home Goa 12 april Volgende dag
 

 

 

klein envelopje

elisa@xs4all.nl

 

 

6 april 98
7april 98
8 april 98
witte donderdag
goede vrijdag
paaszaterdag
eerste paasdag
tweede paasdag
14 april 98
Slot

 


12 april 1998, Eerste paasdag


Voor eerste paasdag hadden we al enige dagen tevoren plannen gemaakt. We zouden samen met Harry en Ineke naar Oud Goa gaan in de taxi van Danny die zijn rustdagen gesleten had en ons weer mocht rijden. Hij was punctueel op tijd, lachend van oor tot oor, en we stapten om half elf in zijn oude bakje met de rozenkrans aan de zonneklep en de afgrijselijk met hartjes versierde madonna op het dashboard.
De tocht ging weer noordwaarts, langs de Portugees aandoende huizen met smeedwerk voor de ramen en balcons, die, gesausd in wonderlijke kleuren, verscholen lagen tussen het overdadige groen. Al die hekwerken, besefte ik later, waren waarschijnlijk bedoeld om de apen buiten te houden.
We passeerden de sappige weiden waarin runderen stonden te grazen in het eeuwige gezelschap van de witte reigers. Je zou zelfs mogen zeggen dat elk rund zijn eigen witte reiger had die hem niet uit het oog verloor en blindelings volgde. Geweldige symbiose, de reiger die insecten pikt uit de vacht van het rund.
We suisden plank-gas over wat nog autoweg moest worden, en waarlangs de gigantische reclameborden stonden die nog in de maak waren. Maar in het katholieke Goa was op Pasen natuurlijk geen schilder te zien.
We gingen weer over de brug die de enorme riviermonding van de Zuari overspande en reden tot aan de even respectabele monding van de Mandovi rivier. Hier sloegen we rechtsaf om de zuidoever te volgen, want hieraan ligt Old Goa.
Was Goa voor de komst van de Portugezen de tweede hoofdstad van het Bijapur koninkrijk, de Portugezen maakten korte metten met de oude forten en moskeeën. Ze sloopten alle antieke bouwsels om plaats te maken voor hun eigen kloosters en kerken. En voor hun "Palace of the Inquisition" waar tussen 1561 en 1774 ruim 16.000 vonnissen werden geveld. In 1814 kwam pas een einde aan deze inquisitie.

Voordat wij de gigantische vlakte betraden waarop de diverse kerken lagen dronken we eerst staande in een onvriendelijk tentje een mierzoete vruchtensap uit een locaal flesje. Hierna voegden we ons bij de schare pelgrims die het hek binnengingen om gebedjes te zeggen in de basiliek van Bom Jesus, de wereldberoemde kerk waar sinds 1624 de restanten rusten van Franciscus Xaverius, een leerling van Ignatius Loyola de stichter van de Jezuïten.
De kerk zelf vond ik niet erg indrukwekkend. Hij zag er uitgesproken Zuid-Europees uit en in Europa hadden we wel fraaiere voorbeelden van deze bouwstijl gezien.

De tombe waarin de overblijfselen van Franciscus Xaverius lagen, rond 1700 door een van De Medici geschonken, vormde het hoogtepunt van ons bezoek al konden we hem niet van dichtbij bekijken. We lazen dat vooral de sculpturen die het leven van Xaverius uitbeelden buitengewoon prachtig zijn. Men heeft tien jaar nodig gehad om de het geheel te maken. De schrijn die de resten van de heilige bevat is van zilver en wordt elke tien jaar op zijn verjaardag nog aan het volk getoond.
Het lichaam van Franciscus schijnt gedurende de jaren nogal wat geleden te hebben en heeft geleidelijk enige delen verloren. Een vereerster schijnt er in 1554 een teen te hebben afgebeten die ze in haar mond naar Lissabon heeft gebracht. In 1890 is er nog een teen afgevallen en die wordt in de sacristie ten toon gesteld. Wij zijn hem niet gaan bekijken. Een deel van Xaverius’ arm werd in 1615 naar Rome gezonden, en een hand in 1619 naar Japan.

Verbonden met de kerk was een klein Jezuïtenklooster waarin een Art Gallery was gehuisvest. Natuurlijk moesten we daar even kijken. Er stonden een paar zeer oude houten heiligenbeelden die prachtig waren, maar het meeste wat er stond of hing was zo verschrikkelijk dat we een lachbui moesten verbijten.

Na op de stoep een sigaretje te hebben gerookt, boos aangestaard door vrome passanten, staken we het grote plein over naar de Catharinacathedraal waar juist een mis werd opgedragen. Het is de grootste kerk in Old Goa. Hij werd rond 1600 gebouwd door de Dominicanen in Toscaanse stijl aan de buitenkant en Corintische stijl vanbinnen. We waanden ons in Italië of Portugal met al die overdaad aan gouden en vergulde versiersels, krullen, bloemen, heiligenbeelden in zoetige kleuren en weke vormen. Zelfs de klok in de klokkentoren, zo werd gefluisterd, scheen van puur goud te zijn… We zaten er even tot ze met wierook begonnen te stoken en hier kan ik niet goed tegen.

De rest van de vele kerken hielden we voor gezien. Ik was nijdig omdat er niets, maar dan ook niets meer van de oorsprong van Old Goa was overgebleven. Cultuurbarbaren. Alles met de vloer gelijk gemaakt ten behoeve van het Christendom. De Portugezen waren echt geen lieve jongens.

We slenterden terug in de richting van Dennies taxi en namen onderweg een lauwe kop thee. De kroeg zag er te onsmakelijk uit om meer te bestellen, hoewel we best iets hartigs hadden willen hebben. Zo’n bedevaartsoort, en dan missen ze de handelsgeest om hier een paar smakelijke uitspanningen neer te zetten!

We vroegen Danny om ons naar een betere plek te rijden waar we bijvoorbeeld een visje konden eten. Hij bracht ons naar het moderne Goa, maar alle winkels en kroegen waren potdicht. We doorkruisten Panjim dat niet zo ver weg lag, de hoofdstad van Goa, maar geen leven te bespeuren. Na enig rondrijden vond Danny een terras aan de rivier dat bij een hotel behoorde. Hier konden we even op een stoeltje zitten. We waren de enige gasten. Meer dan een milshake en een stuk gebak konden we niet krijgen.
Daarna verkenden we nog even de verdere omgeving, reden naar het water, maar nergens was leven in de brouwerij. We vroegen Danny tenslotte ons maar weer naar Colva te rijden, dat tot onze grote verrassing een transformatie had ondergaan.

Het zag er zwart van de mensen, niet alleen op staat maar ook op het strand, waar een paar kermisattracties stonden opgesteld zoals ringen om blikjes heen gooien, of blikjes van een plank af gooien met een klein balletje.
De eetkarren langs de straat, die we de hele week voor nop hadden zien staan, kwamen nu handen te kort om de lange rijen hongerigen te voeden. Er werd gekauwd en gesmakt dat het een lieve lust was. De geur van groentekroketjes en gebakken bananen verzadigde de lucht.

We besloten niet in onze stamkroeg te eten en niet bij de Falcon op de hoek, maar kozen een willekeurige tent op het rijtje. We aten wel niet echt lekker, maar wat deed het er nog toe. We vermaakten ons met naar de drukte kijken. Eindelijk zagen we tafrelen die ons een beetje aan India deden denken.

hanger uit jaipur hanger uit jaipur

© Verhalen svp niet
verspreiden zonder
bronvermelding.

 

home

6 april 98 7april 98 8 april 98
witte donderdag goede vrijdag paaszaterdag
eerste paasdag tweede paasdag 14 april 98
Slot

Volgende dag