|
Rajastan
|
|
Navigatie HomeOver elisa Zwartboek Boekbinden Weblog |
|
De route Delhi
|
|
Andere reizen Noord India '96Zuid India '97 Rajastan '98 Goa '98 Sri Lanka '99 Noord/Zuid '01 |
|
Overig India EtenTips Boeken Links Sari Muziek Foto's '01 |
|
© 1998 Verhalen nochfoto's svp verspreiden zonder vermelding van bron. |
|
Downloads Alle verslagenzijn integraal te downloaden. |
mijn postbus |
Ik werd ellendig wakker maar besefte niet meteen dat ik hoge koorts had. Alles
zag echter nogal wazig en leek op grote afstand aan mij voorbij te gaan. Ik
weet dit de eerste uren nog aan slaapgebrek.
We kwamen aan in Udaipur waar gelukkig kruiers waren en ik gaf alle losse tasjes
mee, al kostte dit wat extra rupees. We werden met een bus tot in het centrum
van het stadje gebracht. Ik heb de hele rit als een blok geslapen en niets van
de omgeving gezien. De laatste tien minuten moesten we lopen omdat de bus niet
bij het hotel kon komen dat nogal hoog lag. Er werd een rikshaw gehuurd om de
bagage te rijden en twee dames uit ons gezelschap namen ook een rikshaw omdat
ze nodig moesten plassen. Ik aarzelde even toen ze me een lift aanboden, maar
wilde liever lopen om wakker te worden. Duizelig volbracht ik de wandeling door
de smalle, steile straatjes die later zo schilderachtig bleken te zijn. Ik had
alle aandacht nodig om het ene been voor het andere te krijgen.
Op het eerste gezicht leek alles aan hotel Caravanserai oogverblindend. De kamers
waren groot en smetteloos met frisse gordijnen en witmarmeren vloer. In het
gebruik was hij bar ongemakkelijk. Er stonden drie bedden in, maar behalve één
gammel rieten krukje was er geen stoel. Er was, behalve op het ongebruikte bed,
ook erg weinig aflegruimte. De badkamer was zo klein, dat je niet op het toilet
kon zitten zonder met je knieën klem te raken tegen de muur. Het hoekwasbakje
had geen stop en was dermate minuscuul dat je er nog geen stukje zeep kon laten
liggen. Het ergste was nog dat de grote emmer ontbrak waarin je, behalve een
wasje, ook makkelijk je voeten of bibs kon verfrissen zonder helemaal onder
de douche te moeten. Fanny's opvatting over comfortabele kamers (Delhi had ze
beroerd genoemd, terwijl wij die kamer juist heerlijk vonden) leek ons niet
geheel reëel.
Nu is een min of meer praktische kamer niet zo belangrijk, maar het ontbreken
van de emmer is naar Indiase begrippen ongastvrij en onbehoorlijk voor een niet
luxueus hotel. Het schoot mij helemaal verkeerd. We belden de boy en vroegen
om een bucket. Eerst deed hij of hij ons niet verstond of niet begreep. Toen
zei hij in redelijk Engels dat het hotel een wasserij had, en dat we pas een
emmer kregen nadat we onze was hadden ingeleverd. Ik vroeg hem nijdig hoe een
gast dan zijn voeten moest wassen, en raakte hiermee een gevoelige snaar want
hij haalde wat beschaamd zijn schouders op. Als ik mijn was inleverde, zou hij
een emmer halen. Ik weigerde beslist. De koffers zaten nog dicht en ik dacht
er niet over om ze nu uit te pakken. Ik zei boos dat ik wel zelf een emmer ging
kopen, punt uit.
Na een kwartier kwam hij glunderend terug met een piksplinternieuw exemplaar
dat hij kennelijk ergens was gaan kopen. Hij moest van zijn baas nu wel meteen
de was mee hebben. We gaven hem een flinke fooi en beloofden het wasgoed de
volgende morgen in te leveren.
Nadat ik op het fraaie dakterras nog even de briefing had bijgewoond en lauwe
oploskoffie gedronken, ging ik compleet voor de bijl want elke slok water kwam
er meteen weer uit. Ik bleek hoge koorts te hebben met een zeurende pijn in
spieren en botten. Hoewel iedereen later zei dat ik iets verkeerds had gegeten,
hield ik het zelf op een onvervalste Hollandse griep want mijn maag was volstrekt
in orde.
De hele verdere dag heb ik als bewusteloos geslapen.
De dag begonnen met kleine slokjes ORS en appelsap na heerlijk te hebben geslapen
op twee paracetamollen. De morgen op de kamer doorgebracht met douchen, nagels
lakken en een verboden wasje doen, nadat we de grote stukken wasgoed bij de
boy hadden ingeleverd. JW was de stad vast gaan verkennen en ik hield tussen
11 en 3 nog een flinke siësta, waarbij ik zowaar enige mariabiscuitjes
en een banaan binnenhield. Ik voelde me 's middags weer prima in staat om de
neus buiten te steken.
Omdat ik nog wat slap was namen we een rikshaw naar het City Palace, het grootste
paleis van heel Rajastan, dat langgerekt en prachtig aan het water ligt met
zijn vele stoere verdedigingstorens, koepels en sierlijke balkonnen. Een deel
van het paleis is nu museum. Specifiek voor Rajastan zijn de vele versieringen
met felgekleurd glas, hetzij ingelegd als mozaïek hetzij toegepast als
venster om de brandende zon buiten te houden. De prachtige pilaren bekleed met
bladgoud, spiegeldecoraties, mozaïeken, tegels en schilderstukken gaven
een indrukwekkend beeld met hoeveel pracht en praal het woongedeelte was ingericht.
Op de eerste verdieping bevond zich nota bene een tuin met levensgrote bomen
en een behoorlijk groot zwembad, wat wel iets zegt over de kwaliteit van de
bouw. Van hieruit had je een prachtig uitzicht over de stad. Ruiten van ragdunne
platen marmer gaven op sommige plekken geheimzinnige lichteffecten. Opmerkelijk
was ook hier de geraffineerde mengeling van stoere kracht met uiterst verfijnde
elegantie, want het paleis was op de eerste plaats een verdedigingsburcht.
Twee andere delen van het voormalige paleis zijn luxueuze hotels geworden. In
eentje ervan, Fateh Prakash Palace, was een kristalmuseum gevestigd dat we wel
wilden zien. De maharadja van Udaipur had zich in Birmingham een heel ameublement
van puur kristal besteld in Boheemse stijl, bestaande uit fauteuils, tafels,
stoelen, zelfs bedden. Hij heeft hier niet meer van kunnen genieten want toen
het spul werd afgeleverd was hij al overleden.
De collectie was eerder bizar dan mooi te noemen, stond al in de reisgids, en
de toegangsprijs was ook niet kinderachtig. Tien gulden per persoon! Maar voor
dit bedrag mochten we wel na afloop een kopje thee in de prachtige balzaal drinken.
Dat hier er een groot en schoon toilet bij was, waaraan ik juist behoefte kreeg,
gaf eigenlijk de doorslag.
We kregen een gids mee naar boven die er de spurt in zette. In ijltempo schoten
we langs de plompe collectie die ons eerlijk gezegd op de lachspieren werkte.
Deze maharadja moet van kristal bezeten zijn geweest, want behalve het nooit
gebruikte meubilair waren er hele collecties kristallen serviezen en gebruiksvoorwerpen,
steeds in drie kleuren: wit, rood en groen. Alles even opzichtig en lelijk.
Na deze rondgang mochten we dan het heilige der heilige betreden, de ontvangstruimte
waar we in een sjiek porseleinen kopje een karig scheutje thee geschonken kregen,
vergezeld van een smakeloos biscuitje. We mochten zelf een plaatsje zoeken en
gingen naar een erker met schitterend uitzicht over het meer waar de zon de
nu bijna onder ging. Hier had zojuist een voornaam gezelschap van een "high
tea" genoten, maar lang niet alles opgegeten. De heerlijkste taartpunten
stonden nog onaangeroerd in het rond. JW bedacht zich niet lang en vergreep
zich aan een geweldig stuk chocoladetaart dat, naar zijn zeggen, goddelijk smaakte,
maar ik durfde er niets van te proeven. Een prachtige vanillepunt ging vlot
dezelfde weg. Toen kwam er een ober geschrokken op ons af om te vragen of wij
bij het gezelschap hoorden. Wij knikten lachend van nee, maar voelden ons zeer
tevreden omdat we tenminste iets van de belachelijke toegangsprijs hadden terugverdiend.
Terugslenterend van dit werkelijk vorstelijke hotel met grote allure kwamen
we langs een lappenzaak waar een brocaten, typisch Rajastaanse sari buiten hing.
Dikke zijde, helemaal met gouddraad doorweven, met kleurige randen onder en
boven en loodzwaar. Het was zo'n stuk als je op een reis meer eenmaal kunt tegenkomen.
De Kashmir vroeg er natuurlijk een pittige prijs voor.
We gingen midden op het plein op een bankje zitten overleggen. We concludeerden
dat de helft van het gevraagde bedrag redelijk zou zijn en ik liep terug om
de gok te wagen. De baas kwam weer naar buiten en ik zei: dit is mijn derde
reis door India, dus ik ken onderhand de waarde van stoffen. Ik bied de helft
van het bedrag en dit is mijn uiterste bod. Maar ik zal in dollars betalen,
mits ik wisselgeld in dollars terugkrijg. Alsof de koop al was gesloten, vroeg
ik welke koers hij hanteerde. Dit is een truc die de Indiërs zelf vaak
gebruiken door te vragen hoe je iets zult betalen, nog voordat je het hebt gekocht.
Hij moest er om lachen en zei: 39, en hiermee werd de koop gesloten. De koers
bleek netjes, want Hein had bij de bank maar 38.50 gekregen.
Via de heerlijkste smalle rommelstraatjes teruggelopen naar het hotel, waar
voor de kamerdeur een schattig bloemetje stond van Hein en Els "voor de
zieke" die alweer aardig beter begon te worden. In Holland doe je langer
over een griepje.
Zij kwamen even later zelf om hun textiele aankopen te tonen: mooi patchwork,
typisch uit de streek. Na over en weer de koopjes te hebben bewonderd, gingen
we met z'n vieren eten bij een voortreffelijke eettent tegenover het hotel.
Terwijl iedereen zich de smakelijkste hapjes bestelde die nu eens echt lekker
waren klaargemaakt, nam ik alleen een bord droog gekookte rijst.
Terwijl de groep een door Fanny geplande fietstocht maakte die verschrikkelijk
leuk geweest moet zijn, sliepen wij uit. We ontbeten in het restaurant tegenover
en het knapperig gebakken pannenkoekje (be)viel uitstekend.
We namen een rikshaw naar de aanlegsteiger van de bootjes want we waren van
plan om een tochtje over het meer te maken. Eerst langs het wereldvermaarde
Lake Palace, het majestueuze buitenverblijf van de maharadja dat als hotel in
gebruik is. (Hier is de James Bondfilm Octopussy opgenomen, waarop heel Udaipur
nog altijd trots is). Daarna deden we een eiland aan dat iets verder weg was
gelegen, ook weer een onderdeel van het paleis, tegenwoordig af te huren voor
feesten en partijen.
De ticketverkoop voor de boottocht werd verzorgd door het luxueuze hotel waar
we gisteren al waren. Zowel verkopers als bemanning waren naar Engels voorbeeld
gedrild en in smetteloos uniform gestoken en stonden ons hoffelijk te woord.
Omdat veel attracties nog onder paleistoezicht staan heeft Udaipur een zekere
allure behouden.
De boottocht werd een succes, want Udaipur is het meest indrukwekkend vanaf
het water gezien. Alle magistrale koopmanshuizen staan aan de waterkant en vormen
als het ware een geheel met het langgerekte fort dat we gisteren bekeken. Op
alle trappen en ghats werd druk gepoedeld, gebaad en gewassen. De fosfor uit
het vele sop doet dan ook zijn werk, want overal langs de wasplaatsen woekert
weelderig groen. De vrouwen kloppen met houten plankjes op de textiel dat het
een lieve lust is, of slaan zo verbeten met de lappen op de keien dat je niet
snapt dat er nog draden heel van zijn. Toch schijnt dit goed te zijn voor de
stof. Het strekt de draad, heeft een zijdefabrikant ons eens verteld. Als je
ziet hoe goor het water is waarin ze hun hygiëne plegen, dan is het een
wonder dat nog zoveel Indiërs zijn.
Treuren om gesneuvelde hondjes is in India misplaatst. Er zwerven er honderden
rond maar ze behoren niemand toe. Ze worden niet lastig gevallen of verjaagd,
maar er wordt ook niet naar omgekeken. Vanmiddag weer twee overreden dieren
gezien die gewoon op straat blijven liggen. Het verkeer rijdt wel om de kadavers
heen, maar niemand komt op het idee zo'n beest aan de kant te leggen. Als westerse
hondenbezitter knijp je wel even ontdaan je ogen dicht als je langs een dode
hond loopt, maar tegelijk besef je hoe ontaard onze "dierenliefde"
is. Van de voorraad van één Hollandse dierenwinkel zou een Indiaas
gezin makkelijk weken kunnen leven.
Veel koeien hier op straat, de meeste zijn drachtig en sjokken op alledag. Men
hoedt zich wel om koeien aan te rijden. Niet alleen hier, maar overal in India.
Udaipur is een behoorlijk welvarende plaats. Niet uitgesproken rijk, maar met
veel mindere bedelaars dan in andere steden. Je wordt nauwelijks lastiggevallen
en ook redelijk bescheiden door runners aangesproken. Als je ze negeert, laten
ze dadelijk los.
Door Udaipur wandelen is dan ook een genoegen. De plaats wordt ook nog naar
best vermogen schoongehouden. Koeienpoep wordt meteen verzameld, vuilstortplaatsen
kom je weinig tegen, en op diverse plaatsen blijken zich zelfs urinoirs te bevinden.
Voldaan teruggekomen van ons tochtje, liepen we op het bootjesterrein nog even
nieuwsgierig in de tegenovergestelde richting van de uitgang. Hier bleek een
aanlegsteiger te zijn voor verkeer tussen vaste wal en het Lake Palace Hotel.
In een opwelling stelde JW voor daar te gaan lunchen. Dit ging natuurlijk niet
zonder formaliteiten. Een plechtige diender in livrei moest eerst telefonisch
informeren of er nog wel een tafeltje vrij was. Helaas konden we niets van zijn
conversatie verstaan, maar hij had zoveel te bespreken voordat de goedkeuring
afkwam, dat het er alle schijn van had dat onze kleding en manieren uitvoerig
aan de orde kwamen. We mochten oversteken.
Het enige waardoor ik me tamelijk lomp voelde was de fles water waarmee ik rondzeulde,
dè mascotte waaraan toeristen elkaar hier herkennen. De temperatuur was
dan ook opgelopen tot 35 graden. Ik wikkelde de fles in een katoenen omslagdoek,
maar het bleef een onhandig en klotsend pakket. Uitgestapt op een goed onderhouden
steiger, betraden we even later een oogverblindende hal. We moesten ons melden
bij de receptie maar werden allervriendelijkst ontvangen. Men wees ons waar
de zaal was voor de lunch, maar we mochten rustig overal rondkijken, als we
dit tenminste leuk vonden.
We schreden eerst naar de geparfumeerde, gekoelde toiletten, een overdadige
luxe na dagen van primitieve hygiëne! Warm water, schuimende zeep, rulle
handdoekjes, schoenpoetsmachine, alles even smetteloos tegen het blanke marmer.
Ik besloot mijn waterfles zolang in een onopvallend hoekje te verbergen, en
de twee cambodjabloemen (die ik op de eerste boottocht van de purser had gekregen)
als decoratie op de toilettafel achter te laten. Later bleken de bloemen te
zijn opgeruimd, terwijl de waterfles er nog stond en heerlijk koel was gebleven.
We slenterden wat rond over de galerijen waarop de hotelkamers uitkwamen, bekeken
de diverse bars en eetzalen, vergaapten ons aan de prachtige winkeltjes waar
de prijzen niet hoger bleken te zijn dan in de stad en genoten van de mooi aangelegde
binnenplaatsjes, de schitterende tuin met marmeren fontein en de met spiegelmozaiek
versierde wanden. Wel hadden we meer antiek verwacht. Het hele complex was danig
gerenoveerd. Hoewel men er wel naar had gestreefd de "oude sfeer"
te bewaren, zagen alle schilderingen er ontnuchterend clean en modern uit, om
over het meubilair nog maar te zwijgen.
In tegenstelling tot wat we hadden verwacht, was de sfeer in de lunchzaal gemakkelijk
en prettig. Er werd bepaald niet bediend door plechtige knikkers en buigers.
Er was een zeer gemengd publiek. Oudere dames zaten er, zoals in lang vervlogen
dagen, met een hoedje op, terwijl de jongere generatie in spijkerbroek aan tafel
verscheen. Het eten was eigenlijk eenvoudig maar heerlijk klaargemaakt; dezelfde
gerechten werden ook 's avonds geserveerd. We namen een verse jus d'orange,
een heerlijke groenteschotel met rijst, een fles mineraalwater en een verrukkelijk
stuk taart met gemberthee toe. De rekening bedroeg, inclusief service en fooi,
25 gulden per persoon. Naar Indiase begrippen een vermogen, maar naar Hollandse
maatstaven helemaal niet gek.
Na de maaltijd hebben we nog zeker een uur van de fraaie tuin genoten. Niemand
die op ons lette, we konden gaan en staan waar we wilden. We hadden zelfs nog
voor de "high tea" kunnen blijven waarvoor de tafels al met schitterende
lakens werden opgedekt.
In plaats hiervan gingen we op ons gemak de winkeltjes nog eens bekijken. We
kochten er een aardig souvenir voor onze oppas. Bij de juwelier lag in een bak
met oude gouden snuisterijen een hanger waarop een sierlijke Ganesha was afgebeeld.
Hij was nog met de hand gemaakt want hij was aandoenlijk scheef. Omdat ik bijzondere
Ganesha's verzamel, kon ik het niet laten naar de prijs te informeren. JW ging
mee naar binnen om ons beproefde toneelstuk op te voeren. Halverwege de onderhandeling
(neem vooral de tijd, als je ergens je zinnen op hebt gezet) loopt hij zogenaamd
boos weg, mij beteuterd achterlatend. Een beetje verkoper ziet dan zijn kans
verschieten en gaat vrij snel akkoord met het geboden bedrag. Ook nu keek de
verkoper mij medelijdend aan. Grinnikend kwam ik even later bij JW die in de
lounge zat te wachten, want zijn komedie had tweeduizend rupees opgeleverd,
wat toch een wat toch een sympathiek bedrag was.
Waterfles uit de toilet opgehaald en bootje terug naar de wal genomen, waar
de grootste hitte wat was getemperd. Bij een Kashmirwinkel neergestreken en
een prachtige antieke lap gevonden om tegen een niet gebruikte deur te hangen.
Hierna de prentjeswinkel bezocht die ons door iedereen was aangeraden. We kochten
drie fijne miniaturen op marmer geschilderd, en een hele partij briefkaarten
die door leerlingen van de kunstacademie waren geschilderd. Helaas hadden we
de hele vakantie geen tijd om ze te schrijven.
Delhi | Treinreis | Udaipur | Jodhpur | Jaisalmer | Desert Camp | Pushkar | Jaipur | Agra | Delhi(2) | Naar Goa | Opmerkingen