Noord India

sieraad uit Jaipur

Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Jaipur
Pushkar
Bharatpur
Agra
Jhansi
Khajuraho
Varanasi
Calcutta
Bhubaneswar
Puri
Delhi2

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speldVrijdag 12 januari 1996

Om tien uur moest iedereen zijn kamer opleveren, maar die van Evert en Hedy mochten we nog een paar uur houden voor algemeen gebruik. We zetten de wekker op acht uur, bestelden ontbijt en pakten op ons gemak de koffers.
Bij Evert en Hedy had de dompelaar het begeven maar wij konden nog bij onze onvolprezen waterkoker. We dronken koffie en thee uit glazen en luierden de morgen door in de brandende zon, wandelden naar het tuintje van Xanadu om een verse fruit-juice te drinken, wandelden om twee uur weer terug naar het hotel om de koffers naar de gang te slepen, slenterden terug naar Xanadu voor een pannekoekje en keerden om vier uur naar het Holiday Resort terug om naar Delhi te vertrekken.

De drie bestelde taxi’s kwamen niet opdagen. Ze waren ergens in een demonstratie gestrand. Miguel vertelde dat demonstraties In Orissa hevig kunnen zijn en niet bepaald prettig om in terecht te komen. Hij kreeg er een beetje de zenuwen van. Er werden andere auto’s georganiseerd die op het nippertje kwamen en ons met gevaar voor eigen leven (en het onze) naar het vliegveld scheurden. De taxi waarin wij zaten passeerde alles wat hem voor de wielen reed en voerde in de schemer amper licht. We kwamen weer ongedeerd en ruim op tijd aan.

Alle bagage tezamen (10 stuks) woog exact 200 kilo, wat een wonder mocht heten. Mijn koffer alleen woog al 27,5 kilo, maar Miguel en Marlous waren lichtgewichten . Om precies acht uur gingen we de lucht in en om tien uur reden we alweer in een prachtige bus door Delhi. We waren in een uitgelaten stemming want we hadden net gehoord dat we het surplus voor de maisonette in Puri vergoed zouden krijgen. We wisten toen nog niet dat we zouden worden teruggepakt.

We bleken niet naar hotel Broadway te rijden, zoals bij Miguel's weten de plannen waren, maar naar een jeugdhotel in het hartje van de stad waar nog maar één kamer met toilet en badkamer beschikbaar was. De halve groep werd woedend en Jos ging Hotel Broadway bellen om te vragen hoe het zat. Hij kreeg te horen dat onze reservering daar onlangs was gecanceld en ze nu geen plaats meer hadden.

De hele groep kwam solidair in opstand en besloot geen genoegen te nemen met de gang van zaken. De lokale touroperator werd ontboden, terwijl wij met onze bagage demonstratief op de stoep van het hotel bleven zitten. Hoe er ook door Miguel op ons werd ingepraat, niemand ging mee naar binnen.
Er zat voor de lokale touroperator niets anders op, dan ons met alle bagage weer in de bus te laden en naar het Lohdi hotel te rijden, aan de zuid-oostkant van de stad. Evert zei dat dit niet ongunstig lag ten opzichte van winkels en zo, dus we waren dik tevreden. De kamers waren er niet groot maar de badkamer was schoon en heerlijk. Het werd maar een kort nachtje, maar we sliepen fantastisch.

speldZaterdag 13 januari 1996

Om acht uur belden we de room service. Er stonden verse broodjes op de kaart, maar helaas waren ze geroosterd. De jam kwam uit voorverpakt plastic, dus aan het ontbijt was niet veel aan, al werd het verbazend plezierig opgediend. Een oudere man kwam telkens vragen of we nog wat koffie wilden.
Om negen uur liepen we buiten in de zon. Het was een stuk frisser dan in Puri, maar deze lagere temperatuur was heerlijk om een beetje door de stad te sjouwen. We gingen naar een pleintje, door de Lonely Planet aanbevolen, dat vergeven was van antiquairs of wat voor die naam mag doorgaan. Een paar zaken waren aardig, maar verder was er veel uit de antiekfabriek en natuurlijk uit grootmoeders tijd.

Er was één fraaie galerie waar opvallend mooie oude beelden stonden in de typische Tribute stijl van Orissa. Hiertussen stonden onopvallend een met zilver ingelegde kom en schotel. Die leken opmerkelijk oud en gaaf. We vroegen wat dit stelletje moest kosten en rekenden het om.
We verlieten de zaak en gingen op een hoekje koffie drinken. We overlegden samen dat als we deze kop en schotel voor een bepaald bedrag konden kopen, dit een goede aanwinst zou zijn. Even later liep ik op m’n eentje terug om te gaan onderhandelen. De eigenaar hoorde mijn bod beleefd aan en schudde toen meewarig met zijn hoofd. Hij merkte fijntjes op dat deze kom en schotel museumstukken waren en dat ik mij, helaas voor hem en mij, een beetje in de nullen had vergist.

Teruglopend met de smoor in, kwam ik bij toeval langs de etalage van een juwelier. Daar lag een leuke antieke ring die mooi harmonieerde met het snoertje dat ik op mijn verjaardag had gekregen. Ongetwijfeld niet te betalen, maar ik werd er als een pluisje heengezogen.

Ik had ondertussen geleerd dat je vooral nooit moet vragen naar het voorwerp waarin je geïnteresseerd bent. Ik bleef vaag en vroeg naar een ring. De man begon dus met allerlei ringen te tonen die ik niet wilde hebben. Ik paste alles wat hij aangaf. De een na de andere afwijzend, informeerde ik ondertussen achteloos naar de prijs van de ring uit de etalage. Ach, zei hij met enige minachting, dat is een gedragen ring dus niet erg waardevol. Hij noemde een bedrag dat behoorlijk meeviel. Ik wiebelde begripsvol met mijn hoofd en ging ijverig door met passen. Toen zijn voorraad was uitgeput liet ik hem pas het begeerde stuk uit de etalage pakken. Mijn hart sprong dubbele salto’s want de ring paste precies en stond me bovendien geweldig. Hij voelde zich genomen omdat hij de prijs al had genoemd, maar ik was in mijn nopjes.

Na de koffie nog een laatste winkel binnengeslenterd. Daar bleken de beste stukken te staan. JW viel bijna voor een bronzen kist die prachtig was bewerkt maar die was vrij groot en niet te tillen. Een klein, afgesleten beeldje afkomstig van een huisaltaar was een betere keuze. Ik kocht een olifantje. Het beest was minuscuul, van ijzer of ruw zilver (of van allebei) en onmiskenbaar oud. Speelgoed, schaakstuk of gewicht geweest? Niemand die het weet, maar het is mijn mascotte geworden.

Om twee uur waren we terug in het hotel waar we met Ruud en Jos een visje gingen eten. Het koken duurde zo lang, dat we over vieren van tafel moesten hollen. De anderen stonden al buiten te wachten en de koffers waren ingeladen. Bus in en naar het vliegveld voor de thuisvlucht die om 20 uur zou starten. Overstap in Abu Dhabi, goudparadijs bij uitstek, en twee uur de tijd om daar nog boodschappen te doen. JW voelde zich daar al niet lekker en kwam nauwelijks van zijn stoel. Hij bleef op de bovengallerij zitten slapen. Ik zwierf op m’n eentje rond, kocht vier busjes lekkere thee, Engelse sigaretten en de foute sigaren. Moest ineens hevig naar toilet waarvoor ik uren in de rij moest staan, en had ineens geen zin meer in eten of drinken.

Om kwart over een vlogen we verder. Gelukkig zaten we als rokers op rij 41, de éénvoorlaatste rij en vlak bij de toiletten. De hele nacht door moesten we beurtelings rennen. Waar hadden we dit opgepikt? De vis kon het niet zijn want Jos en Ruud voelden zich prima. Het ontbijt met geroosterde broodjes leek nogal onwaarschijnlijk. Het kon bijna nergens anders van komen dan van de koffie die we op het terrasje hadden gedronken. Waarschijnlijk was het water niet goed doorgekookt. De hele reis nergens last van gehad en nu dus ook voor de bijl! Een prettig vooruitzicht was wel dat we thuis konden uitzieken met droge beschuitjes en door onszelf gekookte rijst.

Laatste overpeinzingen

Binnen een tijdsbestek van vier weken bekijk je het Indiase leven met gemengde ogen. Schilderachtig is het zeker, dit leven van jong en oud, ziek, zwak, misselijk in de goot met vee en ratten. Rondgereden worden in een fietsrikshaw is een bijna vorstelijk genoegen al is het beschamend dat een ander jou moet trappen. Maar als jij je niet laat rijden, doet een ander het wel, en voor menigeen is het rijden van klanten een voorname bron van inkomsten.

Je kunt helaas niet anders dan je blik op oneindig zetten en alles wat je registreert in kleurige plaatjes in je geheugen opslaan. Zodra je over standen en misstanden gaat nadenken, raak je emotioneel afschuwelijk in het nauw. Er zijn vakantiegangers die finaal op India afknappen en bijna jankend terugvluchten naar hun welgestelde vaderland.

Op sommige plaatsen, op stations bijvoorbeeld, onthult zich zo’n schrijnende armoe en zo’n harde strijd om het bestaan, als je in je stoutste dromen niet voor mogelijk had geacht. Uitgemergelde kleuters en oudjes, stakkers van middelbare leeftijd die stokoud zijn, nog jonge kerels die totaal zijn afgewerkt. Waar belandt een rikshawfietser als hij is versleten? Hoeveel kilometers moet hij halen om de huur van de rikshaw te kunnen betalen? Op welke leeftijd is hij trouwens versleten? Hoeveel familieleden onderhoudt hij van zijn karige loon? Wij vinden dat hij ons afzet, maar hij verdient misschien als enige de kost voor een hele familie. Wie zal het zeggen?

En dan die mensenaantallen hier. Het zijn er niet zomaar een paar, het zijn er vele duizenden per stad die aan de zelfkant leven. Rijke buurten hebben we nergens bezocht omdat we steeds in volksbuurten logeren, maar aannemende dat de rijken even rijk zijn als de armen hier arm, valt hier nog heel wat te organiseren, maar misschien is dit te westers gedacht. Onze cultuur waarin mensen weinig armoe lijden maar wel geestelijk verschralen, is ook niet zaligmakend.

Opvallend is dat arm zijn in dit land geen schande is. De mensen zijn het gewend en worden er ook niet mismoedig of vijandig van. De meeste mensen zijn vriendelijk en goedlachs. Ze weten van geven en nemen wat ook blijkt in het chaotische verkeer. Hindu’s noch Moslims gebruiken alcohol, wat ’s avonds bijdraagt aan een veilige sfeer op straat. Er zijn wel eens politieke explosies die uitmonden in geweld, maar geweld door drank of uit verveling kom je niet tegen. Het zou waarschijnlijk ook genadeloos worden afgestraft.

Langzaam maar zeker heb ik wel mijn bekomst gekregen van alle devotie voor de (voor mij) onbegrijpelijke goden die altijd met menie (lijkt het) worden besmeurd, met wierook bestookt, met witte bloemetjes bestrooid en met rode en oranje bloemenslingers omhangen. Laatst waren het weer heilige cobra’s die aanbeden werden. Godsdienst blijft opium voor het volk en houdt de menigte gedwee. Zodra ze massaal een vuist gaan maken tegen hun regeerders in plaats van in extase raken voor hun goden, zal India op zijn grondvesten schudden. Of dit een zegen zal worden of een catastrofe, moet nog maar blijken.

Hoe dan ook: het India van nu heeft mij in zijn greep gekregen. Niet dat de armoe verheffend is, maar wel de manier waarop dit volk ermee weet te leven. Wat je ervan opsteekt is dat bezit maar betrekkelijk is, en geen voorwaarde om een prettig mens te zijn.
Verder leer je van zo’n reis om tevreden te zijn met wat je hebt, ook al bezit je maar de helft van wat je eigenlijk zou willen, en nooit meer te klagen over belasting betalen.
Wie in het rijke westen over armoe en de armen spreekt, weet niet waarover hij het heeft.

 


Delhi | Jaipur | Pushkar |  Bharatpur | Agra |  Jahnsi | Khajuraho |  Varanasi | Calcutta |  Bhubaneswar | Puri |  Delhi2