Noord India

sieraad uit Jaipur

Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Jaipur
Pushkar
Bharatpur
Agra
Jhansi
Khajuraho
Varanasi
Calcutta
Bhubaneswar
Puri
Delhi2

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speldDinsdag 9 januari 1996

Toen wij als laatsten (we hadden ons verslapen) om kwart voor negen aan het ontbijt verschenen, had de hele ploeg nog steeds niets te eten gekregen hoewel de eersten al om acht uur ontbijt hadden besteld . We hielden de toast daarom maar voor gezien en volgden Miguel naar een kraampje op straat waar chai werd gekookt. Van Hedy kregen we een dikke plak vruchtencake mee die ze van de paters had gekregen.

Met alle bagage in drie witte taxi’s naar Konark (ook wel Konarak) gereden om de vermaarde zonnetempel te bezichtigen. Op z’n Indonesisch stond de lange aanlooproute vol met stalletjes en kraampjes. JW wilde eerst iets eten in een lunchroom met veel vliegen waar ze alleen buttertoast serveerden. De toastjes waren veel minder lekker dan die op het station in Varanasi. We strooiden er maar suiker overheen.

De tempel, die op de wereldmonumentenlijst van de UNESCO staat, was ongelooflijk prachtig en van een gigantisch formaat. Als je hem van opzij van een afstand bekeek zag je de kar van de zonnegod Surya, getrokken door zeven krachtige paarden. De tempel had op zijn flanken 24 manshoge wagenwielen die uit steen gehouwen waren. Het geheel stamt uit halverwege de dertiende eeuw, maar is in de loop der eeuwen half onder het zand geraakt. Pas omstreeks 1900 zijn de ruïnes uitgegraven en is het geheel weer toonbaar gemaakt. De toren is nooit afgebouwd, maar had vermoedelijk 70 meter hoog moeten worden, een gewicht dat het zand nooit had kunnen dragen. Om te voorkomen dat de rest van de tempel zal instorten, is hij vanbinnen met zand opgevuld.

We klauterden en klommen alle trappen van de prachtig geornamenteerde danszaal op en af om de intrigerende, vaak erotische sculpturen, plastieken en friezen te bekijken. Aan de achterzijde van de tempel lagen enorme rotsblokken gestapeld waarover je naar boven kon klimmen. Met camera’s en hoogtevrees was dit een hele onderneming, maar dicht bij de prachtige beelden komen loonde wel de moeite. De Taj Mahal mag het winnen op koele schoonheid, maar deze zonnetempel was met zijn ontelbare reliëfs en plastieken adembenemend en eigenlijk nog interessanter. Maar dit is appels met peren vergelijken.

Om half een langzaam terug geslenterd en de vele kraampjes afgesnuffeld, maar er werd alleen maar kitsch verkocht. Toen ging de taxirit verder naar Puri aan zee. Hier betrokken we een groot ressort met de prozaïsche naam Holiday Resort waaraan het een en ander ontbrak, maar kniesoor die daar in India drukte over maakt. Er kwam geen warm water uit de warme douche, maar een boy kwam om zes uur ongevraagd iedereen een emmer dampend water brengen. Koud water is hier trouwens niet koud maar altijd lauw omdat de leidingen aan de oppervlakte liggen.

Het klimaat is hier heerlijk en de nachten koelen nauwelijks af. Eindelijk kunnen we met goed fatsoen een rokje dragen want hier kijken ze minder op van blote enkels. We zijn wat door de buurt gaan stappen, een sapje gaan drinken, en daar vonden we ineens een leuk verjaardagscadeau. Het was een fijn snoertje edelstenen met een sluiting van zijden koordjes waarop een glijknoop was gemaakt. Door dit knoopje te verschuiven, kon je het snoertje op de gewenste lengte dragen. Aan de zijden koordjes bungelen felgekleurde kwastjes.

Tersluiks bij dezelfde man naar antiek geïnformeerd en hij had wel wat onder de toonbank. Een stuk of wat beeldjes uit Tibet die niet opmerkelijk waren, en één bronzen Buddha die mooi was maar niet te betalen. Wel had hij natuurlijk een vriend die iets wilde verkopen. We moesten morgen terugkomen.

In Peace Restaurant het lekkerste gegeten van de hele reis voor fl. 7,50 per persoon. Dikke geschroeide garnalen met citroenrijst en gebakken knoflook, plus een heet bord chocoladepudding toe waardoor echte chocoladerepen gesmolten waren. Bij onze terugkomst in het hotel zagen we nog net hoe een dikke rat over het blanke marmer rende en dekking zocht onder een van de roodpluchen banken. Evert en Hedy hadden net verteld dat ze in Varanasi ‘s nachts een rat op hun kamer hadden. Het beest kwam binnen door de brede kier onder hun deur waar de drempel ontbrak en scharrelde tussen hun koffers rond. We onderzoeken onze deur maar de drempel blijkt in orde.

speldWoensdag 10 januari 1996

We waren bijtijds op stok gegaan, maar om 24 uur maakte JW mij even wakker voor een verjaardagszoen, waarna we meteen weer gingen pitten en dit was maar goed ook. Tegen drie uur begonnen alle honden uit de wijde omtrek in grote roedels een uurtje te blaffen, janken, joelen en huilen naar de maan.

Om vijf uur kwam het hotel tot leven met veel herrie. Alle geluiden galmden tegen de kale muren op van de vide, waarop ons ventilatieluik uitkwam. Er was kennelijk een trein binnengelopen die nieuwe gasten had gebracht. Er werd luidruchtig met stoelen gesleept, men sloeg met de deuren en riep elkaar van alles toe. Toen er ook nog een radio op vol volume werd bijgezet, rende JW in zijn slip naar beneden om te vragen of die alsjeblieft uit kon. Maar natuurlijk, hadden we hier last van dan? De radio werd uitgezet.

Om zes uur feestgeroffel en doordringend geklingel van de nabijgelegen tempel. Hier kon niemand iets aan doen, maar het geluid sloeg weer in volle kracht onze stenen kamers binnen. Om zeven uur: knock knock knock. Boy aan de deur met briefje van Miguel die me namens het reisbureau feliciteerde. Ik glimlachte braaf, maar vervloekte hem in stilte.

Net weer ingedommeld komt om half acht “knock knock knock” namens het reisbureau een feestontbijt de kamer binnen met juice, curd, toast en koffie. Hier werden we tenminste vrolijk van. Om acht uur dus achter het open raam aan een vorstelijk ontbijt en daarna fietsen gehuurd. Naar Puri gepeddeld waar we voor de variatie vlot en zonder wachten T-cheques konden wisselen. Onder de verwensingen van bedelaars die buiten de bank stonden te wachten naar de boulevard gefietst, in de hoop dat ik ergens een plas kon doen. Het meest geschikte gebouw leek het Puri Hotel, indrukwekkend modern met veel ramen en balkons, waar aan elke railing een sari in volle lengte hing te wapperen. Typisch een hotel voor Indiase pelgrimsgasten, want ook Puri is een heilige stad die van heinde en ver pelgrims trekt. De vrouwen gaan gekleed de zee in, dus er vallen doorlopend lapjes te drogen.

Men wilde ons hier echter niets te drinken geven, alleen maar te eten, wat wij niet wilden. Dan maar onder vernietigende blikken doorgestoten naar de toiletten die ontzettend smerig waren. Vervolgens in een soort strandpaviljoen dat zwart zag van de vliegen een limca gedronken. Het uitzicht op het strand vanuit de schaduw maakte alles goed. We amuseerden ons met een slim hondje dat steeds dicht tegen een koe aan ging liggen, pal onder diens grote kop. Als de koe hem wegjoeg en moeizaam opstond om twee stappen verder te gaan pissen, bleef het hondje wachten tot de koe weer lag. Het profiteerde van de zijn schaduw! Telkens als de koe ging verliggen of lopen, duwde hij eerst het hondje weg dat schielijk opsrong, afwachtte wat er ging gebeuren en zich opnieuw een bed groef in de schaduw van zijn grote makker.

Koers gezet naar de grote tempel waar je weer over de hoofden kon lopen. Er was minstens een halve kilometer markt. We stalden de fietsen en kwamen er Evert en Hedy tegen. Op hun aanraden liepen we de straatjes door die rond de tempel lagen. Nergens zoveel misvormde mensen en dieren gezien. Er moet in Puri iets geweest zijn (of nog zijn) dat misvormingen veroorzaakt heeft, want dit kon geen toeval zijn. Koeien, stieren, geiten, honden, alles met enorme tumoren of op drie poten. Bij de mensen idem dito, maar hier durfden we niet goed naar te kijken. Er liepen opmerkelijk veel stakkers rond met weerzinwekkende kwalen. Bedelaars waren behoorlijk agressief, plukten aan onze armen en kleren en we werden straten lang achtervolgd. Ik moest me beheersen om niet kwaad te worden, maar we leken de rattenvanger van Hamelen wel.

Tegen drie uur waren we terug in de buurt van ons hotel. We gingen een hapje halen bij Harry’s Place naast de fietsverhuurder. We streken neer in een klein tuintje waar zes volwassen honden lagen met acht puppies. Middenin was een stenen platje met een waterpomp. Tot onze verbijstering werd elk bord dat nog restjes bevatte daar neergezet. De honden, plus een stuk of acht enorme grijze kraaien, doken hier joelend op af. Daarna werd het bord onder de pomp even afgespoeld en meegegeven aan een vuile knecht die het tien meter verder in een emmer liet zakken met donkerbruin sop. Je moet dit soort dingen niet zien, want het bederft je eetlust.

Inmiddels was het kwart voor vier geworden. We zouden antieke beeldjes gaan kijken bij de handelaar. Daar zat het vol met leden van onze eigen groep. We mochten bij de buurman wachten totdat zij vertrokken waren: in de portiersloge van Holiday Inn wat best gezellig was.

De beeldjes waren mooi en hij schonk verrukkelijke Assamthee met kardamom en kaneel die hij in een thermosfles voor ons had meegebracht. Hij vroeg alleen belachelijke prijzen. Duizend dollar notabene, en wij boden slechts tweehonderd rupees terug. Ik verwachtte dat hij ons nu boos de deur zou wijzen, zoals ons vaker overkomen was, maar we namen vriendelijk afscheid en hij deed me zelfs nog een Kashmir doosje voor mijn verjaardag cadeau.

Weer buiten kwamen we Jos tegen. Die vertelde dat er in het hotel ondertussen een opstand had plaatsgehad want niemand had vannacht geslapen. Miguel had een andere kamer geëist en gekregen. Evert en Hedy hadden op eigen kosten een maisonette gehuurd; zelf was hij met Ruud een ander hotel gaan bekijken. Nu was Miguel bezig om een officiële klacht tegen de (afwezige) manager op te stellen.

We holden terug naar het hotel en verhuisden, naar Evert’s voorbeeld, naar een maisonette. Eerst probeerde men ons nog in een muf naar DDT stinkend huisje op te bergen, maar zelfs ons geduld was op. Even later bleek er toevallig wel een aardig logement beschikbaar dat fris rook. Jos en Ruud volgden ons voorbeeld, en tijdens de borrel verhuisden ook de drie meisjes naar een bungalow, waarbij Marlous gesupported zou worden door het reisbureau. In afwachting van het verdere verloop paste iedereen het verschil uit eigen portemonnaie bij, want Miguel z’n kas was hartstikke leeg.

Verjaardagsborrel bij Xanadu op verdomd harde bankjes, met fingerchips, bier en verse sapjes. Ik kreeg van iedereen leuke cadeautjes en voelde me belachelijk verwend. Toen met z’n allen gaan eten in hetzelfde heerlijke Peace Restaurant van gisteren. Er was buiten geen plaats, dus moesten we binnen zitten. José wees ons ineens op een smoezelig gordijn dat tussen keuken en eetzaal hing. Iedereen die daar doorheen kwam veegde er zijn handen aan af en snoot er ook nog zijn neus in. Na deze onthutsende ontdekking kon ons de man niet meer ontgaan die ons in interloc het eten opdiende. Zodra hij even stond te niksen begon hij op zijn hoofd te krabben, waarna hij zijn nagels grondig bekeek. Telkens als we keken stond hij weer te krabben.

Het eten smaakte dus al minder goed dan gisteren. Gelukkig hadden we de meeste gamba’s al binnen, toen er een vuistgrote kakkerlak verscheen. Marlous en Monique verhuisden met hun bord naar een andere bank, en we gierden het uit. Iedereen moest plassen van het lachen en dook op straat de bosjes in.

speldDonderdag 11 januari 1996

Half zeven: knock knock knock: De was. Zeven uur: tik tik tik: Er wordt op het terrein gebouwd. Half acht: knock knock knock: Roomservice. Bestelling opnemen? Acht uur: knock knock knock: Het bestelde brengen. Half negen: knock knock knock: Borden weghalen. Negen uur: knock knock knock: Kamer poetsen. Niet nodig, geef de schone handdoeken maar hier. En toiletpapier natuurlijk. En tandenpoetswater. Half tien: knock knock knock: Handdoeken worden gebracht. Kwart voor tien: knock knock knock: Toiletpapier wordt gebracht. Tien uur: knock knock knock: Tandenpoetswater wordt gebracht. Als er nu nog ééntje knock knock knockt, dan knocken we hem naar het einde van de wereld...

De vrijpostigheid waarmee ze je kamer binnenstappen, alles op hun gemak bekijken, je aangapen (in T-shirt en slip) is verbluffend. Voel je vooral niet gegeneerd. Kijk brutaal terug of het de gewoonste zaak is. Geef ze lik op stuk want ze zijn allemaal (ook op straat) zo brutaal als ze groot zijn. De hoffelijkheid uit het noorden is hier ver te zoeken.

Ze zijn hier onbeschaamd als de pieten en (er)kennen geen privacy. Toen we nog niet wisten hoe de deur vergrendeld kon worden stapten ze al binnen vóór het kloppen. Zij hebben er totaal geen moeite mee of jij op de wc zit met open deur. Ze leven zelf kennelijk zo dicht op elkaar dat andermans intimiteit hen niet beroert. Door ons gênant gevonden situaties vinden zij heel gewoon. Of ze zijn de toeristen zo beu dat ze elementaire beleefdheid niet meer in acht willen nemen. Dit laatste zou me niet verbazen.

Hoe dan ook, met name in de hotels zou je ze graag met de koppen tegen elkaar slaan. Zodra ze ruiken dat er misschien een fooi valt te halen blijven ze in je kielzog plakken zonder iets te presteren: geen water, geen plépapier, geen lakens, geen handdoek. De hiërarchie wil trouwens ook wat. Nummer een mag alleen papier brengen (fooi); nummer twee gaat over drinkwater (fooi); nummer drie doet de handdoeken (fooi); nummer vier brengt beddelakens (fooi), nummer vijf zet ongevraagd de tv aan (fooi) nummer zes doet ongevraagd de gordijnen dicht (fooi) en nummer zeven trekt ze weer open (fooi). In het begin lieten we ons overbluffen, maar nu maken we er korte metten mee. Iedereen moven! Zijn ze helemaal bedonderd? Alleen de kofferdragers worden nog door ons beloond.

Vandaag zouden we naar de vissers gaan, maar helaas vaart de vloot op donderdag nooit uit omdat het dan, naar wij begrepen, hindu-rustdag is. (De Moslims werken niet op vrijdag, de Joden niet op zaterdag, de Christenen niet op zondag en de Hindu’s niet op de overige dagen...) We begonnen na een rustige morgen richting vissersdorp te wandelen. We waren laat en het loonde niet meer de moeite om nog een fiets te huren. Vlak voordat het vissersdorp begon meerden we af bij een Chinees voor een kleine pancake. Ernaast lag een kleine Kashmirboetiek en we zouden onszelf niet zijn als we daar niet even binnenliepen om te kijken. We kwamen er uren later weer uit met een klein zilveren doosje.

We liepen Evert en Hedy tegen het lijf die ons wezen hoe we het beste bij de vissers kwamen die vandaag hun netten boetten. We liepen in de aangewezen richting en kwamen bij de strohutten waarin de vissers woonden. De jongedames daar gedroegen zich venijnig en probeerden zelfs de kammetjes uit mijn haar te trekken. Dit voelde allesbehalve prettig.

Plotseling kregen we gezelschap van een jongen van een jaar of twaalf. Hij wilde graag Engels oefenen en liep al babbelend met ons mee. Hij bleek een prima gids: vriendelijk, beleefd en leergierig. Hij schaamde zich voor de vele drollen op het strand en zei dat de vissers weinig hersens en beschaving hadden, maar wel veel spieren.

Hij wees ons op de zeeschildpadden en haaienkoppen die op het strand lagen te rotten en waarvan zwijnen nog met smaak aten. Hij vond haaienvlees afschuwelijk smaken. Hij bleef geduldig wachten toen we bij een rijtje versgevangen haaien gingen kijken. Daar waren forse jongens bij. Geen zee om in te zwemmen!

We verlieten het strand en wilden de afstand die we langs het water hadden afgelegd teruglopen via het strooien dorp. Simpeler gedacht dan gedaan, want het dorp bleek enorm uitgestrekt en alle hutten en paden leken op elkaar. Hadden wij onze begeleider niet gehad, dan waren we zeker verdwaald. Weer kwamen we een groep nare meiden tegen. Eentje greep plotseling mijn pols en probeerde die om te draaien, maar ik greep snel haar arm en gaf een beste draai terug. De mond van de vrouw viel open van pijn en schrik en het groepje holde weg. De jongen vertelde dit hun manier was om horloges te pikken.

Op sommige plaatsen liet hij JW de camera opbergen, op andere plaatsen mocht er worden gefilmd. De jongen zocht behoedzaam zijn weg tussen de hutten. Als hij een pad niet veilig of netjes genoeg vond, dan leidde hij ons om. Hij babbelde ondertussen honderd uit. Zijn vader was geen visser maar werkte op de ijsfabriek in Puri. Zelf wilde hij ingenieur worden en in een grote stad gaan wonen. We moesten wel even zien waar hij woonde. Het was in een stenen huis aan de rand van het vissersdorp. Zijn vader, moeder, broertjes en zusjes kwamen ons groeten en het was duidelijk dat zij niet tot het vissersvolk behoorden.

De jongen bracht ons helemaal terug naar de weg en vroeg of hij ons soms nog naar het hotel moest brengen. We kenden de weg dus we namen afscheid. We gaven hem een behoorlijke pen waarmee hij dolgelukkig was omdat hij de volgende dag een proefwerk moest maken. We stopten hem ook nog wat rupees toe en hij danste bijna van blijdschap want hij had helemaal geen beloning verwacht. Hij bleef nog een hele tijd naar ons zwaaien en wij zwaaiden terug. Dit was een leuke ontmoeting.

We namen een rikshaw terug en ik stapte uit bij Holiday Inn omdat ik de prijs wilde weten van lapis lazuli. Die bleek 30 rupees per karaat, wat naar Hollandse begrippen goedkoop is. Ik was de zaak nog niet uit of ik werd aangesproken door de buurman van de antieke beeldjes. Of ik opnieuw een bod wilde doen. Ik herhaalde mijn 200 rupees en werd binnengelaten. Mijn bod moest hoger worden. Ik weigerde dit en liep weg. Oké, oké, het was te weinig maar ik kreeg het beeldje mee. Zo kwam ik terug in het hotel met een verrassing voor JW.

We bleven in het hotel eten. Roomservice was hier te ingewikkeld, dus we gingen naar het restaurant waar we om half acht notabene de lunchkaart aangeboden kregen. Om acht uur konden we pas dineren. De crème karamel die we als toetje bestelden bleek finished. Had de man gezegd dat er geen pudding was, dan hadden we hem vergeven, maar finished op het moment dat het diner nog moest beginnen was idioot! Elf man personeel voor zes eters en dan nog geen puddinkje kunnen koken, geen sinaasappeltje kunnen persen, geen lemon soda kunnen maken is toch bedroevend voor een hotel? De garnalen tandoori smaakten perfect, maar de dienders waren om op te schieten.

 


Delhi | Jaipur | Pushkar |  Bharatpur | Agra |  Jahnsi | Khajuraho |  Varanasi | Calcutta |  Bhubaneswar | Puri |  Delhi2