|
Rajastan
|
|
Navigatie HomeOver elisa Zwartboek Boekbinden Weblog |
|
De route Delhi
|
|
Andere reizen Noord India '96Zuid India '97 Rajastan '98 Goa '98 Sri Lanka '99 Noord/Zuid '01 |
|
Overig India EtenTips Boeken Links Sari Muziek Foto's '01 |
|
© 1998 Verhalen nochfoto's svp verspreiden zonder vermelding van bron. |
|
Downloads Alle verslagenzijn integraal te downloaden. |
mijn postbus |
We zaten ruim voor acht uur klaar na een ontbijt met slappe toast, maar geen
jeep te bekennen. Die verscheen pas voorbij half negen, met twee knapen die
zich excuseerden omdat ze zich verslapen hadden. Het was trouwens helemaal geen
jeep, maar een ongelooflijk uitgeleefde gammele taxi, vermoedelijk nog uit de
jaren zeventig.
Ik had goed de smoor in omdat we nu geen terrein konden rijden, wat natuurlijk
het leukste is. We bleven dus op de asfaltwegen en bezochten wel een paar aardige
dingen. De sarcofagen van de koninklijke familie bijvoorbeeld, en enige tempels
waaronder een zeer fraaie kleine Jain die eenzaam midden in het kale landschap
lag. Ook nog een middeleeuwse spookstad, zoals we in Jordanië al eens hadden
gezien. Het was een zeer grote stad geweest met stenen huizen die vanwege watergebrek
ooit was verlaten. Vlak in de buurt was men met opgravingen bezig van iets dat
op een tempel leek. Het bouwwerk was in de loop der eeuwen onder het zand gestoven.
Men kon aan dit project helaas niet verder werken omdat de gigantische wanden
naar binnen gedrukt dreigden te worden. Dat nog niemand bedacht had om de muren
met balken te stutten, was eigenlijk vreemd, al was er in de wijde omtrek dan
ook geen stam voorhanden.
De woestijn was ongelooflijk heet en dor. Om elf uur was de temperatuur al opgelopen
tot ruim veertig graden. De gids vertelde dat het er over een maand meer dan
vijftig graden zal worden, en dat de bewoners dan van s morgens tien tot
s middags vier niet buiten komen. De vrouwen doden de tijd met borduren.
Om half een werden we weer teruggebracht naar het hotel. We aten de bananen
op die we nog op de kamer hadden en vielen in slaap. Om drie uur werden we opgehaald
met onze bagage. De hitte was nu zelfs voor Indiërs niet makkelijk te verdragen.
Alle autoraampjes gingen open, maar hoe hard we ook reden, het verkoelde niet.
De wind die binnenwaaide had de temperatuur van een haarföhn en voerde
grote wolken stof mee.
JW, die zijn raampje al had dichtgedraaid, raadde me aan hetzelfde te doen,
maar dit vond ik zonde. Voor een keer in de woestijn wilde ik die hete lucht
wel voelen. Het was trouwens niet de hitte die alles leek te verzengen, maar
de droogte.
Van drie tot half zeven waren we onderweg. We maakten maar twee korte tussenstoppen.
De eerste om een glas chai te drinken en de tweede om een lekke band te wisselen.
We stopten in gehuchten waar ze nog nooit toeristen hadden gezien. De hele bevolking
liep uit om ons van dichtbij te bekijken. Men gedroeg zich of we neergedaalde
goden waren. Ze hadden zelfs nog niet geleerd om te bedelen, al probeerden enige
handen wel de kleine kampeerthermometer van mijn tasje te rukken.
De tocht was prachtig. We reden door ruig gebied waar overal grote kuddes zwartkopschapen
en zwarte geiten graasden. Er waren trouwens allerlei dieren. We zagen vele
kamelen met hun jongen, en dan de schitterende pauwen. Pauwen schijnen in verschillende
streken van India nog in het wild te leven, maar ik vraag mij af hoe ze in de
woestijn aan water komen zonder hulp van de mens. We kregen eerder de indruk
dat de pauwen er overdag zelfstandig op uit trokken, om bij het vallen van de
avond weer naar huis te gaan, de enige plek waar gedronken kan worden.
Vlak voor zonsondergang bereikten we het basiskamp waar we met luid gejuich
verwelkomd werden. Het was een omheinde plaats waarop een paar lemen hutten
stonden met rieten daken, precies zoals bij de boerderijen in de woestijn. In
een van de hutten wordt gekookt, de andere dienen als beschutting voor mens
en vee.
Ons ploegje gebruikte de hutten om de bagage te stallen, want geslapen werd
er in de open lucht. Op een dun matrasje onder de weidse sterrenhemel. Voordat
het zover was, werd er bij een kampvuur (nodig vanwege het licht, niet vanwege
de temperatuur) gegeten, en door een ingehuurde locale groep muziek gemaakt.
Aanvankelijk was dit erg grappig, maar naarmate de kerels meer zopen ging de
voorstelling als een nachtkaars uit. Ze kwamen steeds bedelend langs en dronken
wat ze krijgen konden: bier, whisky of jenever, alles lukraak door elkaar. Daarbij
hadden we sterk de indruk dat ze ook nog het een en ander snoven.
Om tien uur werden de matrassen naar buiten gesleept en maakte iedereen zich
klaar voor de nacht. Omdat er geen maan was en het kampvuur ondertussen was
gedoofd, behielp iedereen zich met een zaklantaarn, wat een grappig gezicht
was. De Indiërs (verzorgers, kamelenjongens, muzikanten, chauffeurs, masseur)
hadden zich ter plekke ergens op de grond laten zakken. Ze gebruikten niet eens
een matrasje. Op weg naar de latrine moest je verdraaid goed uitkijken om niet
over hen te struikelen.
Ons reisgezelschap lag in kleine clusters over het erf verspreid. Fanny met
haar Indiase vriend, Jos met Afra en Inge. Harrie en Ineke hadden Marloes tussen
zich in genomen omdat die steeds door een dronken Indiër werd lastiggevallen.
Met de omheining als rugdekking had Hein zes matrassen op een rijtje uitgelegd
voor hem en Els, Leo en Ien en voor ons. We kregen ook allemaal een dikke deken.
Omdat ik ook nog de lap van Kitty had, kon ik de dikke deken lekker op mijn
matrasje leggen.
Fanny had ons al dagen voorspeld hoe prachtig de sterrenhemel zou zijn, en hij
was overweldigend. Dik en vet glommen ze aan de maanloze hemel. De lucht was
helder als kristal. Die sterren hingen daar, alsof je ze zo kon plukken.
Ik zag de grote beer in de loop der uren langzaam voorbij glijden want ik sliep
niet veel, hoewel er niemand lag te snurken. Wel gaven de honden buiten de omheining
enige malen een nachtconcert. Toen het uur van de wolf was aangebroken sprongen
ze op fluwelen voeten over de omheining om alle tassen te doorzoeken. Omdat
ze de vorige nacht al op rooftocht waren geweest (de zuinig bewaarde Hollandse
kaas van Leo en Ien ging er aan) viel er nu niet veel meer te halen.
Rond een uur of vijf werd het wat frisser, maar zeker niet koud. Marloes had
me de tip gegeven een extra T-shirt bij de hand te houden, en ik trok het aan,
maar twee uur later begon het alweer warm te worden. Verkoeld was de woestijn
dus niet.
Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen