Rajastan


Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Treinreis
Udaipur
Jodhpur
Jaisalmer
Desert Camp
Pushkar
Jaipur
Agra
Delhi (2)
Naar Goa
Opmerkingen

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speld22 maart 1998

Jodhpur

Om kwart voor zeven ontbijt, om half acht vertrek. We namen met weemoed afscheid van Udaipur. We hadden hier best nog een paar dagen willen blijven. We wandelden door de ontwakende stad naar de parkeerplaats waar onze bus al geladen met koffers zou staan te wachten want die waren per rikshaw vooruit gebracht.
Overal waren op dit uur de bontgeklede vrouwen bezig met het vegen van stoepen en straten. De hopen vuil werden door karretjes opgehaald. Andere vrouwen liepen met grote manden fris blad op hun hoofd om de runderen groenvoer te geven. Door de goten stroomde overvloedig water. Udaipur lag er fris en proper bij om een nieuwe dag te beginnen.

Na een korte chai-stop langs de grote weg bereikten we om elf uur de Jaintempel in Ranakpur. We ontdeden ons van alle lederen zaken zoals ceintuurs, horlogebandjes, tassen en schoenen, en betraden de prachtige tempel met duizend verschillend gebeeldhouwde pilaren. Het was een plaatje. Het marmer was opmerkelijk blank gebleven en glansde van ouderdom. Het snijwerk was exceptioneel. We mochten, tegen een niet geringe vergoeding, alles fotograferen en filmen behalve de budha's met de glinsterende ogen die achter deurtjes verborgen werden gehouden. Dit bleek een aardige commercie. Er kwamen Jains op je af die je geheimzinnig toefluisterden: kom mee, dan zal ik iets moois laten zien! Zo'n man voorbijlopen of hij een runner was kon natuurlijk niet, dus je ging achter hem aan. Hij deed een deurtje open, en dan stond je weer oog in oog met de levenloze glinsterblik van een Jainbudha. Ging het deurtje weer dicht, dan siste de man "gift, gift!". Er waren heel veel deurtjes met verborgen gehouden budha's.

Helaas kwamen we tijd te kort, want een eindje verder stonden nog een paar kleinere tempels die vanbuiten waren versierd met meer hindu-achtige, soms erotische voorstellingen. Behalve Leo, die hierdoor te laat aan tafel verscheen en een deel van zijn maaltijd miste, heeft niemand van ons hier iets van gezien.
De maaltijd was een belevenis. Fanny had, voor zestig cent per persoon, bonnen gekocht om van de "gaarkeuken" te eten. Elke middag worden er bij de Jaintempel tali's opgediend. We werden door monniken aan lange houten tafels gedirigeerd waarop voor elke eter een groot aluminium plateau klaarstond met een beker en twee kommetjes. Het vaatwerk stond hygiënisch ondersteboven. Toen iedereen binnen no time op zijn plaats zat (het ging zeker om zo'n honderd man) kwam een kolonelachtige Jain blaffend de rijen langs met het bevel de kommetjes om te keren.

Even later schoten de eerste Jains langs met warm gebakken, ongerezen broodjes van grof meel, ragdun gebakken papadams, en droge rijst. Ze mikten in ijzingwekkend tempo bij iedereen iets op de schotel. Toen stoof er een rijtje Jains langs met emmers saus, groentencurry, linzensoepje en ook zij kwakten met een welgemikte lepel iets van het goedje in een bakje. Ze bleven in hoog tempo af en aandraven met broodjes en bijgerechten tot iedereen verzadigd was. In geen tijd hadden ze op deze manier de horde van een warme maaltijd voorzien. We aten zoals iedereen met onze handen en lieten het ons voortreffelijk smaken.
Onderwijl had zich buiten onder de bloeiende bougainvilles een legertje apen verzameld. Ze zagen er zo goed gevoed en proper uit, dat we het idee kregen dat de Jains ze persoonlijk in bad deden. Misschien mochten ze na ons vertrek wel de borden aflikken.

De tocht naar Jodhpur was lang, stoffig en zo heet, dat iedereen in slaap sukkelde. Het landschap werd woestijnachtiger. Steeds meer rots en minder grond. Steeds meer cactus en minder graan.
's Morgens waren we een uitgestrekt landbouwgebied gepasseerd waar het koren goud stond te rijpen. Bij iedere boerderij was een dorsvloer waarop buffels rondjes liepen onder een zwaar juk. Dit gebeurde om een rad in beweging te houden waaraan emmertjes hingen die water naar boven schepten.
Geen pluisje schaduw boven de gloeiende grond, waar mannen en vrouwen in felgekleurde sari's loodzware arbeid verrichtten. De akkers waren omheind door eindeloos lange stapelmuurtjes van ongeveer een meter hoog, en het hele gebied bestond uit kale bergen en vrij dorre dalen. Alleen in de diepste gedeelten van de dalen stond een laagje water.

Dan dringt tot je door, dat wie hier is geboren, nauwelijks een uitweg heeft. Ze moeten hier van het leven maken wat ervan te maken is, in het zweet des aanschijns. Ze hebben geen breder perspectief dan hun horizon reikt. De dichtstbijzijnde stad ligt aan het einde van de wereld. Openbaar vervoer is hier niet of nauwelijks te bekennen, evenmin zijn er personenwagens. De boerderijen liggen kilometers uit elkaar. Het moet een hard en eenzaam bestaan zijn. Opgroeiende jeugd neemt waarschijnlijk hoopvol een enkele reis naar Bombay, Calcutta of Delhi om daar werkeloos in de sloppen te creperen terwijl zijn helpende handen thuis niet gemist kunnen worden.

We maakten een tussenstop in het stadje P. waar Fanny een verse sinaasappelperser wist. Iedereen bestelde meteen twee glazen, want we waren meer dan uitgedroogd ondanks de vele flessen lauw water die we in de bus al hadden gedronken. Rond een uur of half zes bereikten we Jodhpur. Het hotel, ooit een driesterren locatie, lag helaas ver van de stad en was meer dan onderkomen. Omdat we hier maar één nacht blijven zullen we maar weinig zien van Jodhpur. We hadden tenminste geen energie meer om 's avonds nog een rikshaw naar de stad te nemen.

speld23 maart 1998

Om kwart voor negen reden we met onze eigen bus naar het Meherangarh Fort in de stad. We waren de eerste bezoekers en konden voor de grote bussen uit op ons gemak de vesting bekijken. Zoals van alle forten in India, was de afmeting alleen al overweldigend, zowel wat de breedte als de hoogte betreft.
De woonvertrekken van vorsten, hebben we al een paar maal gezien, liggen altijd hoog in een fort. Het slaapvertrek van de vorst zelfs op de allerhoogste etage. Beneden hield het voetvolk zich op, en de vele bedienden. Daar waren ook de voorraadkamers voor wapens, munitie en leeftocht.
Forten liggen vrijwel altijd op het hoogste punt. Ze torenen hoog boven hun omgeving uit en geven de aan de steden in Rajastan hun karakteristieke silhouet.

Het fort van Jodhpur is prachtig en zeer imposant. Sober en stoer ligt het op de enige hoge rots (122 m) in de wijde omtrek. Het ondergedeelte van de muren is helemaal glad, maar daar bovenop staan nog eens de kunstig versierde muren van het paleis. De totale hoogte van het muurwerk bedraagt 36 meter, wat een derde deel is van de Utrechtse Dom.

De "versierde muren" zoals ik ze maar noem, bestaan uit één groot kantwerk van zandsteen. Duizenden gelijkvormige motiefjes zijn uit de steen gehouwen, zodat er een fijnmazig raamwerk is overgebleven. Zandsteen kan rood zijn of geel. Het is een betrekkelijk zachte steensoort die goed bewerkt kan worden. Dit stenen kantwerk, dat van oorsprong dus stamt uit Rajastan, is door de Moghols geïmiteerd en toegepast op marmer. Dit vereiste een nog groter vakmanschap omdat marmer harder is, makkelijker splijt en daarom veel moeilijker te bewerken is.
Het kantwerk diende om de zon buiten te houden, de wind door te laten, het licht te filteren en om de dames, die zich niet mochten vertonen, van het uitzicht te laten genieten zonder dat zij zelf konden worden gezien. Het stenen kantwerk vervulde dus dezelfde functie als onze huidige vitrages!

Wat in Jodhpur een nogal geraffineerde indruk maakt, is dat het kantwerk op de roodkleurige wal van rode zandsteen is. Pas binnen de poorten en muren van het paleis werd wit marmer gebruikt, wat de vorstelijke vertrekken dan ook meteen iets vorstelijks gaf en danig opfleurde.
Dit fort is trouwens ook weer zo'n wonderlijke mengeling van zware verdediging met een verfijnde levenswijze. De vorstelijke vertrekken waren buitengewoon kunstzinnig en fijntjes gedecoreerd met mozaïek, fresco's, spiegelwerk en bladgoud, en ook nog eens in uitstekende staat bewaard gebleven. Net als in Udaipur werd hier veel gebruik gemaakt van felgekleurd glas. Zo te soberder de omgeving, des te fleuriger het kleurgebruik.

Het bijbehorende museum verkeerde in uitstekende staat en zag er ook al prima onderhouden uit. Prachtige antieke voorwerpen, variërend van draagstoelen, olifantenzetels, gouden koetsen, kanonnen (in de vorm van dieren), kannen, kruiken, met zilver of goud ingelegd vaatwerk, ivoren speelgoed, miniatuurtjes, doosjes, kistjes, sieraden, scepters tot degens en sabels met prachtige grepen en wat al niet meer. Leerzaam om ook eens "echte" stukken te zien in plaats van de rommeltjes uit de antiekfabriek.

Om twaalf uur waren we terug in het hotel waar we vergeefs probeerden om iets te eten te krijgen. We verlaagden ons tot een bord "finger chips", in de hoop dat dit sneller zou gaan, maar kwamen bedrogen uit. Fanny's reisschema liep hierdoor behoorlijk uit de hand, want we vertrokken bijna een uur later dan de bedoeling was geweest. Dit, en nog enige andere onplezierige voorvallen, leidde ertoe dat unaniem door de groep werd besloten om dit hotel voortaan van de lijst te schrappen.

We hadden een reis van minstens zes uur voor de kiezen (250 km) en kregen nauwelijks tijd voor tussenstoppen wat wel de bedoeling was geweest. De tocht voerde dwars door een zeer vlakke woestijn. Rotsplateaus met cactus; rotsplateaus met schrale boompjes; zand met taaie polletjes, zandduintjes met ribbels, zand met schriele, spaarzaam groeiende boompjes. Kuddes antilopen, grote kuddes geiten en schapen die door kleurig geklede vrouwen werden gehoed, hier en daar kuddes wilde(?) ezels, allerlei runderen bij de verspreid liggende boerderijen en vele, vele kamelen (dromedarissen!), tractoren van de woestijn, die hun gewicht in goud waard zijn omdat ze liters vocht kunnen opslaan en zware lasten trekken.
Woestijn heeft iets fascinerends. Het leven is er hard en bestaat uit de meedogenloze strijd tegen de allesverzengende zon en de alles verdorrende droogte. De tragiek is dat de grond zeer vruchtbaar is. Op de weinige plaatsen waar sproei-installaties waren aangelegd stond het graan er rijk en vol bij, maar verder lag de gouden vlakte, mistig van stoffend en stuivend zand, er onontkoombaar berustend bij.

We stopten in een dorp in the middle of nowhere, dronken een chai, sloegen mandarijntjes en water in, rookten een sigaretje en reden weer verder. De zon begon al te zakken en zette de weidse vlakte in koperkleurige gloed. Het avondlicht was prachtig, maar foto's nemen had geen zin omdat er nergens ook maar een sprietje te fotograferen viel. Het was één dorre, kale vlakte. De camera uit het raampje steken en lukraak klikken, was nog de beste manier om iets van de prachtig gekleurde lucht te vereeuwigen.

Het hotel in Jaisalmer was bijna even verwaarloosd en shabby als dat in Jodhpur, maar we werden er tenminste hartelijk verwelkomd en er heerste een prettige sfeer. De kamers van onze groep lagen aan een galerij rond een verwaarloosde binnentuin, wat een verademing was. Je kon de kamerdeuren 's nachts open laten want er waren goede horren en geen andere gasten.

Gaar van de lange busrit besloot iedereen om de maaltijd in het hotel te gebruiken. Ze hadden daar trouwens ook op gerekend en er tien kippen voor ingekocht. Dat Indiërs moeite hebben met tellen, wisten we inmiddels al. Als twaalf personen een kip bestellen omdat hij met klem wordt aangeprezen, zou toch duidelijk moeten zijn dat er twee kippen te weinig zijn. Een Indiër ontdekt dit pas als de gare kip wordt opgediend en hij twee porties tekort komt.
Toen tien personen na ruim een uur wachten hun kip met smaak verorberd hadden, ging JW in de keuken kijken waar onze kippen bleven want wij hadden nog steeds niets gehad. Het was ondertussen over tienen en iedereen stond al van tafel op. In de keuken lagen twee versgeplukte kippen die alleen nog maar "even" bereid hoefden worden. We hebben ze maar afbesteld. Gelukkig dat Els zo lief was geweest om haar portie alvast met ons te delen, want anders waren we zonder eten in bed gestapt.


Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen