|
Rajastan
|
|
Navigatie HomeOver elisa Zwartboek Boekbinden Weblog |
|
De route Delhi
|
|
Andere reizen Noord India '96Zuid India '97 Rajastan '98 Goa '98 Sri Lanka '99 Noord/Zuid '01 |
|
Overig India EtenTips Boeken Links Sari Muziek Foto's '01 |
|
© 1998 Verhalen nochfoto's svp verspreiden zonder vermelding van bron. |
|
Downloads Alle verslagenzijn integraal te downloaden. |
mijn postbus |
Vroeg uit de veren omdat we tijdig naar Jaipur vertrokken. De koffers waren
al per karretje naar de bus gebracht zodat we een heerlijke, laatste ochtendwandeling
door Pushkar maakten. Het was op dit uur nog prettig koel.
De mensen in Pushkar klaagden dat het weer sinds vier dagen was omgeslagen en
dat het te warm was voor de tijd van het jaar. De meeste mannen uit Kashmir
begonnen dan ook hun biezen te pakken om snel naar het Noorden te vertrekken
waar ze altijd de zomer doorbrengen.
We hadden een vlotte rit over een van de drukste wegen, langs de marmergroeven
waar veel te zwaar beladen vrachtwagens reden. Er waren er dan ook heel wat
gestrand met gebroken assen.
Langs deze enige grote weg waren veel chai shops waar uit bamboe gevlochten
rustbedden stonden, en wasbekkens voor de chauffeurs. Bij een van deze onderkomens
stopten we om thee te drinken. We hingen wat ongemakkelijk op de balken die
de randen van de bedden vormden en kregen meteen onze dagelijkse portie koolmonoxide
binnen. Ook binnen stonden lange rijen met bedden langs de muren die, zoals
overal ter wereld, behangen waren met weelderige pin-up's.
Rond een uur kwamen we aan in Jaipur, in een heerlijk rustig hotel net buiten
de stad. Grote koele, frisse kamers, en een prachtige binnentuin vol bloemen
en vogels. We aten een omeletje en besloten ons naar het City Palace te laten
rijden, en een wandeling door de stad te maken.
Is arm zijn in India geen schande, lopen is dit wel. Zodra je als toerist drie
stappen op je eigen benen zet wordt je omcirkeld door fiets- en autorikshaws
die je bijna hun voertuig in sleuren. Het is heel vreselijk, want de jongens
bedoelen het goed, maar je kunt alleen maar door, langs of over hen heenkijken,
hen grof opzij duwen als ze je pad blokkeren, en volslagen negeren.
Helaas ging het City Palace om 2 uur dicht, omdat de stad een Durga festival
vierde. Spijtig omdat we heel graag de met pauwen versierde portieken van het
paleis nog eens hadden teruggezien. We wandelden, aanvankelijk gevolgd en nageschreeuwd
door een hele rij rikshaws en bedelaars, rustig in de richting van Het Paleis
van de Winden. We bleken de weg nog heel goed te kennen.
Vlak naast het Paleis van de Winden rustten we uit op een schaduwrijke stoep.
Aan de overkant lagen de herenhuizen waarin vele winkels gehuisvest waren. In
een van deze huizen zat de man bij wie we twee jaar geleden zulke prachtige
dingen gevonden hadden en naar hem wilden we terug. Zonder een runner, wel te
verstaan.
We bekeken de gevels nauwkeurig. Waar de rij lagere huizen overging in hogere,
zou het geweest kunnen zijn. Op het platdak was van alles gebouwd dat ons bekend
voorkwam. We bekeken nu het bijbehorende portiek. Een vrij hoge trap leidde
naar een zware voordeur. Hij werd net door een stel knullen geveegd en gedweild.
Op straat scholen in groepjes de runners samen, want het was nog wat te vroeg
voor het winkelend publiek.
Toen we het erover eens waren geworden dat het dat speciale huis moest zijn,
staken we doelbewust de straat over. Zonder enige aarzeling klommen we de net
gedweilde trappen op, de runners verbaasd het nakijken gevend. Tegen de enige
die ons halverwege blokkeerde zeiden we: we kennen de weg want we zijn hier
eerder geweest.
De huiskapel die een verdieping hoger had moeten zijn, was er niet meer. De
witte draperieën waren vervangen door etalages, en de zilveren kast met
heiligheid was nergens meer te bekennen. We klommen nog een trap hoger en kwamen
op het dak. Even raakte ik het spoor bijster. In mijn herinnering had alles
groter moeten zijn, maar JW opende de goede deur en toen waren we op eigen kracht
toch waar we wilden wezen.
De eigenaar nam ons een moment scherp op en kwam toen op ons af. Niet alleen
dat hij ons herkende, hij herinnerde zich ook dat ik een armband had gekocht
die toen niet over mijn hand ging, en vroeg of dit na thuiskomst wel was gelukt.
Het was werkelijk verbluffend. Ondertussen dat er chai werd gehaald kregen we
vast een koel glas water.
Hij vroeg wat we zochten en ik vertelde van de ingenieuze vouwring die ik in
Udaipur had gezien. Deze ring had scharnieren, en de zes halve cirkels waaruit
de constructie bestond waren deels bezet met fijne steentjes robijn, saffier
en smaragd, deels met briljant. De grap was dat je de halve cirkels zo kon omklappen
dat je verschillende kleurcombinaties kon maken. Je kon rood en groen bijvoorbeeld
boven dragen en blauw onder, of rood met blauw boven, en groen aan de binnenkant
van de hand.
De man hoorde mij aan, snapte wat ik bedoelde, maar schudde misprijzend zijn
hoofd. Hij zei dat het goed was dat ik die niet had gekocht omdat ze machinaal
worden gemaakt. De zeer fijne steentjes worden niet gezet maar gelijmd en vallen
er na verloop van tijd uit. Als vakman vond hij dit ook nog zonde van het materiaal.
Hij had de vouwring dus niet, maar liet mij wel een setje zien dat hij zelf
ontworpen had om eens van kleur te variëren. Ontegenzeglijk prachtig gemaakt
van eersteklas stenen.
Tot mijn verrassing bleek zijn set niet veel meer te kosten dan de vouwring
uit Udaipur, waarmee weer bewezen werd dat je beter naar een echte winkel kunt
gaan als je iets goeds zoekt. De schreeuwende mannetjes op straat proberen je
te bedonderen, maar de vakman is trots op zijn werk. Een winkel heeft zijn naam
hoog te houden. Klanten bewaren het adres, geven het aan anderen door en komen
er later misschien nog eens terug.
Toen ik naar mijn zin was uitgehandeld, kwam JW aan de beurt die geïnteresseerd
was in twee antieke voorwerpen. Het ene betrof een potje met rondom vier sierlijke
afbeeldingen van budha, het andere een soort Jain-tempelstukje zoals we (wel
heel toevallig) nog geen week eerder in Jaisalmer hadden gezien. De antiquair
gaf hoog op over de zeldzaamheid en vroeg eerst een absurde prijs, waarna hij
die prijs telkens verlaagde. Het potje met budha's leek wel authentiek en was
aanzienlijk goedkoper. Grappig, dacht ik nog: op zijn eigen vakgebied schummelt
hij niet, maar geef hem andere handel en hij zal ook de haan proberen te braden.
Toen we, na veel gezeur over het Jainstuk dat we niet wilden hebben, tot het
budhapotje hadden besloten, werden we met klem uitgenodigd om 's avonds met
hem te gaan dineren in het beste restaurant van Jaipur. Wetend dat we dan opnieuw
zouden worden doorgezaagd over het Jainstuk, sloegen we deze uitnodiging zeer
beslist af.
We werden door hem naar beneden gebracht en in een rikshaw gezet, wat ook al
een beetje verdacht was. Hij wilde het Jainstuk o zo graag kwijt. Hij betaalde
de rit vooraf en we werden door de heerlijke drukte naar het Tourist Hotel gebracht,
dat zijn balkon gratis openstelde voor alle buitenlanders die naar de Durga
optocht wilden kijken. Behalve Els, die ziek thuis was gebleven, was de hele
groep aanwezig.
De optocht was schitterend. Een hele stoet prachtig uitgedoste olifanten opende
het spektakel. Er waren kamelen, vurige paardjes, oude costuums, koetsen, vaandels,
de fanfare (zeer vals spelend) en de straten zagen zwart van enthousiaste mensen.
Halverwege de optocht begon ik ineens sterretjes te zien en hevig te rillen.
Ik sloeg een lap om me heen die ik gelukkig in mijn tas had zitten, maar ik
kreeg het steeds kouder. We gingen terug naar het hotel dat een heel eind uit
de buurt lag en ik bleek 38.8 te hebben.
Met Els ging het toen weer wat beter.
s Morgens om zes uur bleek de koorts opgelopen tot 39.2, ondanks de paracetamollen
die ik had geslikt. Fanny belde om zeven uur een dokter die spoorslags kwam.
Deze constateerde een of andere bronchitisachtige ontsteking waar ik niets van
begreep omdat ik niet hoestte en evenmin verkouden was. Wel piepte ik behoorlijk
toen ik diep moest zuchten. Verder ging de conversatie totaal over me heen,
want hij deed of ik al dood was en praatte alleen maar met Fanny
Hij schreef penicilline voor en ik moest ook paracetamol blijven slikken, vitaminetabletten,
anti-diarreepillen (hoewel ik geen diarree had), hoestdrank (hoewel ik niet
hoestte) en nog zo wat van die spullen, terwijl ik zelden iets slik. Vanuit
het ziekenhuis werd een half uur later een hele voorraad bezorgd en de kuur
kon beginnen..
Er zat niets anders op dat de hele dag op mijn kamer te blijven. Ik deed talloze hazenslaapjes en wisselde die af met zitten op de bank om niet te verslappen. Propte zoveel mogelijk eten naar binnen om op krachten te blijven. Deze dag duurde voor mijn gevoel zo verschrikkelijk lang, dat ik tijden het gevoel hield dat dit twee dagen waren. De koorts zakte echter niet.
Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen