Rajastan


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Treinreis
Udaipur
Jodhpur
Jaisalmer
Desert Camp
Pushkar
Jaipur
Agra
Delhi (2)
Naar Goa
Opmerkingen

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speld27 maart 1998

Desert Camp

We zaten ruim voor acht uur klaar na een ontbijt met slappe toast, maar geen jeep te bekennen. Die verscheen pas voorbij half negen, met twee knapen die zich excuseerden omdat ze zich verslapen hadden. Het was trouwens helemaal geen jeep, maar een ongelooflijk uitgeleefde gammele taxi, vermoedelijk nog uit de jaren zeventig.
Ik had goed de smoor in omdat we nu geen terrein konden rijden, wat natuurlijk het leukste is. We bleven dus op de asfaltwegen en bezochten wel een paar aardige dingen. De sarcofagen van de koninklijke familie bijvoorbeeld, en enige tempels waaronder een zeer fraaie kleine Jain die eenzaam midden in het kale landschap lag. Ook nog een middeleeuwse spookstad, zoals we in Jordanië al eens hadden gezien. Het was een zeer grote stad geweest met stenen huizen die vanwege watergebrek ooit was verlaten. Vlak in de buurt was men met opgravingen bezig van iets dat op een tempel leek. Het bouwwerk was in de loop der eeuwen onder het zand gestoven. Men kon aan dit project helaas niet verder werken omdat de gigantische wanden naar binnen gedrukt dreigden te worden. Dat nog niemand bedacht had om de muren met balken te stutten, was eigenlijk vreemd, al was er in de wijde omtrek dan ook geen stam voorhanden.

De woestijn was ongelooflijk heet en dor. Om elf uur was de temperatuur al opgelopen tot ruim veertig graden. De gids vertelde dat het er over een maand meer dan vijftig graden zal worden, en dat de bewoners dan van ’s morgens tien tot ’s middags vier niet buiten komen. De vrouwen doden de tijd met borduren.

Om half een werden we weer teruggebracht naar het hotel. We aten de bananen op die we nog op de kamer hadden en vielen in slaap. Om drie uur werden we opgehaald met onze bagage. De hitte was nu zelfs voor Indiërs niet makkelijk te verdragen. Alle autoraampjes gingen open, maar hoe hard we ook reden, het verkoelde niet. De wind die binnenwaaide had de temperatuur van een haarföhn en voerde grote wolken stof mee.
JW, die zijn raampje al had dichtgedraaid, raadde me aan hetzelfde te doen, maar dit vond ik zonde. Voor een keer in de woestijn wilde ik die hete lucht wel voelen. Het was trouwens niet de hitte die alles leek te verzengen, maar de droogte.

Van drie tot half zeven waren we onderweg. We maakten maar twee korte tussenstoppen. De eerste om een glas chai te drinken en de tweede om een lekke band te wisselen. We stopten in gehuchten waar ze nog nooit toeristen hadden gezien. De hele bevolking liep uit om ons van dichtbij te bekijken. Men gedroeg zich of we neergedaalde goden waren. Ze hadden zelfs nog niet geleerd om te bedelen, al probeerden enige handen wel de kleine kampeerthermometer van mijn tasje te rukken.

De tocht was prachtig. We reden door ruig gebied waar overal grote kuddes zwartkopschapen en zwarte geiten graasden. Er waren trouwens allerlei dieren. We zagen vele kamelen met hun jongen, en dan de schitterende pauwen. Pauwen schijnen in verschillende streken van India nog in het wild te leven, maar ik vraag mij af hoe ze in de woestijn aan water komen zonder hulp van de mens. We kregen eerder de indruk dat de pauwen er overdag zelfstandig op uit trokken, om bij het vallen van de avond weer naar huis te gaan, de enige plek waar gedronken kan worden.

Vlak voor zonsondergang bereikten we het basiskamp waar we met luid gejuich verwelkomd werden. Het was een omheinde plaats waarop een paar lemen hutten stonden met rieten daken, precies zoals bij de boerderijen in de woestijn. In een van de hutten wordt gekookt, de andere dienen als beschutting voor mens en vee.

Ons ploegje gebruikte de hutten om de bagage te stallen, want geslapen werd er in de open lucht. Op een dun matrasje onder de weidse sterrenhemel. Voordat het zover was, werd er bij een kampvuur (nodig vanwege het licht, niet vanwege de temperatuur) gegeten, en door een ingehuurde locale groep muziek gemaakt. Aanvankelijk was dit erg grappig, maar naarmate de kerels meer zopen ging de voorstelling als een nachtkaars uit. Ze kwamen steeds bedelend langs en dronken wat ze krijgen konden: bier, whisky of jenever, alles lukraak door elkaar. Daarbij hadden we sterk de indruk dat ze ook nog het een en ander snoven.

Om tien uur werden de matrassen naar buiten gesleept en maakte iedereen zich klaar voor de nacht. Omdat er geen maan was en het kampvuur ondertussen was gedoofd, behielp iedereen zich met een zaklantaarn, wat een grappig gezicht was. De Indiërs (verzorgers, kamelenjongens, muzikanten, chauffeurs, masseur) hadden zich ter plekke ergens op de grond laten zakken. Ze gebruikten niet eens een matrasje. Op weg naar de latrine moest je verdraaid goed uitkijken om niet over hen te struikelen.

Ons reisgezelschap lag in kleine clusters over het erf verspreid. Fanny met haar Indiase vriend, Jos met Afra en Inge. Harrie en Ineke hadden Marloes tussen zich in genomen omdat die steeds door een dronken Indiër werd lastiggevallen. Met de omheining als rugdekking had Hein zes matrassen op een rijtje uitgelegd voor hem en Els, Leo en Ien en voor ons. We kregen ook allemaal een dikke deken. Omdat ik ook nog de lap van Kitty had, kon ik de dikke deken lekker op mijn matrasje leggen.

Fanny had ons al dagen voorspeld hoe prachtig de sterrenhemel zou zijn, en hij was overweldigend. Dik en vet glommen ze aan de maanloze hemel. De lucht was helder als kristal. Die sterren hingen daar, alsof je ze zo kon plukken.
Ik zag de grote beer in de loop der uren langzaam voorbij glijden want ik sliep niet veel, hoewel er niemand lag te snurken. Wel gaven de honden buiten de omheining enige malen een nachtconcert. Toen het uur van de wolf was aangebroken sprongen ze op fluwelen voeten over de omheining om alle tassen te doorzoeken. Omdat ze de vorige nacht al op rooftocht waren geweest (de zuinig bewaarde Hollandse kaas van Leo en Ien ging er aan) viel er nu niet veel meer te halen.
Rond een uur of vijf werd het wat frisser, maar zeker niet koud. Marloes had me de tip gegeven een extra T-shirt bij de hand te houden, en ik trok het aan, maar twee uur later begon het alweer warm te worden. Verkoeld was de woestijn dus niet.


Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen