Noord India

sieraad uit Jaipur

Navigatie

Home
Over elisa
Zwartboek
Boekbinden
Weblog

De route

Delhi
Jaipur
Pushkar
Bharatpur
Agra
Jhansi
Khajuraho
Varanasi
Calcutta
Bhubaneswar
Puri
Delhi2

Andere reizen

Noord India '96
Zuid India '97
Rajastan '98
Goa '98
Sri Lanka '99
Noord/Zuid '01

Overig India

Eten
Tips
Boeken
Links
Sari
Muziek
Foto's '01

© 1998

Verhalen noch
foto's svp
verspreiden
zonder
vermelding
van bron.

Downloads

Alle verslagen
zijn integraal
te downloaden.
envelop
mijn postbus

speld23 december 1995

Pushkar

Om half tien vertrokken we richting Pushkar. Na een laatste blik op de straten van Jaipur waar het leven alweer in volle gang was met ossenkarren, rikshaws in alle soorten, pindamannetjes, theeverkopers, in goten en op gevels pissende kerels, handel en wandel, heilige koeien, varkens, biggen, geiten, schapen, kippen en ratten reden we zuid-oostwaarts. De kamelen die we tegenkwamen waren met een frisse rode anjer gesierd. Eenmaal op het platte land zag ik hoe de huid van een buffel zorgzaam met olie werd ingesmeerd. Er wordt hier beter gezorgd voor de dieren dan voor de mensen.

Het land wordt door de vrouwen bewerkt, ook door de zeer oude. Hun gezichten zijn op jonge leeftijd al dor en gerimpeld. Ook op bouwplaatsen zie je vooral vrouwen de zware lasten torsen. Ze dragen manden vol stenen, grint en cement op hun hoofd.

Getrouwde vrouwen gaan gekleed in een geel-oranje sari. Ze slaan de slip van de sari als sluier over het hoofd of dragen een losse sluier in een bijpassende kleur. Even voorbij de scheiding tussen voorhoofd en haar brengen zij een grote rode verfvlek op hun hoofdhuid aan, en op het voorhoofd dragen zij hun kasteteken.

Het vee loopt niet los, maar wordt binnen omheinde ruimten gehouden, meestal op de voorhof van de boerderij. Gewoonlijk liggen de runderen hier rustig onder een paar schriele bomen te herkauwen. Op gezette tijden krijgen ze een berg hooi. Omdat de mest als brandstof dient, worden de koeienflatsen doorlopend opgeveegd. De erven zijn dan ook brandschoon. De boerderijen zien er uit als antieke schilderijen. De huizen zijn okerkleurig, soms met turkooizen deuren, en de runderen zijn overwegend roomwit. De zon geeft alles een gouden gloed, maar het licht wordt gefilterd door ragfijn zandstof dat permanent in de lucht hangt.

Ditmaal maakten we een stopje bij Midway (het vorige wegrestaurant heette Halfway). Het enig vertier was de slangenbezweerder die met een rat aan een touwtje en zijn drie slangen naast de bus op de grond was gaan zitten. Hij speelde zo erbarmelijk fluit, dat zijn rat er het heen-en-weer van kreeg. De slangen werden al helemaal niet actief. Hij kreeg dus van niemand een fooi.

Twee ongelukken gezien. Eén met marmer geladen vrachtwagen leek domweg gekapseisd, en de ander was tegen een muurtje gereden.
We naderden het gebied van de marmergroeven, wat een geweldige industrie bleek te zijn. Ongezonde streek, want tot ver in de omtrek was alles bedekt met ragfijn marmerslijpsel dat ook in de lucht bleef hangen.
Wel grappig om te zien hoe het marmer dat uit grote blokken wordt gezaagd, in stapels bij elkaar wordt gehouden. Je kunt de vorm van het marmerblok er precies in terugzien. De kleuraders lopen ook door. Kilometers lang stonden er zwarte, witte, roze, donkerrode, licht- en donkergroene stapels bij elkaar.

Pushkar bleek een heilige plaats te zijn waar geen auto’s mochten rijden. De bus stopte op een losplaats waar de bagage door rappe handen op handkarren werd overgeladen die naar het hotel werden geduwd, een halve kilometer lopen. Omdat de duwers er routineus de spurt in zetten, moesten we er op een holletje achteraan. Niemand wilde zijn bagage uit het oog verliezen.

Het hotel bleek een plaatje en lag aan de woestijnkant van het heilige water waarin rituele baden worden genomen. Het meer was omgeven door (vergeven van) witte tempels in alle soorten en maten en ons hotel leek het enige niet religieuze gebouw aan het meer. We kregen enorme kamers met zithoek en kachel en de galerij had een schitterend uitzicht over het meer. De bedden bleken nog harder dan voorgaande dagen, maar meer was er niet te klagen.

In vergelijk met Delhi en Jaipur waren de straten van Pushkar schoon en er waren geen runners. Bij stalletjes en kramen kon je staan kijken zonder lastig gevallen te worden. Er liepen alleen veel overjarige hippies rond uit allerlei landen die er lachwekkend uitzagen in hun te jeugdige bloemetjesbroeken. Ze kunnen leven van een appel en een ei, want een goede maaltijd in een restaurant kostte er fl. 2,50.

Bedelende oudjes en kinderen kwamen voornamelijk in actie als je een camera tevoorschijn haalde. Schilderachtige types bevolkten portieken en leken hun dagen te slijten met hardop lezen uit gebedenboeken. Hun haar was totaal vervilt en hun baard sinds jaren niet geknipt. Hun ogen brandden als gloeiende kolen en ze hadden karakteristieke koppen, maar de oranje lendendoeken die ze droegen waren meestal gehavend en verre van fris.

Er hing een opvallend geciviliseerd waasje over dit bedevaartsoord. Er had daar een wonderlijke symbiose plaatsgehad. Blanke hippies gedroegen zich of ze lokaal waren, en de lokale winkels verkochten zeep, tandpasta, toiletpapier, en scheerschuim. Verder waren er nogal wat winkeltjes die muziek verkochten, voornamelijk type New Age. In eethuizen waren gerechten te bestellen als frites, milkshakes en pancakes. In een van de reisgidsen had iemand van de groep gelezen dat de meeste toeristen Puskhar niet gezond verlaten.

Nu is de Indiase keuken ook niet altijd een pretje want ze koken vet. Vaak drijven de gerechten in geklaarde boter, wat hun grote trots schijnt te zijn. Groepsleden die al eerder door India trokken waarschuwden voor bepaalde curries en kruiden waar westerse magen slecht tegen kunnen, maar ze konden niet precies vertellen welke dit waren.
Gerechten uit de tandoori, een oventje van klei dat gloeiend heet wordt gestookt, zijn lekker gekruid en absoluut niet vet. Smaken heerlijk in combinatie met raita, een dikke yoghurt die met ananas of komkommer en munt wordt opgeroerd. Verder kun je allerlei soorten heerlijke versgebakken platte broden bij je eten bestellen zoals nan en chapati of flinterdunne papadam.

speld24 december 1995

Op ons gemak door Pushkar geslenterd en winkeltjes bekeken. Het klimaat is bedrieglijk, zo aan de rand van de woestijn. Zodra de zon achter een wolk verdwijnt lopen we te klappertanden. De hele groep heeft het vannacht koud gehad en het kacheltje aangestoken.

Er is één kraam waar ik maar moeilijk voorbij kom. Er staan honderden bakjes met glazen, houten, benen, vergulde, verzilverde en handbeschilderde kralen in alle kleuren en maten. Ik kan hier uren naar blijven kijken.

De winkeltjes bieden veel van hetzelfde. Er zijn schoenwinkels die alleen maar plastic of rubberen badslippers verkopen. Omdat veel Indiërs platvoeten hebben door het op blote voeten lopen, passen hun voeten niet in schoenen of sandalen. Duurdere zaken verkopen wel schoeisel van leer, maar niet in westerse maten.

Wat kleding betreft heeft de tijd hier stilgestaan. Er worden alleen spullen aangeboden die wij “jaren zestig” zouden noemen. Pyjama-achtige slobberbroeken, kielen, hansopjes en hemden, alles in onvervalst flower power! Slecht van kwaliteit, slecht afgewerkt, maar het kost ook helemaal niks. T-shirts en spijkerbroeken zijn mondjesmaat te koop.

Het barst wel van de zaakjes met echt, semi of nep antiek zilver, beeldjes en kettingen van halfedelsteen, waaiers en doosjes van schildpad, snuisterijen, troepjes, zootjes ongeregeld. Het zijn bijna allemaal handelaren uit Ladakh of Kasjmir.

We strijken neer op een stoep waar grappig spul ligt uitgestald van zilver tot onedel. Overal hangen prijskaartjes aan. De verkoper zit er aanvankelijk bij te lezen of de handel hem niet aangaat. Ook hij blijkt uit Ladakh te komen en vertelt dat het toeristenseizoen in Ladakh maar drie maanden duurt. In de overige negen maanden is het te koud voor bezoekers. Vroeger gingen handelaren uit Ladakh daarom naar Kashmir waar het hele jaar door toeristen kwamen. Sinds de oorlog met Pakistan is Kashmir zeer onveilig geworden, met name ook voor de eigen bevolking. Toeristen mogen er al helemaal niet meer binnen. De handelaren uit het noorden wijken nu uit naar India, willen zij niet failliet gaan. Probleem is dat zij het Indiase klimaat alleen maar kunnen verdragen van november tot hooguit april. In april trekt de hele troep dus weer voor enige maanden naar huis waar de tijd wordt doorgebracht met lezen, studeren en voorraad verzamelen. Over het algemeen, zegt hij, zijn de mensen uit het noorden geletterd omdat ze als kind in de lange, koude winters leerden lezen. Er viel weinig anders te doen.

Hierna gingen we in de Rainbow curd met fruit eten, waarover Miguel de vorige avond zo smakelijk had verteld. Deze curd bleek echter geen blikfruit te bevatten zoals we hadden verwacht, maar vers geschilde appel, mandarijn en banaan. Precies het met de hand geschilde fruit waartegen altijd wordt gewaarschuwd, maar verboden vruchten smaken het best.

Bij de grote tempel zag het zwart van bedevaartgangers. We werden aangehouden door een Brahmaan die op onze schoenen wees. We stopten ze in onze tas wat natuurlijk niet mocht. We voelden er niets voor onze schoenen kwijt te raken en gingen toen maar om de beurt de tempel binnen. Terwijl ik op de trappen zat te wachten drong dezelfde Brahmaan mij twee oranje bloemen op. Ik moest ze in het meer gaan gooien voor heiligheid en geluk. Hij wilde mij ook een gele stippel op mijn voorhoofd verkopen maar ik wilde niet.

Toen ik uit de tempel terugkwam wist hij mij ondanks de drukte weer te vinden. Wat ik met de bloemen had gedaan? In mijn zak gestoken! Weer probeerde hij mij zijn gele stip aan te smeren, ditmaal om vergeving af te smeken, maar ik weigerde nog botter dan de eerste keer. Hij werd zo boos dat hij mijn rupees niet meer wilde hebben. Die heb ik toen maar aan de bedelaars geven die voor de tempel zaten.

speld25 december 1995

Op advies van Miguel buiten het dorp gaan wandelen waar JW het waagde om vanaf een heuvel een lijkverbranding te filmen. Er waren alleen mannen aanwezig bij de plechtigheid. Ze sleepten sprokkelhout aan om een brandstapel te maken. Ik stond doodsangsten uit dat hij door een van hen betrapt zou worden.

Verschillende mooie tempels en gevels bekeken in een straat die de anderen ons hadden gewezen. Aan de fraaie lappen die aan de lijnen te drogen hingen kon je zien dat er welgestelden woonden die hun boodschapjes niet in Pushkar deden.
Koffie gedronken tegenover de tempel waar we het bedevaartsvolk bij busladingen zagen gaan en komen. Hele gezinnen keurig in pak, dames uitgedost met rinkelende banden om polsen en enkels. Ook aan al hun tenen droegen ze flonkerende ringen, wat een koddig gezicht was.

Om half twee broodje met raita gegeten in een rustig tuintje, schuin tegenover de kralenman. De boel raakte van slag toen een er een koe binnenstapte die zich rechtstreeks begaf naar de tafel waaraan zes hippies aten. Het heilige dier likte vakkundig met één geweldige lebber een bord leeg en zette meteen koers naar het volgende. De mensen sprongen gillend van tafel. De eigenaar van het restaurant vertrok geen spier. Hij deed of de koe zijn stamgast was. Hij leidde het dier vriendelijk naar een hoek van de tuin en schepte toen uit een grote pan dezelfde borden weer vol. Niemand die protesteerde.

Vanavond een laatste rondje door het dorp gelopen en briefkaarten gekocht. Koekjes en water ingeslagen voor de bustocht van morgen en toen tussen de ratten door teruggelopen naar het hotel. Bij de laatste winkel gezwicht voor twee prentjes, geschilderd op antiek rijstpapier. Er worden boeken gesloopt om aan dit oude rijstpapier te komen. Geleerd dat er ook van bambu een zeer goede kwaliteit papier wordt gemaakt, doorschijnend als ivoor en sterk als zijde. Het is opgerold te vervoeren en als je het uitrolt is het meteen weer glad.

 


Delhi | Jaipur | Pushkar |  Bharatpur | Agra |  Jahnsi | Khajuraho |  Varanasi | Calcutta |  Bhubaneswar | Puri |  Delhi2