home Goa 8 april Volgende dag
 

 

 

klein envelopje

elisa@xs4all.nl

 

 

6 april 98
7april 98
8 april 98
witte donderdag
goede vrijdag
paaszaterdag
eerste paasdag
tweede paasdag
14 april 98
Slot

 


8 april 1998

Alweer opgestaan voordat het licht werd en op het balkon met plezier naar de vogels zitten kijken. De kraaien zien er hetzelfde uit als die in de woestijn, maar zijn een slagje kleiner. Ze zijn brutaal en razend snel. Toen ik even de reisgids binnen was gaan pakken, zag ik nog net hoe er een wegvloog met mijn pakje sigaretten.

Na gisteren van alle gerechten iets geproefd te hebben (er werden in de eetzaal omeletten gebakken, worstjes, repen spek, sneetjes brood in boter; er waren bonen en curries, alles even vet) beperkten we ons bij het ontbijt tot "porridge" uit een thermoskan die er weinig aanlokkelijk uitzag, maar met behulp van corn flakes en rode jam wat opgefleurd kon worden. De vruchtensap kwam uit blik, maar er was wel verse ananas waarvan we ons rijkelijk bedienden.

We troffen Harrie en Ineke in de ontbijtzaal die gisteren een rustdag aan het strand hadden gehouden en vandaag plannen hadden om een lange wandeling te maken. Ineke ging een paar keer terug naar het buffet om broodjes te pakken die ze dan smeerde en tersluiks in haar tas liet glijden. Ik dacht eerst nog dat ze luchpakketten zat te hamsteren, wat me niet erg lekker leek voor mensen die uit de horeca kwamen, maar ze verzamelde voedsel om aan de armen weg te geven.

Terug op de kamer zag ik alweer rode mieren over de waslijn marcheren. JW die altijd denkt dat de dingen die mij overkomen hem niet gebeuren, had gisteren zijn toast aan de lijn gehangen. Uit de wat rozige toast waren de rozige mieren veel moeilijker weg te krijgen dan uit de plak chocolade. Er was heel wat blaaswerk nodig voor elk sneetje schoon was, en er waren minstens vijftig sneetjes.

Op het einde van de morgen kwamen Harrie en Ineke een bakje espresso bij ons halen die veel pittiger smaakte dan de ontbijtkoffie in het hotel. Ik had ook nog altijd een kleine plak chocolade met nootjes dat netjes was gebleven, en die aten we op met een paar bananen als lunch.

Om twee uur kwam Danny ons halen voor de tocht naar Anjuna. De rit erheen was interessant omdat we een groot deel van Goa doorkruisten. Anjuna bleek nog een heel stuk noordelijker te liggen dan Panjim, de hoofdstad van Goa. Langs de autoweg (of wat hiervoor moest doorgaan) waren kortgeleden vele gigantische reclameborden geplaatst, die nu door kunstenaars beschilderd werden. Voor een te bewerken reclamebord was een primitieve steiger aangebracht, en hierop zat dan eenzaam één klein mannetje meters hoog in de lucht te werken.

Het landschap bood een groene variatie aan rijstvelden, kokosplantages en weilanden waarin welgedane runderen, varkens (Christenen!) en kippen rondliepen. We zagen geen geiten of schapen. De aarde was knalrood, rotsig of zanderig, maar vruchtbaar mits er voldoende water was.

We reden door enige grotere plaatsen, die even vuil en rommelig leken als alle Indiase steden. We passeerden twee grote bruggen, beide danig onder constructie, daar waar de brede riviermondingen diep het land insneden. Toen bleven we alsmaar in de richting Vagator rijden.
Een paar kilometer voor deze plaats bleek een grote vlakte te liggen die geheel was afgebakend met kleurige lappen aan stokken die al op kilometers afstand waren te zien. Dit was de woensdagse vlooienmarkt, deels bemand door mensen uit alle streken van India, deels door schilderachtig hippie- en rugzakvolk dat zich driekwart jaar in Goa ophoudt en zich tijdens de moesson (die hier in alle hevigheid schijnt huis te houden) elders terugtrekt.

De handel die werd aangeboden bleek vrijwel alles te bevatten wat we ooit op India-reizen waren tegengekomen. Lappen en kleren natuurlijk, borduurwerk uit Rajastan, spiegeltjeswerk uit Karnataka, ruiten uit Madras, papier maché en halfedelstenen uit Kashmir, zilverwerk uit alle streken van India, sieraden uit het Zuiden, leerwerk, poppen, marmersnijwerk, stenen beeldjes, bronzen godenbeeldjes, kruiden, je kunt het zo gek niet fantaseren of het was er te vinden. Een lust voor het oog.

De markt kronkelde zich lukraak langs de zanderige paden en liep door tot aan het strand. Er zat geen enkele orde of logica in. Het was een kwestie van gokken welk pad je zou inslaan en wat je er zou tegenkomen. Het was er loeidruk. We begonnen met een chai te drinken bij een versnaperingententje en ik nam er een spoorpunt bij met gekonfijte vruchtjes, ook al had die dan de halve dag al in de open lucht gelegen. Hierna zwierven we wat rond, nageroepen door vele verkopers die het een schande vonden dat we met lege handen rondliepen. We zwichtten pas bij een vrouwtje dat doosjes saffraan verkocht. Vijf gulden voor vijftig gram leek ons geen gekke prijs.

Er was een terrasje waar voor een kwartje vers geperst aardbeiensap werd geschonken. We streken hier even neer en genoten. Langs een bepaald gedeelte vlak bij het strand waar hoofdzakelijk hippies zaten vervolgden we onze weg. De sfeer was hier vrolijk en levendig. Ze kwamen uit alle streken van de wereld en hadden het duidelijk naar hun zin. Ze handelden in de meest bizarre voorwerpen en kledingstukken die kennelijk genoeg opbrachten om weer een week van te leven. Er lagen krankzinnige jurken, uit wol gehaakte bikini's, oorbellen, horloges, draagtassen, versleten boeken, pornoblaadjes, scheermesjes, half gebruikte flessen shampoo en douchezeep, en alles waarin maar met enige fantasie te handelen valt.

Temidden van dit volkje met vervilte pijpenkrullen en gepierste of getatoeëerde lichaamsdelen zat een frêle gebouwde Italiaan in lotushouding als een jonge god. Hij had een gouden huid en blonde paardenstaart, droeg gouden kralen om zijn hals. Aan elke vinger had hij een vriendin. Zijn handel bestond uit kleine kostbaarheden uit het zuiden, die gewoon in het zand lagen. Een kleine vitrine stond hier als een kaasstolp overheen. Mijn blik werd getrokken door twee stervormige bloemetjes met kleine diamantjes die Indiase vrouwen vaak in hun neusvleugel dragen. Hoewel ze niet precies hetzelfde waren - de ene had zes, en de andere zeven blaadjes - vormden ze samen een mooi stel oorstekers. Na langdurig onderhandelen, waarbij we telkens werden onderbroken door knappe meiden die hem gedag kwamen zoenen, zakte de prijs. Na iedere zoen hoefde ik minder te betalen en uiteindelijk schroefde ik ze in mijn oren. Ik heb ze nooit meer uitgedaan.

We kwamen rond een uur of vijf voldaan bij Danny's auto terug. Hij stond al op ons te wachten en vroeg of we hem een plezier wilden doen. Op de terugrit zouden we langs een Kashmir store rijden waarvan hij provisie kreeg als hij er klanten bracht. Alleen al het feit dat hij er mensen binnen reed leverde hem een bonus op. We hoefden er niets te kopen als we niet wilden. We protesteerden, maar hij smeekte ons bijna om er heen te gaan en we bezweken. Op zich was het wel interessant, want de zaak was gevestigd in een voornaam buitenhuis waar we met plezier doorheen liepen.

De verkopers stortten zich als een horde muskieten op ons en zoemden lieve woordjes in onze oren. We begonnen op de bovenste verdieping bij de tapijten die werkelijk schitterend waren, maar helaas voor de verkoper, hadden we in Delhi al een tapijt gekocht. We daalden af naar de tafellakens, beddenspreien, kussensloopjes, omslagdoeken en vonden niets van onze gading. Pas bij de snuisterijen besloten we aardig te zijn door de kleinste marmeren olifant te kopen die ze in de winkel hadden. Bij het afrekenen werd ik aangeklampt door een verkoper die wilde weten waar ik het snoer lapis had gekocht dat ik droeg. Ik vond niet nodig te vertellen dat hij van de kralenman uit Pushkar kwam en noemde lukraak een juwelier uit Jaipur. Toen vroegen ze wat ik ervoor had betaald, want zij dachten dat zij de enige waren die deze oude snoeren nog verkochten. Ik speelde de vraag terug en wilde eerst hun prijs weten. Ze noemden een ongehoord bedrag. Ik stak mijn neus in de lucht en loog met veel plezier dat ik net iets minder had betaald. Ze hoefden niet te weten dat dit snoer op de weegschaal was gelegd en dat ik de normale (Indiase) prijs voor lapis had betaald.

We vertelden Danny met enige schroom dat hij niet rijk van ons geworden was, maar hij was gelukkig want hij had zijn bonus binnen. Hij stelde voor om ons naar Colva beach te rijden, waar we een visje konden eten terwijl hij op ons zou wachten, maar we waren onderhand aan het einde van ons latijn en wilden liever terug naar het hotel. Danny zei spijtig dat hij deze week niet meer met ons mocht rijden, omdat hij zijn uren had verbruikt en we spraken af om zondag met hem naar oud Goa te gaan.

 hanger uit jaipur hanger uit jaipur

© Verhalen svp niet
verspreiden zonder
bronvermelding.

 

home

6 april 98 7april 98 8 april 98
witte donderdag goede vrijdag paaszaterdag
eerste paasdag tweede paasdag 14 april 98
Slot

Volgende dag