Rajastan


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi

Udaipur
Jodhpur
Jaisalmer
Desert Camp
Pushkar
Jaipur
Agra
Delhi (2)
Naar Goa
Opmerkingen

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speld28 maart 1998

Pushkar

Fanny wilde vroeg vertrekken want het zou een zware rit worden vandaag. Vanaf het kamp moesten we eerst helemaal terug naar Jodhpur, om daar de grote weg te nemen naar Pushkar. Nou ja, "grote weg" is wel een euforisme. Het is de enige geasfalteerde weg waarover alle vrachtverkeer Rajastan in- en uitgaat. Dit schoot voor geen meter op omdat de weg niet eens de breedte had van enkelbaans. Voor elke truck die ons tegemoet kwam moest de bus de berm in, en behalve truckers waren er ook nogal wat dieren die het asfalt prefereerden boven zand.

Na een uitgebreid woestijnontbijt, waarvan onder meer klonterige pap en ingedikte pindakaas onderdelen vormden, namen wij afscheid van koks, verzorgers, kameeldrijvers en muziekmakers. Er werden armen vol geschenken weggegeven. Uitgelubberde T-shirts, kapotte truitjes, zeep, tandpasta, dekens en versleten jeans verwisselden van eigenaar en werden niettemin in dank aanvaard. Ineke gaf de oranje deken van Kitty aan haar kamelenboy, met mijn turkooize kniekousen die ik de vorige avond tegen de muggen had gedragen. Vooral deze kniekousen trokken allemachtig veel bekijks bij jong en oud. Er werd bijna om gevochten.

Marloes en Ineke waren gisteren met de kamelenboy mee naar huis geweest, terwijl de rest van de groep in de schaduw van een paar bomen urenlang had moeten wachten (we hadden weinig gemist) totdat de karavaan bereid was verder te rijden. Ze vonden het kennelijk te heet. Marloes en Ineke, op bezoek dus bij een plaatselijk gezin, hadden zich vooral vermaakt met een jonge dochter – jaar of acht – die gevraagd had of ze de dames mocht "opmaken". Toen ze hiervoor toestemming had gekregen kwam er een enorme kist tevoorschijn met crèmes, poeders, lippenstiften, oogschaduw, parfums en alles wat je maar op een toilettafel kunt bedenken. Hoe ze hier aan kwam? Nou, gewoon! Alles van de toeristenmevrouwen gekregen die in het kamp hadden geslapen…

’s Morgens in alle vroegte vertrekken heeft zijn bijzondere charme. De zon is nog maar net boven de horizon en geeft zijn mooiste licht. De woestijn kwam maar langzaam tot leven, want haast hebben de mensen hier niet. Overal waren boeren onderweg met hun kameel om de grote watertank te vullen die op de kar was bevestigd. Hoewel de tanks een behoorlijke afmeting hadden, leek de voorraad toch maar net toereikend om een hele veestapel van vocht te voorzien. Bij vrijwel alle boerderijen stonden de dieren op dit uur te drinken uit enorme aluminium bekkens. Runderen, pauwen, kamelen, alles broederlijk bij elkaar. We zagen nergens dieren ruzie maken.
Nergens honden of paarden, want die kunnen maar enkele uren zonder vocht. Pauwen des te meer. Ik heb gelezen dat ze huis en erf vrij van slangen houden. Ze zullen zeker een functie hebben, want in de woestijn onderhoud je geen dieren als je er geen nut van hebt.

We reden een heel stuk dicht langs de Pakistaanse grens, waar overal aan de Indiase kant legerkampen waren. De grens wordt dag en nacht bewaakt. Het was de streek waar later in de zomer ondergrondse kernexplosies zouden plaatshebben, zowel aan de Pakistaanse als Indiase zijde.

Was het landschap tot Jodhpur vrijwel vlak geweest, met hier en daar een lichte glooiing, nu kwamen de eerste rotspartijen in zicht. De begroeiing werd anders. Het zanderige gebied werd nu grotendeels overwoekerd door manshoge struiken die veel op onze "Euphorbia" lijken. De struik is zwaar giftig voor mens en dier (dus heilig!) maar levert binnen enkele dagen uitstekend brandhout.
Naarmate het rotsiger werd zag je meer cactus. Rozetten van smalle stekelige stammetjes met aan de top een tros fletsrode bloemen. Model inktzwam, maar dan manshoog, zal ik maar zeggen. Na drogen eveneens uitstekend brandhout.

Enorm veel grote grijze kraaien met imposante snavels, diverse soorten roofvogels en vrolijke groene parkietjes. Vooral de roofvogels bewijzen hun nut als opruimdienst. Van kadavers blijft alleen het vachtje over. Bij deze temperaturen moeten de hygiënische omstandigheden meevallen. Uitwerpselen drogen meteen uit. Zweet verdampt al voordat het de poriën uit komt, en de wind voert doorlopend stofwolken aan waardoor je met zand wordt gewassen.
De woestijn is wonderschoon, groots, magistraal, genadeloos, en heeft diepe indruk op ons allemaal gemaakt.

Voorbij Jodhpur kwamen we duidelijk "binnen de randstad". We waren twee dagen vergeten hoe dichtbevolkt India is. Nu wilde het toeval dat er overal Durgianfestivals werden gehouden, dus we passeerden plaatsen waar ze mannetje aan mannetje liepen. We raakten vast in optochten, en tussen de bussen die uitpuilden van de pelgrims. Ondanks het feit dat de ventilatoren in de bus op volle kracht draaien, liep de temperatuur op tot 42 graden.

We konden maar weinig tussenstopjes maken omdat Fanny in Pushkar wilde aankomen voordat het donker werd. Er mogen geen bussen door Pushkar rijden, zodat alle bagage buiten het stadje op een handkar moest worden geladen. Omdat er, behalve Indiërs, ook nogal wat gespuis rondloopt in de heilige plaats, was het wel prettig om dit nog bij daglicht te doen.
We dronken maar één keer ergens chai en later een glas vruchtensap terwijl de chauffeur ondertussen flessen water insloeg. Om twee uur deden we een Midway aan, waar we een warme hap konden eten en iets drinken. Zonder verdere pauze vervolgden we de rit naar Pushkar waar we tegen half zeven, net voor zonsondergang, aankwamen. De timing was perfect, maar we waren bek af en behoorlijk uitgedroogd. Ik had alleen nog maar visioenen van emmers vers geperst vruchtensap.

Omdat er in het woestijnkamp maar weinig sanitaire voorzieningen waren (je moest zelf een emmer water uit een diepe put optrekken, en verder stonden alle Indiërs geamuseerd te kijken wat we deden) was eigenlijk niemand bepaald fris gewassen. Nu hadden wij nog maar één nacht in het kamp doorgebracht, maar de anderen twee. Nog groter dan de dorst was dan ook de behoefte aan een douche! De snelle verdamping in de woestijn maakte echter dat niemand onplezierig rook, een opmerkelijke ervaring. Lichaamsvocht blijft maar zo kort op de huid, dat er waarschijnlijk geen tijd is om bacteriën te ontwikkelen.

Pushkar bleek Pushkar niet meer te zijn zoals wij (en de anderen) het kenden. Twee jaar geleden was het nog een slordige - zij het toeristische - plaats met rommelige kraampjes en stalletjes. Nu bleken alle haveloze puien en portieken vervangen door boetiekjes met glazen vitrinekasten. Zelfs de kralenman, die houten opstappen had voor zijn schamele hut, heeft de zaak verbouwd tot een echte winkel die in Holland niet zou misstaan. Het is Valkenburg in het kwadraat geworden, en nog erger. Het sortiment dat wordt aangeboden bestaat voor driekwart uit kitsch. Wel is dit nog steeds de plaats waar je muziek moet kopen. Er zijn veel winkels waar ze tapes en CD’s verkopen.

Om een hapje te eten lopen we naar Pushkar Palace, waaraan we goede herinneringen bewaren, maar de eetzaal ziet er stil uit en we vinden er niet veel meer aan. Dan maar naar het cafetaria met de achtertuin, waar twee jaar geleden een koe binnenkwam die de borden leeg at van de hippies die er zaten. De waard vertrok toen geen spier, leidde de koe met zachte hand weg, en schepte diezelfde borden weer vol uit een pan die op het vuur stond te pruttelen.
De jus d’organge wordt er tenminste vers geperst, en ik sla er drie naar binnen. De spaghetti kost er niks en smaakt uitstekend. We concluderen dat het niet helemaal eerlijk is om op Pushkar af te geven. Vorige keer kwamen we uit het rumoerige Jaipur waardoor Pushkar een oase van rust leek, maar nu komen we uit de woestijn waarnaar we nog een beetje heimwee hebben.

Er zwerven nog altijd veel overjarige hippies rond. Mannen die de leeftijd van het hippiedom al lang te boven zouden moeten zijn. Pushkar is de plaats voor marihuana en "bang". Cocaïne en opium zullen hier ook wel te krijgen zijn. Men zegt dat je moet oppassen als je een lassie bestelt, want er zijn "speciale" lassies, waarbij de stuff door de yoghurt is geroerd.
Droeviger nog dan die ranzige hippies zijn de zeer jonge meisjes. Er hangen er meer rond dan twee jaar terug. Ze kijken in aanbidding op naar hun "Guru", veelal een oudere man met imposante kop, lange baard en in een witte jurk gehuld. Liggen ze niet in aanbidding, dan kijken ze met wazige ogen om zich heen en lijken verveeld en stoned. Er zijn erbij die nauwelijks zeventien jaar zijn. Het zal je dochter maar wezen.

speld29 maart 1998

Toch krijgt Pushkar ons weer in zijn ban, al zou ik hier niet langer hoeven blijven want we hebben het nu wel gezien. Met verse vruchtensap en een pancake ontbeten in hetzelfde cafetaria als gisteravond, waar dezelfde boy ons weer vriendelijk bediende. Hij nam JW zelfs even mee naar de tempel aan de overkant waar iets plechtigs gebeurde vanwege het Durgia festival. Je vergaat hier trouwens van de tempels. Ze zijn er in alle soorten en maten, en voor alle soorten van goden. Pushkar is ook nog de enige plaats in India waar een Brahmanentempel is.

Pushkar staat trouwens op z’n kop want van heinde en ver is het vrome woestijnvolk hierheen getogen om het Durgiafeest te vieren. Vanmorgen om half zes schalden de eerste gezangen al over het water tegen de heuvels op. Ik was meteen klaarwakker, ook al omdat de kranen zo drupten en er pauwen in de tuin stonden te schreeuwen.
JW voelde zich niet helemaal lekker vandaag en deed het rustig aan. Terwijl hij rond twaalf uur terug ging naar het hotel, slenterde ik de straatjes nog eens door. Veel van hetzelfde overal, en bomvol bedevaartgangers die souveniertjes kochten. In India gaan ze niet solitair op bedevaart, maar met de hele familie. Opa, oma, ooms en tantes, kinderen, neven en nichten, alles gaat mee en wordt in nieuwe lapjes gestoken.

Het straatje naar beneden, naar de grote tempel toe, is gelukkig nog hetzelfde gebleven. Veel rommelige zaakjes, veel verkopers die zittend op straat hun waren aanprijzen en veel slechtverzorgde koeien. Die lopen er hier opvallend mager en vuil bij bij alsof ze aan niemand toebehoren. Vlak bij de tempel staan allerlei karren waarop in prachtige torentjes kleurstoffen te koop werden aangeboden. Een feest voor het oog, zoals ze ook altijd kunstige torentjes bouwen van sinaasappels en ander fruit.

Ik liep weer terug in de richting van het hotel en ging binnen bij de kralenman. Er stonden weer honderden bakjes met kralen van glas en been, en stenen uit heel India. Ze lieten me een hele tijd ongemoeid rondsnuffelen. Ik had de zilveren kralen uit Jaisalmer bij me, en probeerde allerlei combinaties. De baas zag me bezig en vond dat ik zilver moest combineren met bloedkoraal, turkoois en lapis lazuli. Hij zocht net zo lang in geheime laatjes tot hij stenen gevonden had in de goede maat, en hij kwam ook nog aanzetten met een antiek snoer nachtblauwe lapis lazuli met veel zilveren aders er in. Hij legde het snoer op de weegschaal en berekende dat het 800 rupees moest kosten. Wetend wat lapis in Holland kost, bedacht ik me geen seconde.
Toen ik met mijn aankopen in het hotel terugkwam, begon JW net aan zijn tweede slaapje. Zittend op bed reeg ik van de net gekochte kralen een snoer in elkaar dat in de beste kashmirwinkel niet zou misstaan, maar daar minstens het tienvoudige zou kosten.

Omdat de temperatuur door een verkoelend briesje wat dragelijker was geworden trokken we tegen half vijf de plaats maar weer eens in. We kwamen Els en Hein tegen en schuimden samen nog wat antiquairtjes af. Toen we langs de Rainbow liepen, herinnerden we ons dat je hier vroeger lekker kon eten. Het zat er nog altijd tjokvol, dus we gingen er binnen. Het viel helemaal niet tegen.

Op de terugweg vielen we met de neus in de boter. Er liepen processies rond, er waren vuurspuwers in de weer, er was nogal wat politie op de been, en er stonden op een pleintje enige wagens waarvoor de mensen zich verdrongen. Die wagens bleken vitrines te bevatten met heilige beeldjes er in. Als je een munt in een gleufje stopte begonnen de beeldjes te bewegen. We hadden moeite om niet te lachen, maar dit zou ongepast zijn geweest.
Wat we ons zeer goed realiseerden was dat dit soort volksoplopen alleen maar zonder ongelukken kan verlopen omdat er geen alcohol wordt gedronken.


Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen