Noord India

sieraad uit Jaipur

Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Jaipur
Pushkar
Bharatpur
Agra
Jhansi
Khajuraho
Varanasi
Calcutta
Bhubaneswar
Puri
Delhi2

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speldZondag 31 december 1995

Om acht uur de bus in voor het traject Jhansi - Khajuraho waar de beroemde erotische tempels staan en waar we oudjaar gaan vieren. Na een uur rijden een pracht van een stop gemaakt in Orcha, een bijna maagdelijke plek waar nog weinig blanke toeristen komen. Opvallend was hoe proper de kleine, puntgave oude huisjes waren die keurig in de verf stonden. Zo kon het dus ook! Alle erven en straten waren ook al aangeveegd.

De mannen achter kramen en in winkeltjes namen nauwelijks notie van ons en dit was bijna saai. We konden in het ochtendgloren ongehinderd naar de tempel klimmen die hoog boven het dorp uitrees. Er lagen twee oude arme sloebers in twee verschillende portalen te slapen die wakker van ons werden, maar ze maakten geen aanstalten hun hand op te houden. Ze keken ons eerder wat meewarig aan.
We bekeken het bijna in kruisvorm gebouwde heiligdom uitvoerig en Miguel klom zelfs naar de hoogste omloop, die dicht onder het koepeldak zat. Toen we aan de andere zijde van het gebouw de trappen afdaalden, hield een groep Sikhs net een plechtig ritueel voor een zuurstokrose tempel die even verder lag. Het was een magnifiek gezicht want om de drie meter zaten bloemenvrouwtjes met rode en oranje bloempjes zonder steel op hun gekleurde doeken. Soms werd de rij bloemverkoopsters onderbroken door kraampjes met suikerwaar, grutten, groente of sigaretten. Een enkel stalletje had bronzen beeldjes, heiligenbeeldjes, sieraden, armbanden en ringetjes. Die waren duidelijk bedoeld voor pelgrims die van heinde en verre naar dit bedevaartsoord kwamen.

Het lokale leven kwam langzaam op gang. De kleermaker kroop achter zijn naaimachine, de kapper hing zijn spiegeltje in een boom, sleepte een wrakke stoel bij, sleep zijn mes aan een lang leer en zeepte vervolgens zijn eerste klant in. Even verderop warmde iemand een prehistorisch strijkijzer op in gloeiende kooltjes.
De chaiverkoper had zijn stek betrokken en wij streken met z'n allen bij hem neer. Hij nam een gore steelpan en deed hier water in, thee, melk, suiker, gember, kardamom en nog wat opwekkend spul. Het mengsel werd aan de kook gebracht en vervolgens in glaasjes gegoten waarvan we de herkomst (en afwasbehandeling) niet kenden, maar het smaakte heerlijk.

Rond een uur of drie kwamen we in Khajuraho aan. Voor het eerst troffen we een onvriendelijk hotel. Sjofel en schamel is niet erg, maar inhalig en onhebbelijk is een andere zaak. Aanvankelijk kregen we zelfs geen hangslot voor de kamerdeuren want ze vroegen er dik geld voor. Toen de gids protesteerde en we en bloc weigerden de kamers in te gaan, kregen we de hangsloten bijna naar onze kop geworpen.

We zijn meteen het dorp ingelopen om een nieuwjaarsfax naar huis te sturen, maar dit viel niet mee. Overal hondsbrutale runners die iets wilden verkopen of ons naar hun toko wilden slepen. We konden geen pas verzetten of ze schoten in groepjes op ons af met briefkaarten, plattegronden, boekjes en prullaria. Met bijna dichte ogen maar op eigen kracht toch een semi-post gevonden waar ze een faxmachine hadden. Een uur lang geprobeerd bij een vriendelijke baas, maar de fax wilde het papiertje niet goed pakken. Uiteindelijk maar naar Holland gebeld. De fax bleek half doorgekomen en in Holland was het spiegelglad.

De runners trotserend liep ik onderwijl dat JW met faxen bezig was de straat een paar maal op en neer. Het lukte om zonder runner een Kashmirwinkeltje binnen te gaan. Er lag een aardige omslagdoek maar ik vond hem te duur. De man bood aan dat ik hem ook mocht betalen als ik weer terug in Holland was. Ik dankte voor dit vertrouwen maar zei dat ik geen schulden wilde maken. Toen vertelde hij dat hij politiek vluchteling was en zoveel ellende had meegemaakt dat geld hem niet meer interesseerde. Als ik de doek werkelijk graag wilde hebben, dan kreeg ik hem cadeau.
Het schaamrood steeg me naar de wangen. Ik opende mijn portemonnaie en liet zien dat er niet veel meer in zat. Zonder aan de prijs nog één woord vuil te maken begon hij de doek in te pakken, maar dit wilde ik niet hebben. Wel ben ik nog even in zijn winkel blijven zitten zodat hij kon vertellen over het goede leven in Kashmir en over hoe slecht hij kon wennen in Khajuraho, waar alles alleen maar om de commercie draaide.

Met z’n allen gegeten bij de Italiaan tegenover ons hotel waar we gratis appelcake kregen vanwege oudjaar. Tot grote ergernis van ons eigen hotel waar men ons een andere locatie had aanbevolen. Daar zijn we nog wel gaan kijken, maar het bleek een vijfsterrenhotel dat we duur en ongezellig vonden.
Op weg daarheen passeerden we een soort gevangenis. Het was een omtraliede ruimte waar achter een luikje iets werd verhandeld. Toen we het beter konden bekijken bleek het de lokale drank shop te zijn. We sloten aan in de lange rij, en een paar van ons kochten een fles bocht om het oude jaar weg te spoelen. In de rij stond ook een koe, die hier duidelijk goed bekend stond. Niemand legde hem tenminste een strobreed in de weg. Toen hij eindelijk aan de beurt was wist de loketbediende precies wat hij moest pakken. Hij dook even weg en kwam weer boven met een bruin stuk karton. De koe nam het gretig aan en verdween ermee alsof het zijn dagelijkse slokje was. Pas op dit moment beseften wij de betekenis van ... strokarton!

Toen we rond een uur of tien thuiskwamen zag de tuin van ons hotel er ongezellig en onbehaaglijk uit. Het kampvuur dat ons was beloofd ging niet door omdat de boy geen hout had gehaald. De pepsi bleek op te zijn en glazen waren er ook niet.
Onze buschauffeur werd kwaad en ging op strooptocht. Hij kwam even later terug met armen vol hout (waarvandaan?). Miguel versierde een krat pepsi bij de Italiaan tegenover. Evert en Hedy smeerden in het geheim boterhammetjes met paling en kaas die ze (vacuüm) speciaal voor dit doel op Schiphol hadden ingeslagen. We dronken onze drankjes uit koppen.

De restjes Bacardi die iedereen tevoorschijn haalde smaakte uitstekend evenals de clandestien ingeslagen lokale brandy’s en whisky’s. Zo spoelden wij bij het geïmproviseerde kampvuur het laatste staartje van 1995 weg. Om twaalf uur zoenden wij elkaar goede wensen toe. Rond ons vuur hadden zich nu ook de boys van het hotel geschaard om een flinke fooi te vangen voor deze vrolijke avond. Ilse werd hier zo kwaad om, dat ze woedend naar bed ging.

speldMaandag 1 januari 1996

Om negen uur stonden de huurfietsen klaar en gingen wij op weg naar het tempelcomplex in het park. Prachtige tempels die eigenlijk ten onrechte “erotische tempels” worden genoemd. Er zijn in de veelheid van afbeeldingen maar enkele erotische voorstellingen te zien. Het hele leven wordt namelijk uitgebeeld: jagen, vissen, slachten, vechten, en daar hoort vrijen toevallig ook bij.
De beeldjes zijn adembenemend. Sierlijk, joyeus, met vaardige hand raak getypeerd.
We hadden ons voorgenomen alleen de twee mooiste tempels te bekijken en namen hier dan ook alle tijd voor. Ze waren echter zo prachtig dat we uiteindelijk ook alle andere hebben gezien.
Naar Safari gefietst voor een pannekoekje met honing en citroen. Safari was ons warm aanbevolen door Johny uit Agra. De pannekoek was hier geen flensje, maar een dikke pannekoek met een heerlijke stroop van warme honing waardoor citroensap was geroerd. (Fantastisch idee voor thuis!).
Na dit intermezzo zijn we naar het complex Zuidtempels gefietst die wat tegenvielen na het moois dat we 's morgens al hadden bekeken. Toen we terug fietsten ging juist de school uit. De verdere weg kregen we gezelschap van een jongen van een jaar of tien die eerst Engels en daarna Frans wilde praten. We hadden een vermakelijke conversatie. Toen we weer in de bewoonde wereld kwamen vertelde hij dat zijn vader een winkel had, en dat hij nu moest gaan helpen om klanten binnen te lokken. Dit moest elke dag en hij vond er helemaal niks aan.
We hadden ons voor de rest van de middag juist in het miezerige tuintje geïnstalleerd, toen het begon te regenen. Er zat niets anders op dan te schuilen in onze kamer. Die zag er ongezellig uit want de pas 's morgens verstrekte bovenlakens die nog steeds vochtig waren (we hadden in eigen lakenzakjes geslapen) hadden we als sprei over de bedden gelegd om ze nog iets te laten drogen. Omdat we het personeel nogal vervelend vonden hadden we verder al onze rommel in de koffers opgeborgen. De kamer was dus zeer wit en zeer leeg. We gingen van verveling op de lakens liggen en lieten de buitendeur open. Zoals alle kamers kwam ook de onze op een binnenplaatsje uit.
De eerste die zijn kop naar binnen stak was Miguel. We hadden net een grote pot thee laten brengen, dus hij dronk zittend op het enige krukje mee uit het enige glas dat we hadden. Kort hierna slopen Joost en Ruud binnen om hun aankopen te tonen. Twee grote bronzen beelden waarvan we er maar eentje mochten zien omdat de andere stevig was ingepakt. Kilootje of zes bagage extra, maar wel prachtig. Ze gingen aan het voeteneinde zitten. Nu verschenen Ilse en Marlous. Marlous had naar huis gebeld en net gehoord dat een van haar beste vrienden op de motor was verongelukt. Ze was in tranen, werd door iedereen getroost en kreeg het laatste restje thee uit het vuile glas om op verhaal te komen. Het was ondertussen donker geworden. In de stromende regen gingen we gezamenlijk inkopen doen voor de picknick van morgen. Ilse, die weigerde om nog langer van Midway's of Halfway's gebruik te maken, nam het heft stevig in handen. Er werd voor een regiment aan brood, schapekaas, fruit, jam en honing ingeslagen.
Omdat iedereen moe was en we de volgende morgen om half vijf uit de veren zouden moeten, gingen we weer eten bij de Italiaan. Tegen het eind van de maaltijd fluisterde Evert mij in, dat hij iets prachtigs had ontdekt. Of ik meeging?
Hij doelde op de antiquair naast het hotel die een geheime kast bleek te hebben vol prachtige zaken. Tot onze verbazing ging ook onze buschauffeur mee naar binnen, wat hinderlijk was omdat de kast met verboden stukken in zijn bijzijn niet geopend kon worden. We deden van alles om hem kwijt te raken, rekten tijd, dronken chai die de antiquair door een hulpje liet halen, maar niets hielp. We gingen naar de achterruimte, maar hij volgde ons. We gingen weer terug naar voren, en hij kwam ons achterna. Het was om gek van te worden.
Toen kwam er een groep Italianen binnen. De antiquair fluisterde ons toe “kom over een uur terug, maar dan zonder die man erbij”. Wij wilden net weggaan toen de rest van onze groep verscheen. We probeerden fluisterend uit te leggen wat er gaande was, maar de chaos was nu nog groter geworden.
JW en Ilse verlieten de zaak en de chauffeur ging achterdochtig met hen mee. Wij voelden ons opgelucht, maar dit was voorbarig omdat hij even later weer bij ons binnenstapte.
Toen de Italianen zonder iets te kopen weer vertrokken waren, had Monique zich laten verleiden door een bronzen beeldje, Marlous door een antiek speelgoedpaardje, José door een “ster van India” ring, Evert door diverse prachtige antiquiteiten en ik door een zandstenen kop die zeker vijf kilo woog. De chauffeur was ondertussen driemaal door de antiquair verzocht het pand te verlaten, maar kwam telkens weer treiterig binnen. Uiteindelijk werd hij met een bedrag afgekocht.
JW werd door José gehaald om mee te beslissen over de zandstenen kop die ik wel mocht kopen, mits ik hem zelf zou dragen. Ilse verscheen ineens in nachtpon om te vragen waar we toch bleven. De antiquair liet door de loopjongen de zoveelste pot chai halen en we hadden de avond van ons leven: woede tegen de chauffeur, spanning vanwege de prachtige spullen, pret om de verhalen van de antiquair, talloze kopjes heerlijke thee en de grappen die we maakten. Was oudjaar wat saai geweest, ons nieuwjaar was enig.
Tenslotte (het was inmiddels over twaalven geworden) gingen alle gekochte spullen in de rugzak van José; opdat niemand zou zien wat we hadden gekocht. De rolluiken van ons hotel bleken neergelaten en stevig vergrendeld zodat we niet binnen konden. Hoe we ook belden en bonkten, geen resultaat. Dit begon op pesterij te lijken. De antiquair, die boven zijn winkel ook een soort pension beheerde, nodigde ons allemaal uit om bij hem te komen slapen. Als we de volgende morgen niet voor dag en dauw hadden moeten vertrekken, hadden we dit aanbod zeker aangenomen, maar nu moesten we als de donder nog koffers gaan pakken. We bonkten en rammelden dus verder.

Uiteindelijk werd iedereen wakker, behalve de boys die ons open hadden moeten doen. Hoewel die pal achter de rolluiken sliepen, deden die of ze ons niet hoorden. Een Australische jongen die boven de rolluiken sliep heeft ons uiteindelijk binnengelaten.

speldMaandag 2 januari 1996

Om vijf uur vertrokken met een koffer waarin de zandstenen kop (verpakt tussen beide delen van een doorgesneden spons) makkelijk paste, maar het gewicht viel niet mee.
De vroege morgen stond stijf van de mist en de motor wilde eerst niet starten. Er viel geen hand voor ogen te zien, en we wisten allemaal dat de chauffeur te laat was gaan slapen. Hij was sjachrijnig en voelde zich zeer onheus behandeld. Maar hij had zich misdragen, en niet wij.
Hij reed messcherp en kon het natuurlijk niet helpen dat de weg zo hobbelig was. We vlogen een paar keer met onze koppen tegen het plafond, en te lezen viel er ook niet. Om acht uur mochten we een ontbijtstop maken in een motel waar de ratten door de eetzaal renden, en daarna zijn we doorgereden tot een uur of twee.

Op een woestijnachtig stuk rotsgrond werden we losgelaten om onze picknick te houden. Op vijftig meter van de weg stalden wij op een enorme platte kei onze etenswaren uit. De chauffeur en zijn maat hadden een spiritusbrander en wilden niets van ons eten proeven. Ze maakten voor zichzelf een curry klaar. Daarna heet water voor onze oplosthee en koffie. Ze kwamen zelfs niet in onze buurt, maar twee kleine bedelmeisjes deden dit wel en bleven ons jennen tot het einde.

Er formeerde zich langzaam een flinke groep passanten. De mensen keken verbaasd en hurkten op gepaste afstand neer om ons eens goed te bekijken. Shame, shame! Al smaakte deze lunch ook tienmaal beter dan de vale happen uit wegrestaurants, dit picknicken was zo fout als wat. Om te beginnen kreeg de chauffeur niet zijn nodige rust, en verder was het beschamend om de lokale bevolking te laten zien hoe overdadig wij aten. Zij moesten waarschijnlijk met één zo'n portie een hele dag rondkomen. We voelden er ons achteraf verre van prettig bij.
Meer stops werden er niet gemaakt en we reden rond vijf uur Varnasi binnen.

 


Delhi | Jaipur | Pushkar |  Bharatpur | Agra |  Jahnsi | Khajuraho |  Varanasi | Calcutta |  Bhubaneswar | Puri |  Delhi2