergroeven waar veel te zwaar beladen vrachtwagens reden. Er waren er dan ook heel wat gestrand met gebroken assen.
Langs deze enige grote weg waren veel chai shops waar uit bamboe gevlochten rustbedden stonden, en wasbekkens voor de chauffeurs. Bij een van deze onderkomens stopten we om thee te drinken. We hingen wat ongemakkelijk op de balken die de randen van de bedden vormden en kregen meteen onze dagelijkse portie koolmonoxide binnen. Ook binnen stonden lange rijen met bedden langs de muren die, zoals overal ter wereld, behangen waren met weelderige pin-up's.

Rond een uur kwamen we aan in Jaipur, in een heerlijk rustig hotel net buiten de stad. Grote koele, frisse kamers, en een prachtige binnentuin vol bloemen en vogels. We aten een omeletje en besloten ons naar het City Palace te laten rijden, en een wandeling door de stad te maken.
Is arm zijn in India geen schande, lopen is dit wel. Zodra je als toerist drie stappen op je eigen benen zet wordt je omcirkeld door fiets- en autorikshaws die je bijna hun voertuig in sleuren. Het is heel vreselijk, want de jongens bedoelen het goed, maar je kunt alleen maar door, langs of over hen heenkijken, hen grof opzij duwen als ze je pad blokkeren, en volslagen negeren.

Helaas ging het City Palace om 2 uur dicht, omdat de stad een Durga festival vierde. Spijtig omdat we heel graag de met pauwen versierde portieken van het paleis nog eens hadden teruggezien. We wandelden, aanvankelijk gevolgd en nageschreeuwd door een hele rij rikshaws en bedelaars, rustig in de richting van Het Paleis van de Winden. We bleken de weg nog heel goed te kennen.

Vlak naast het Paleis van de Winden rustten we uit op een schaduwrijke stoep. Aan de overkant lagen de herenhuizen waarin vele winkels gehuisvest waren. In een van deze huizen zat de man bij wie we twee jaar geleden zulke prachtige dingen gevonden hadden en naar hem wilden we terug. Zonder een runner, wel te verstaan.

We bekeken de gevels nauwkeurig. Waar de rij lagere huizen overging in hogere, zou het geweest kunnen zijn. Op het platdak was van alles gebouwd dat ons bekend voorkwam. We bekeken nu het bijbehorende portiek. Een vrij hoge trap leidde naar een zware voordeur. Hij werd net door een stel knullen geveegd en gedweild. Op straat scholen in groepjes de runners samen, want het was nog wat te vroeg voor het winkelend publiek.

Toen we het erover eens waren geworden dat het dat speciale huis moest zijn, staken we doelbewust de straat over. Zonder enige aarzeling klommen we de net gedweilde trappen op, de runners verbaasd het nakijken gevend. Tegen de enige die ons halverwege blokkeerde zeiden we: we kennen de weg want we zijn hier eerder geweest.

De huiskapel die een verdieping hoger had moeten zijn, was er niet meer. De witte draperieën waren vervangen door etalages, en de zilveren kast met heiligheid was nergens meer te bekennen. We klommen nog een trap hoger en kwamen op het dak. Even raakte ik het spoor bijster. In mijn herinnering had alles groter moeten zijn, maar JW opende de goede deur en toen waren we op eigen kracht toch waar we wilden wezen.

De eigenaar nam ons een moment scherp op en kwam toen op ons af. Niet alleen dat hij ons herkende, hij herinnerde zich ook dat ik een armband had gekocht die toen niet over mijn hand ging, en vroeg of dit na thuiskomst wel was gelukt. Het was werkelijk verbluffend. Ondertussen dat er chai werd gehaald kregen we vast een koel glas water.

Hij vroeg wat we zochten en ik vertelde van de ingenieuze vouwring die ik in Udaipur had gezien. Deze ring had scharnieren, en de zes halve cirkels waaruit de constructie bestond waren deels bezet met fijne steentjes robijn, saffier en smaragd, deels met briljant. De grap was dat je de halve cirkels zo kon omklappen dat je verschillende kleurcombinaties kon maken. Je kon rood en groen bijvoorbeeld boven dragen en blauw onder, of rood met blauw boven, en groen aan de binnenkant van de hand.

De man hoorde mij aan, snapte wat ik bedoelde, maar schudde misprijzend zijn hoofd. Hij zei dat het goed was dat ik die niet had gekocht omdat ze machinaal worden gemaakt. De zeer fijne steentjes worden niet gezet maar gelijmd en vallen er na verloop van tijd uit. Als vakman vond hij dit ook nog zonde van het materiaal.
Hij had de vouwring dus niet, maar liet mij wel een setje zien dat hij zelf ontworpen had om eens van kleur te variëren. Ontegenzeglijk prachtig gemaakt van eersteklas stenen.


Tot mijn verrassing bleek zijn set niet veel meer te kosten dan de vouwring uit Udaipur, waarmee weer bewezen werd dat je beter naar een echte winkel kunt gaan als je iets goeds zoekt. De schreeuwende mannetjes op straat proberen je te bedonderen, maar de vakman is trots op zijn werk. Een winkel heeft zijn naam hoog te houden. Klanten bewaren het adres, geven het aan anderen door en komen er later misschien nog eens terug.

Toen ik naar mijn zin was uitgehandeld, kwam JW aan de beurt die geïnteresseerd was in twee antieke voorwerpen. Het ene betrof een potje met rondom vier sierlijke afbeeldingen van budha, het andere een soort Jain-tempelstukje zoals we (wel heel toevallig) nog geen week eerder in Jaisalmer hadden gezien. De antiquair gaf hoog op over de zeldzaamheid en vroeg eerst een absurde prijs, waarna hij die prijs telkens verlaagde. Het potje met budha's leek wel authentiek en was aanzienlijk goedkoper. Grappig, dacht ik nog: op zijn eigen vakgebied schummelt hij niet, maar geef hem andere handel en hij zal ook de haan proberen te braden.


Toen we, na veel gezeur over het Jainstuk dat we niet wilden hebben, tot het budhapotje hadden besloten, werden we met klem uitgenodigd om 's avonds met hem te gaan dineren in het beste restaurant van Jaipur. Wetend dat we dan opnieuw zouden worden doorgezaagd over het Jainstuk, sloegen we deze uitnodiging zeer beslist af.
We werden door hem naar beneden gebracht en in een rikshaw gezet, wat ook al een beetje verdacht was. Hij wilde het Jainstuk o zo graag kwijt. Hij betaalde de rit vooraf en we werden door de heerlijke drukte naar het Tourist Hotel gebracht, dat zijn balkon gratis openstelde voor alle buitenlanders die naar de Durga optocht wilden kijken. Behalve Els, die ziek thuis was gebleven, was de hele groep aanwezig.

De optocht was schitterend. Een hele stoet prachtig uitgedoste olifanten opende het spektakel. Er waren kamelen, vurige paardjes, oude costuums, koetsen, vaandels, de fanfare (zeer vals spelend) en de straten zagen zwart van enthousiaste mensen. Halverwege de optocht begon ik ineens sterretjes te zien en hevig te rillen. Ik sloeg een lap om me heen die ik gelukkig in mijn tas had zitten, maar ik kreeg het steeds kouder. We gingen terug naar het hotel dat een heel eind uit de buurt lag en ik bleek 38.8 te hebben.

Met Els ging het toen weer wat beter.

speld31 maart 1998

’s Morgens om zes uur bleek de koorts opgelopen tot 39.2, ondanks de paracetamollen die ik had geslikt. Fanny belde om zeven uur een dokter die spoorslags kwam. Deze constateerde een of andere bronchitisachtige ontsteking waar ik niets van begreep omdat ik niet hoestte en evenmin verkouden was. Wel piepte ik behoorlijk toen ik diep moest zuchten. Verder ging de conversatie totaal over me heen, want hij deed of ik al dood was en praatte alleen maar met Fanny

Hij schreef penicilline voor en ik moest ook paracetamol blijven slikken, vitaminetabletten, anti-diarreepillen (hoewel ik geen diarree had), hoestdrank (hoewel ik niet hoestte) en nog zo wat van die spullen, terwijl ik zelden iets slik. Vanuit het ziekenhuis werd een half uur later een hele voorraad bezorgd en de kuur kon beginnen..

Er zat niets anders op dat de hele dag op mijn kamer te blijven. Ik deed talloze hazenslaapjes en wisselde die af met zitten op de bank om niet te verslappen. Propte zoveel mogelijk eten naar binnen om op krachten te blijven. Deze dag duurde voor mijn gevoel zo verschrikkelijk lang, dat ik tijden het gevoel hield dat dit twee dagen waren. De koorts zakte echter niet.


Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen