Noord India

sieraad uit Jaipur

Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Jaipur
Pushkar
Bharatpur
Agra
Jhansi
Khajuraho
Varanasi
Calcutta
Bhubaneswar
Puri
Delhi2

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speld2 januari 1996 (vervolg)

Het was er nog drukker, chaotischer, roetiger en vuiler dan in Jaipur en Delhi. De heilige stad met de vele ghats aan de Ganga, waar pelgrims uit alle windstreken zich komen baden, lag na de regen die hier duidelijk met bakken was gevallen, vol plassen en modder. India weer op z’n best met duizenden smerige stalletjes, ontelbaar veel bedrijvige mensjes in grauwe vodden, lappen, sjaals, kashmirdoeken, met en zonder tulbanden, met of zonder slipover of trui. Zwarte walm over de stad van de uitlaatgassen, hoofdzakelijk geproduceerd door de motorrikshaws. De fietsrikshaws hebben hier bellen (nog nergens eerder gehoord) en het gesis en geroep is hier vervangen door oorverdovend geklingel. Druk, druk, druk het verkeer, weer doorspekt met koeien en honden die allen een heilig leventje lijken te hebben. Steeds weer blijk ik van dit India te houden, met zijn sloppen en steegjes barstend van ratten en leven, van kleur, geur en lawaai.

Mijn behoefte om ‘s avonds rustig in het hotel te eten en vroeg naar bed te gaan, liep in het honderd. Met de hele groep naar een hotel verderop geslenterd waar de maaltijd heerlijk was, maar waar we pas om half elf van terug kwamen.

speldWoensdag 3 januari 1996

Zo kwam het dat ik vanmorgen om half zes dacht: jullie bekijken het maar met z’n allen, maar ik ga niet mee naar de ghats om vanuit een bootje de zon te zien opkomen! Het heeft zo moeten zijn. De groep schijnt als een stel verregende katten te zijn teruggekomen, want tijdens het zoeken van een boot viel er zo'n vette bui dat de hele tocht niet is doorgegaan. Toen ik om half elf wakker werd, lag JW ook weer te ronken. Zijn natte kleren hingen overal in de kamer te drogen.

Ondanks het weer dat niet wilde opklaren, werd het een leuke dag. We besloten eens niet te eten, namen een appeltje dat nog over was van de picknick en gingen per rikshaw naar de rivier. De lucht was nog steeds dreigend en het zicht was te slecht om het water op te gaan. Daarom drentelden we een eindje over de verschillende ghats waar niet meer te beleven viel dan dat men zichzelf en zijn kleren stond te wassen. Er waren wel talloze kraampjes met heilige waar, bloempjes, kralen, puimsteenachtige rolletjes en zo. Veel bedelende kinderen ook, runners, briefkaartverkopers en muskietachtige types die onze wandeling minder plezierig wilden maken.

Door dikke lagen modder vervolgens een straat ingelopen waar een behoorlijke eetstal bleek te zijn. Van chai die doorgekookt wordt loop je zelden iets op en frites worden in olie gebakken. Dus namen we frieten met thee, wat een rare combinatie was. We zaten prinsheerlijk aan het voorste tafeltje met uitzicht op straat en genoten een uurtje van dit allesomvattende spektakel. Regen of niet, de handel ging door. Welgedane dames lieten zich met hun dienstmaagd per fietsrikshaw aanrijden, geiten en schapen werden per fietsrikswaw getransporteerd en schoolkinderen werden ermee gebracht en gehaald. Daarna een ketting gekocht met twee sloten om koffers aan elkaar te binden voor de grote treinreis morgen. Een willekeurig steegje ingelopen, dat uitkwam bij de gouden tempel en de blauwe moskee, waar een half leger op de been bleek te zijn. Omdat hier nogal eens ongeregeldheden voorkomen tussen hindu's en moslims werd iedereen gefouilleerd, ook wij.

Kriskras ronddolend in die buurt tussen winkels die absoluut niet toeristisch meer waren, genoten we van Varanasi’s normale dagelijkse leven. Overal werden armbandjes verkocht, zijden sari’s, snoepjes, snuisterijen, lederwaren, kastestipjes die je kon opplakken, maar we kwamen aanvankelijk niet in de verleiding om iets te kopen. We bekeken vooral de winkelende dames die van goede komaf moesten zijn gezien hun rijke sari's en sjieke topjes die ze eronder droegen. Briljant in de neusvleugel, vele briljanten aan de vingers, met vaak onderdanig gezelschap in hun kielzog.

Pas in een van de nog smallere steegjes was er ineens een vitrine met prachtige zijden shawls waarin goudbrokaat was verwerkt. Tegenover zat de fabrikant van deze superieure kwaliteit handel te drijven op een houten verhoging. We gingen op de rand zitten en kregen thee uit een heel klein van klei gebakken kommetje, dat je na het drinken op straat kapot hoorde te gooien. Zo'n kommetje mag nooit tweemaal worden gebruikt.

Hij liet ons de prachtigste ragdunne tweekleurige zijden sari’s zien waarvan de randen doorweven waren met goudbrokaat. Combinaties van pauwblauw met turkoois, oranje met rood en blauw met rose. Voor één keer was ik te verstandig: ik liet de sari's liggen (wat moest ik ermee?) en koos voor een sjaal. Hiervan kreeg ik in de loop van de middag meteen spijt.
's Avonds zagen we in de Lonely Planet dat deze lapjesman toevallig hèt adres voor mooie sari's was. Inderdaad want nergens in de stad heb ik meer van die prachtige kleurcombinaties gezien en zulke ragdunne stoffen. Alle andere lappen uit de hele stad waren net mis van kleur of te grof van weefsel.

In het hotel terug dook JW meteen onder de wol. Kou gevat vanmorgen? Avondje dimmen dus en zonder eten naar bed. We hadden nog koekjes, bananen, en kaas van de picknick. De broden waren ondertussen beschimmeld. De stalen chaibekers die we vanmiddag kochten voor in de trein blijken ook praktisch voor een kop oplosbouillon die we met behulp van onze waterkoker maken.

De was komt terug en blijkt voor de zoveelste keer kletsnat opgevouwen. We spannen lange lijnen kriskras door de kamer om alles te drogen te hangen. Ik ga naar beneden om ons af te melden voor het eten en kom Evert tegen die morgenvroeg met Hedy een paar dagen afreist naar een andere bestemming. Hij zit zonder rupees en kan nergens meer wisselen. “Kom even mee naar onze kamer”, zegt hij.
Hedy wordt wakker als we binnenkom. Het is bij hun een even grote bende als bij ons. In een hoek staat een enorme doos en Evert begint hier schatten uit te halen. Alles voor géén geld uit een zaakje waar wij notabene langs zijn gelopen. Alles van marmer en steen, dat wel. Hoe ze dit gewicht moeten versjouwen zien ze morgen wel weer. Hedy tekent nog eens voor me uit waar het winkeltje te vinden is. Evert zegt dat er nog voldoende mooie dingen liggen.

Laat in de avond vinden we nog een briefje onder de deur doorgeschoven van Marlous, Hedy en Evert. Of we om zes uur even meegaan naar de ghats. Mooi idee, maar we hebben ons schandelijk verslapen.

 


Delhi | Jaipur | Pushkar |  Bharatpur | Agra |  Jahnsi | Khajuraho |  Varanasi | Calcutta |  Bhubaneswar | Puri |  Delhi2